Meer met minder: duurzaam lerende organisaties | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Meer met minder: duurzaam lerende organisaties

Losse individuele opleidingen of cursussen blijven veelal zweven en leveren niet direct wat op voor de organisatie. Wij pleiten voor duurzame organisaties door het koppelen van leren aan de organisatieontwikkeling. Daarmee kan het rendement op leren en ontwikkelen aanzienlijk worden verhoogd!

De meeste coalitieprogramma’s staan in het licht van ‘meer met minder’. Er wordt bezuinigd, terwijl tegelijkertijd de kwaliteit van de gemeentelijke organisatie en haar dienstverlening moet worden behouden of zelfs moet worden verbeterd. Hoe gaan de gemeentelijke organisaties dit voor elkaar krijgen?

Een belangrijke succesfactor is de kwaliteit van de ambtenaren, die het werk daadwerkelijk moeten doen. Om kwaliteit te waarborgen is het van belang dat deze mensen blijven leren en zich blijven ontwikkelen. Bij gemeenten is hiervoor gemiddeld 2 procent van de loonsom beschikbaar. Opmerkelijk is dat dit budget vaak niet eens volledig wordt besteed. Bovendien vervullen gemeentelijke organisaties hiermee slechts een passieve rol.

Ze betalen de rekening. Het leren en ontwikkelen zelf wordt uitbesteed aan externe opleidingsbureaus. Dit komt het realiseren van bovengenoemde bestuurlijke ambities niet ten goede. Want naast de bezuinigingen zal er door de vergrijzing een uitstroom plaatsvinden van ervaren ambtenaren op sleutelposities. Dat moet opgevangen worden.

Het uitbesteden van leren en ontwikkelen is uitbesteden van de kern van je organisatieontwikkeling. Inzicht in hoe en in welke richting medewerkers leren, neemt hierdoor sterk af. Hoe borg je dan die uitbestede, individuele leertrajecten in je organisatie? En wat draagt het bij aan de organisatiedoelstellingen?

Om ‘meer met minder’ te realiseren zal dat ‘minder’ kwalitatief beter moet worden voor dezelfde of zelfs betere resultaten. Bezuinigen op het opleidingsbudget is te kort door de bocht. Slechts 20 procent van het leren gebeurt formeel, door trainingen en cursussen. 80 procent van het leren gebeurt informeel, tijdens het werk, door hulp van een ervaren collega of door vernieuwde inzichten van een jongere collega.

Efficienter zou het daarom zijn om niet-effectieve leertrajecten te ontmaskeren en te schrappen en te focussen op informeel in plaats van formeel leren. Neem daarvoor een aantal criteria. Kijk kritisch naar het rendement van leertrajecten. Er wordt een hoop rotzooi aangeboden op de opleidingenmarkt.

Daarnaast is het de vraag wat de medewerker precies leert, wat hij of zij daarmee doet (als er überhaupt iets mee gebeurt) en wat het toevoegt aan de organisatiedoelen. Voor de effectiviteit van leren en ontwikkelen is het tevens van belang in hoeverre en hoe er met en van elkaar wordt geleerd: collectief leren. Met een hele afdeling een training volgen, levert niet voor iedereen hetzelfde leereffect op. Het bewust zijn van elkaars leervoorkeuren draagt bij aan het samen leren en ontwikkelen binnen de organisatie.

Gevaar is dat individuele leertrajecten en organisatiebrede ontwikkeling totaal langs elkaar heen lopen. Een koppeling van deze twee levert efficientiewinst op. Om dit te kunnen realiseren zouden gemeenten ervoor kunnen kiezen om het 2 procent-potje voor opleiden samen te voegen met een budget voor organisatieontwikkeling. Hierdoor wordt men gedwongen om de individuele leervragen altijd in perspectief van de organisatiedoelen te zien.

Doe een leervraag of ontwikkeltraject niet af met een training of cursus. Durf als gemeente te kijken naar het type organisatie en de leervoorkeuren daarbinnen. Ga daarbij uit van kwaliteiten, niet van gebreken. Uitbouwen van wat je al goed kunt, kost minder moeite. Vertrek vanuit de organisatieontwikkeling en neem van daaruit individuele leertrajecten mee.

Deze tekst is als opinieartikel gepubliceerd in Binnenlands Bestuur van 3 september 2010.

Reageer