Hougaard's boek is een pleidooi voor aandachtig en mindful leiderschap | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Hougaard's boek is een pleidooi voor aandachtig en mindful leiderschap

Rasmus Hougaard schreef het boek 'Hoe leiders denken – hoe je jezelf, je team en je organisatie naar uitzonderlijke resultaten leidt'. Hougaard is de oprichter van The Potential Project, een organisatie die trainingen geeft aan bedrijven om meer mindful te werken en zo de productiviteit te verhogen. Hij heeft op grond van onderzoek de conclusie getrokken dat er drie mentale eigenschappen zijn die van essentieel belang zijn voor goede leiders: mindfulness, selflessness (verder in het Nederlands aangeduid als onbaatzuchtigheid) en compassion (in het boek verder aangeduid als compassie). Een van de uitgangspunten in het boek is dat de leider in staat moet zijn eigen gedachten te managen, want pas dan is hij in staat om zijn eigen leven te bepalen en kan dan pas leidinggeven aan anderen.

Laat ik beginnen met de ‘alternatieve samenvatting’, door de twintig meest gebruikte woorden in het boek (zoals vermeld in het register) hier weer te geven: aandacht, betrokkenheid, compassie, conflict, emoties, (bewust- en onbewust) gedrag, geest, geluk, hersenen, luisteren, mindfulness, motivatie, oefening, onbaatzuchtigheid, relaties, status, verbondenheid, vertrouwen, waarden en woede. Deze woorden geven de onderwerpen van het boek al enigszins aan.

Centrale boodschap van het boek: De leider die enkel stuurt op cijfers en die de medewerkers beschouwt als productiefactor, zal het volgens Hougaard en de geïnterviewde leiders, niet lang maken in de 21eeeuw.

Het Hougaard gelukt om wetenschappelijk onderzoek te combineren met een veelheid van citaten uit interviews met topmanagers die een of alle drie eigenschappen toepassen. Elk deel in het boek wordt afgesloten met korte tips en ‘overdenkingen’. Dat maakt het niet alleen een beschouwend boek maar ook een praktisch boek voor de leider die de drie eigenschappen zich eigen wil maken. 

En het boek is een lang pleidooi om het als leiders anders te doen, want leiders hebben nu eenmaal een grote invloed op het doen en laten van de medewerkers en daarmee op de cultuur van de organisatie, omdat ‘onze hersenen nu eenmaal zo zijn ingesteld dat dat ze de hiërarchie herkennen en respecteren’. 

De titel van het boek maakte dat ik het ging lezen, want het leek me informatief hoe een leider denkt. Maar het boek gaat niet over hoe de leider denkt maar hoe deze zijn denkkracht, en die van medewerkers, beter kan benutten, onder meer door tijd te nemen voor gerichte mindfulness oefeningen. Het boek is ook een oproep aan leiders om oprecht in medewerkers geïnteresseerd te zijn (en het niet bij slogans te laten) en om medewerkers vertrouwen te geven. Hoe dat te doen wordt in dit boek uitvoerig uitgelegd. 

Door alle weergaves van gesprekken met leiders (die ter ondersteuning van de theorie geciteerd worden) moest ik wel mijn best doen om bij de les te blijven, bijna driehonderd bladzijden lang. Daarbij sta ik op de mindfullness-schaal van 1 (ik heb er niks mee) tot 10 (ik ben het) nog maar op een 2, en raak dan ook snel de draad kwijt. Er valt voor mij dan ook nog veel te winnen op dit gebied. Het boek voelt wat verkoperig aan, nergens staat er een twijfel of relativering. En het is ook wel wat veel wat Hougaard aan nieuwe gedrag van de leider vraagt. Zoals Ben Tiggelaar in zijn boek de Ladder stelt, is het verstandig om niet te veel tegelijk te willen veranderen, want een kleine verandering vraagt al veel van je, en Hougaard bepleit wel erg veel gedragsveranderingen. 

Reageer