Participatie van jeugd en jongeren: hoe krijg je het werkend? | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Participatie van jeugd en jongeren: hoe krijg je het werkend?

In de Nederlandse samenleving worden steeds meer groepen mensen geacht en gevraagd om te participeren bij het vormgeven van deze samenleving. Dit dient onder andere te leiden tot beter, slimmer en effectiever beleid. Voor onze beleidsmakers is het echter niet altijd gemakkelijk om elke groep in onze samenleving te bereiken of betrekken. Jeugd en jongeren blijken groepen die wat dit betreft op bovengemiddelde afstand van onze beleidsmakers staan.

Context

In 2016 presenteerde het Verwey-Jonker instituut ‘De staat van jeugdparticipatie in Nederland’, waarin 122 gemeenten zijn ondervraagd over participatie van jeugd en jongeren. Hierin komen een aantal belangrijke drempels naar voren die gemeenten ervaren bij het betrekken van deze doelgroepen. De belangrijkste problemen die door meer dan de helft van de gemeenten worden benoemd zijn:

  • Het betrokken en gemotiveerd houden van jongeren
  • De spanning tussen beleidstrajecten en de dynamische leefwereld van jongeren
  • Het verschil in organisatievorm en taal van beide werelden

Ook wordt opgemerkt dat er binnen overheidsorganisaties lang niet altijd consensus is over wat participatie inhoudt, of bij welke beleidsafdeling het thema thuishoort.

Opvallend is dat een kwart van de gemeenten aangeeft dat zij jongeren vaker en structureler wil betrekken bij beleidsontwikkeling, maar tegelijkertijd zoekende is naar handvatten en methoden om hen überhaupt te kunnen bereiken. Als het zo is dat onze gemeenten in deze spagaat zitten tussen hun ambitie en instrumenten, wat kunnen ze hier dan aan doen?

De leefwereld

Een veelgehoorde ambitie bij dit vraagstuk is om ‘aan te sluiten bij de leefwereld’ van de jongeren. Op deze manier projecteren we echter onbewust onze eigen leefwereld op die van jongeren, zoekend naar verbinding vanuit het eigen perspectief. Dit leidt vaak tot instrumenten en methodes die in onze eigen leefwereld werken of hun waarde hebben bewezen, maar niet zijn ontstaan door of werken voor jongeren. Een gevolg hiervan kan zijn dat jongeren afhaken of hun motivatie verliezen omdat ze zich simpelweg niet aangesproken voelen, ook al is dit het tegenovergestelde van wat we ermee hebben beoogd. Met de allerbeste bedoelingen kan op deze manier bijvoorbeeld een jongerenraad worden opgericht om de afstand tussen jongeren en de politiek te verkleinen. Na een enthousiaste start, loopt de energie aan de kant van de jongeren in dit soort initiatieven vaak terug (De spanning tussen beleidstrajecten en de dynamische leefwereld van jongeren) en houdt het, in de meeste gevallen sneller dan gehoopt, op te bestaan.

Om duurzamere betrokkenheid te creëren, is het effectiever om niet aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren, maar je daadwerkelijk zonder eigen agenda of denkkader in deze leefwereld te verplaatsen en vanuit het jongerenperspectief te vertrekken. In het voorbeeld hierboven benoem ik het verkleinen van de afstand tussen jongeren en politiek. Eind 2017 heb ik me binnen ditzelfde vraagstuk verplaatst in de leefwereld van jongeren. Dit heeft begin 2018 geleid tot de allereerste Escape Room in een gemeenteraadzaal van Nederland: https://www.ad.nl/amersfoort/jongeren-ontsnappen-uit-amersfoortse-raadszaal~ad9c8dee/  

Maak het ONAF

Maar als we jongeren eenmaal hebben bereikt, hoe houden we hen dan ook betrokken of gemotiveerd? Het zit in onze aard om, vanaf het moment dat we jongeren hebben bereikt, het heft weer volledig in eigen hand te nemen. Ten slotte is het betrekken van de jongeren in eerste instantie ons eigen initiatief geweest. Hierdoor hebben we het gevoel dat we het proces onder controle moeten houden. Een risico daarvan is dat we ook de inhoud weer volledig overnemen van de jongeren, waarmee de meerwaarde om te participeren – en daarmee de motivatie – wordt weggenomen. Want waarom zou je participeren wanneer je geen invloed (meer) hebt? Als we de jongeren structureel betrokken willen houden, moeten we dit daarom zien te voorkomen.

Allereerst dienen we – niet alleen voor de jongeren, maar juist ook voor onszelf – te weten of de inhoud waar het om gaat voldoende onaf is. Zodra we zelf iets (af) maken, ontnemen we de mensen om ons heen de kans om mee te doen, onderdeel te worden van proces of inhoud én: het gevoel van eigenaarschap. Maar iets onaf houden is lastig, en iets onaf maken is nog lastiger. Je geeft hiermee het nemen van beslissingen en het maken van keuzes namelijk uit handen. Soms leidt dit tot keuzes door de ander die je niet begrijpt of waar je niet achter staat. Toch kunnen dit soort keuzes noodzakelijk zijn om groepen als jongeren betrokken en gemotiveerd te houden. Vraag je bij participatie van jeugd en jongeren dus regelmatig af: hebben de jongeren daadwerkelijk invloed op de inhoud, of mogen ze alleen mee denken voor de vorm, of omdat dit in ons beleid staat? En als dat zo is, kunnen we de inhoud van het vraagstuk dan (nog) zodanig onaf maken dat de ruimte voor invloed ontstaat?

 

Volg de energie

In deze ruimte is het vervolgens belangrijk om de energie te volgen van degenen die je hebt gevraagd om te participeren. Dit geldt juist voor jeugd en jongeren, omdat zij zeer vatbaar zijn voor deze energie. De lastigheid hiervan zit hem opnieuw in onze neiging om te sturen op elke stap die we onder controle willen houden. Maar als er eenmaal positieve energie is ontstaan en we hier vervolgens niets mee doen of er zelfs een rem op zetten, kan dit voor de jongeren voelen als een blokkade van het proces. Alleen: hoe volgen we de energie dan wel?

Soms vraagt dit om ambassadeurschap voor de input die door de jongeren is geleverd. Niet iedereen in jouw team of organisatie zal namelijk overtuigd zijn van het belang of de meerwaarde hiervan. Door buitenstaanders – in dit geval de jongeren – is echter zelden ruimte of beweging te creëren binnen de beleidswereld, en juist op deze momenten is een interne trekker nodig.

Zie en behandel jeugd en jongeren ook als volwaardig gesprekspartner of deelnemer aan het proces. Laat hen meepraten over dat waar het daadwerkelijk om gaat, en niet alleen over randzaken of details. Maak daarbij de gevolgen van hun beslissingen of keuzes inzichtelijk en verhelder wat er met hun input gebeurt. Op die manier vergroten we het wederzijds begrip en verduidelijken we de verwachtingen. Dit helpt ook om de positieve energie te behouden. Begin 2018 heb ik de leerlingenraad van een basisschool op deze manier begeleid. Het resultaat was de allereerste groep Basisschool Omgevingsmanagers van Nederland; leerlingen die zelf de schoolomgeving verkeersveiliger maken. Het NOS jeugdjournaal was aanwezig bij de lancering van dit project en maakte er het volgende item over: https://jeugdjournaal.nl/artikel/2231801-kinderen-werken-als-verkeersregelaars.html

Meerwaarde

Het betrekken van jeugd en jongeren is niet altijd even gemakkelijk, en we moeten vooraf goed bepalen waarom we het willen. Denken we er echt meerwaarde uit te halen, of hebben we onszelf opgelegd om ‘ook nog iets met jongeren’ te doen? In dit laatste geval zijn we niet van plan de jeugd en jongeren serieus te nemen, invloed te geven of op langere termijn betrokken te houden en zal er geen positieve energie ontstaan. Wil je er echt meerwaarde uit halen maar ben je, net als veel van onze gemeenten, zoekende naar hoe je dit aanpakt? Dan kijk ik graag of ik je hierbij kan helpen.  

Reageer