Samenwerking over organisatiegrenzen is noodzakelijk | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Samenwerking over organisatiegrenzen is noodzakelijk

Voor het vinden van vernieuwende en creatieve oplossingen voor de taaie maatschappelijke vraagstukken van deze tijd is het noodzakelijk om op de grens van binnen en buiten te werken. Het in februari verschenen boek ‘Tweebenig samen werken’ geeft inspiratie, nieuwe taal en aanpakken om aan de slag te gaan met samenwerking over grenzen heen.

Wat is een grens? Grenzen zijn er in allerlei soorten en maten. Er zijn fysieke grenzen tussen landen of gemeenten, er zijn culturele grenzen tussen groepen of families, thematische grenzen tussen disciplines of sectoren, politieke grenzen tussen waarden of belangen en zelfs grenzen tussen verschillende deelidentiteiten binnen één persoon. Soms zijn grenzen duidelijk aangegeven en is het een harde grens of moeilijk te passeren lijn. Dan ben je je bewust van het feit dat je hem over gaat. Soms moet je zelf uitvinden waar de grens ligt en is het een zachtere of geleidelijke grens. Vaak besef je je dan pas later dat je wel degelijk een grens over bent gegaan.

Waar de grens ook precies ligt, ‘binnen’ staat voor een meer vertrouwde, samenhangende en stabiele setting met meer duidelijkheid over welk gedrag en welke rol gepast is. ‘Buiten’ is het tegenovergestelde hiervan; deze wereld is meer open, onbekender, veranderlijker en veelsoortig.

Samen werken over grenzen

Het passeren van de grens tussen binnen en buiten rekt je manier van kijken, denken en werken op. Iedereen die weleens reist weet: eenmaal over de grens kijk je met andere ogen naar wat zich aan de eigen kant van de grens bevindt. Je ziet en ervaart dat het ook anders kan, waardoor je vragen stelt bij je eigen wijzen en gebruiken. Alleen als we ons bewust zijn van onze patronen van handelen, kunnen we ons afvragen of het ook anders kan. Het werken op de grens van binnen en buiten is daarom een relevant werkgebied om vernieuwende en creatieve oplossingen te vinden voor taaie maatschappelijke vraagstukken.

Deze samenwerking over grenzen wordt succesvoller wanneer de partijen en personen die samen werken van elkaar verschillen en iets kennen en kunnen wat de ander niet kent en kan. Maar uit die verschillen komen ook spanningen voort. Botsende belangen, andere culturen en gebruiken, conflicterende systemen en verschillende opvattingen. Vaak is het de proces-, omgevings- of alliantiemanager – door ons de grenswerker genoemd – die deze spanningen het meest nadrukkelijk ervaart. Hij of zij staat met één been binnen de organisatie en één been erbuiten en moet daar maar mee uit de voeten kunnen. Vaak gaat het om situaties waarbij grenswerkers een ongemakkelijk gevoel hebben dat zij een lastige keuze te maken hebben tussen twee verbonden werelden die hen beide even lief zijn. De grenswerker kan zo in een spagaat terecht komen: hij of zij voelt zich gedwongen om rekening te houden met tegengestelde manieren van kijken, denken en werken. Dienen grenswerkers daarin de kant van de eigen organisatie, of het samenwerkingsverband waarvan zij deel uitmaken?

Tweebenig samen werken

Succesvol samenwerken gaat niet om het oplossen van spanningen die hierbij ontstaan, maar om het ermee leren omgaan. Personen en organisaties die spanningen herkennen, accepteren en hanteren, blijken in de huidige praktijk effectiever. Zij maken de spanning en de onderliggende tegenstelling zichtbaar en bespreekbaar en combineren deze tot een samenstelling. Het is niet ‘het een of het ander’, het is ‘en-en’. De binnenwereld van de eigen organisatie en de buitenwereld van betrokken partijen en personen kunnen elkaar juist versterken. Dit noemen wij ‘tweebenig samen werken’ en is het centrale thema van het boek Tweebenig samen werken: organisaties en professionals die op grensvlakken werken en spanningsvelden omarmen door zich te realiseren dat een keuze hen niet dichterbij de oplossing brengt en dé oplossing niet bestaat. Het is zoeken naar een tijdelijke balans, waarbij meerdere wegen naar Rome leiden. In de voetbal zijn tweebenige spelers sneller in het spel, creatiever in het maken van combinaties en succesvoller om vanuit meer posities op het doel te schieten. En ook in organisaties verruimt tweebenigheid je speelveld, verbreedt het je handelingsrepertoire en vergroot het je handelingssnelheid. Dit vergt bewustwording en kan niet zonder te oefenen, waarbij fouten maken essentieel is om te leren omgaan met het ongemak dat de spanning niet oplosbaar is.

Fieke Robeerst (adviseur Adviestalent)
Martine de Jong (senior adviseur, procesbegeleider en onderzoeker Twynstra Gudde)

Reageer