Decentralisaties: Puzzelen zonder eindplaatje | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Decentralisaties: Puzzelen zonder eindplaatje

De decentralisaties in het sociale domein zijn een ingrijpende systeemwijziging in Nederland. De nieuwe taken – zorg, werk, jeugd en passend onderwijs – moeten worden ingebed in de gemeentelijke organisatie, maar vragen ook om een fundamenteel andere benadering en werkwijze. Een grote uitdaging voor gemeenten, maar evengoed voor organisatieadviseurs.

De uitdaging voor gemeenten

Centraal in de transitie binnen het sociale domein staat de juiste hulp en zorg voor mensen die dat nodig hebben, zoals slecht ter been wordende ouderen, multi-probleemgezinnen en arbeidsongeschikte jongeren. Uitgangspunten daarbij zijn zelfredzaamheid, hulp uit de nabije omgeving en maatwerk waar mogelijk. De kernopgave voor gemeenten is om dit mogelijk te maken en die mag niet onderschat worden. De systeemwijziging en onderliggende principes vragen veel van gemeenten. De taken zijn volstrekt nieuw, met een compleet nieuw speelveld van cliënten en zorgaanbieders. Om de benodigde zorg en hulp daadwerkelijk te kunnen bieden zijn de juiste mensen, passende middelen en effectieve werkprocessen nodig. Maar hoe dan?

Een structuuraanpassing is wellicht nodig, want de taken, met bijbehorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden, moeten dit jaar ingepast worden in de organisatie. Welke ordening en samenhang is daarin aan te brengen? Daarvoor zijn diverse scenario’s denkbaar. Maar elke ordening in een structuur kent haken en ogen. De hefboom voor de verandering zit in de nieuwe manier van (samen)werken, over binnen- en buitengrenzen van taakvelden en organisaties heen.

De basis daarvoor is dat de gemeente haar maatschappelijke opgave in het sociale domein leert kennen: de hulp- en zorgvraag van haar nieuwe cliënten. De gemeente moet de professionals in de uitvoering zien, horen, ervaren en weten wat er speelt en wat er nodig is om de cliënten te helpen. Maar zij moeten wel de ruimte en mogelijkheden hebben vanuit hun organisatie – bestuur en management – om adequaat te kunnen handelen. Deze nieuwe werkwijze is veel ingrijpender dan een structuuraanpassing en vraagt om een ontwikkelaanpak waarbij geleerd wordt in en van de praktijk.

De uitdaging voor organisatieadviseurs

Als organisatieadviseurs helpen wij verscheidene gemeenten op verschillende manieren met deze uitdagende veranderopgave. Maar deze systeemwijziging is ook voor ons nieuw. We hebben er nog geen repertoire met blauwdrukken, aanpakken of interventies voor beschikbaar. Een valkuil, voor zowel onze opdrachtgevers als onszelf, is om dat wel van adviseurs en consultancybureaus te verwachten. De toegevoegde waarde van organisatieadviseurs ligt niet in het kennen van alle antwoorden, maar in het inzichtelijk en hanteerbaar maken van het veranderproces waar alle gemeenten in Nederland middenin zitten.

We zullen het samen met onze opdrachtgevers moeten doen. Samen met medewerkers, leidinggevenden en bestuurders puzzelen, zonder dat we het eindplaatje kennen. Als wij de antwoorden ook niet paraat hebben, dan moeten we wel goede vragen stellen. Wij moeten ons verbinden aan de opgave, verbinden met de betrokkenen en tegelijk oog hebben voor het geheel en de samenhang tussen diverse ontwikkelingen die naast en door elkaar lopen. Zeker omdat het eindplaatje nog onduidelijk en de weg ernaartoe onzeker is, is het voor ons als organisatieadviseurs de kunst om het vraagstuk niet moeilijker te maken dan het is maar het juist behapbaar en overzichtelijk te maken zonder het ‘plat te slaan’.

Veranderkundige Hans Vermaak deed daarvoor al in 2012 in een lezing voor de Stadsregio Amsterdam de bruikbare suggestie om de veranderopgave te ontleden in drie processen of ‘schillen’ die om de hulp- en zorgbehoevenden heen bewegen. Het primaire proces is de hulp- en zorgverlening door professionals aan de mensen die het nodig hebben. Het secundaire proces is ondersteunend: het management dat het personeel aanstuurt, werkzaamheden coördineert en zorgt voor de beschikbaarheid van budget en middelen. Daaromheen zit een derde schil, het tertiaire proces, waar bestuur en politiek richting geven door kaders voor de uitvoering en bijbehorende budgetten vast te stellen. Deze drie werelden zijn losjes aan elkaar gekoppeld: ze interacteren met elkaar en hebben onderlinge afhankelijkheden. Maar elk proces heeft duidelijk eigen kenmerken, actoren, opgaven en verantwoordelijkheden, waardoor de verandering in elke schil anders is. Elke bestuurder, manager en professional heeft zijn eigen klus te klaren en deel van de puzzel te leggen. Op die manier wordt langzaam maar zeker het eindplaatje zichtbaar.

Conclusie

De decentralisaties in het sociale domein zijn niet alleen een uitdaging voor gemeentelijke organisaties, maar evengoed voor organisatieadviseurs. Het is de kunst om als professionals in veranderen en organiseren, samen met de opdrachtgever te gaan puzzelen. Zoeken naar wat nodig is in de praktijk van cliënten en professionals, naar een gemeentelijke organisatiestructuur die de nieuwe manier van (samen)werken optimaal faciliteert en naar de politiek-bestuurlijke legitimatie ervan. Verschillende werelden, die parallel aan elkaar verantwoordelijkheid hebben voor de verandering. Werelden waar organisatieadviseurs binnen en tussen moeten kunnen acteren. Dat is de kunst die wij (moeten) verstaan!

Dit artikel is gepubliceerd in het tijdschrift ‘Management & Consulting’, jaargang 2014, nr. 1, p. 42-43.

Hier kunt u het origineel van het artikel in PDF lezen en downloaden: Puzzelen zonder eindplaatje.pdf

Reageer