Onze overheid heeft designers keihard nodig | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Onze overheid heeft designers keihard nodig

In de aanloop naar Prinsjesdag zagen we een aaneenschakeling van maatschappelijke vraagstukken waar de politiek niet goed uit komt. Het getouwtrek rond Lily en Howick, de vrees voor een mazelenuitbraak, de aanhoudende onrust en onzekerheid voor de Groningers in het gasgebied, de kortingen op de sociale advocatuur,… Klassieke manieren om problemen op te lossen werken hier niet meer. Individuele kinderen, patiënten, Groningers en mensen die rechtsbescherming zoeken, zijn de dupe. Er is behoefte aan een nieuw soort probleemoplossers. Designers kunnen dat zijn.

De culturele armoede die Eric Wiebes etaleerde in het programma Zomergasten door kunst als hobby te kwalificeren, is uitgebreid bekritiseerd. In de reacties gaat het veelal over de waarde die kunst en cultuur hebben voor factoren als identiteit en binding. Niet onterecht, maar wat tot nu toe onderbelicht is gebleven, is dat designers kunnen helpen om complexe maatschappelijke vraagstukken van nieuw perspectief te voorzien. Neem als voorbeeld de werkzaamheden voor de verbreding van de A9 in Amsterdam Zuidoost. Deze kregen een impuls nadat designers lieten zien dat de bouwfase ook een andere kant had dan alleen overlast. Ze ontwikkelden de ‘Buurbouw’: een plek waar buurtbewoners hun talenten konden ontwikkelen door gebruik te maken van de kennis, kunde en activiteiten die de werkzaamheden zes jaar lang in dit gebied brachten. En wat te denken van Boyan Slat die de plasticsoep opruimt of Bas van Abel die de eerste telefoon heeft gemaakt die eerlijk is voor mens en milieu (en bovendien modulair opgebouwd waardoor reparaties goedkoper zijn). Kees Dorst heeft een einde gemaakt aan uitgaansoverlast in Sydney, niet door zero tolerance of lik-op-stukbeleid, maar door het uitgaansgebied te herontwerpen als festivalterrein. In al deze voorbeelden hebben designers oplossingen weten te vinden voor vragen waar de overheid niet meer uitkwam. Dat moet Eric Wiebes, zelf verklaard probleemoplosser, toch aanspreken.

‘Dutch Design’ is een ijzersterk, wereldwijd merk. Veel mensen kennen Nederlandse ontwerpers van prachtig vormgegeven lampen, stoelen en sieraden. Maar design is meer dan esthetiek: het biedt methoden en technieken om tot slimme oplossingen te komen voor lastige vragen. Dat noemen we design thinking. Het leent zich uitstekend voor vraagstukken die méér vragen dan een volgende commissie die nog meer onderzoek doet. Of voor vraagstukken die je niet op kunt lossen door nog beter te onderhandelen en door nog meer mensen te overtuigen van je gelijk. Dit zijn precies de technieken waar Eric Wiebes en consorten zich van bedienen als zij problemen proberen op te lossen. Designers kunnen daar iets aan toevoegen.

Design thinking begint met empathisch onderzoek. Designers willen ten diepste begrijpen wat mensen drijft, waar ze voor uit bed komen en waar ze wakker van liggen. Het gaat dus niet om standpunten of meningen. Designers zoeken naar haakjes die het begin kunnen zijn om een probleem te reframen: om er op een nieuwe manier naar te kijken. Een goed frame biedt geen pasklaar antwoord, maar geeft richting en nodigt iedereen die onderdeel is van het probleem ook uit onderdeel te worden van een oplossing. In plaats van debatteren en onderhandelen, gaan we co-creëren. En daar laten mensen zich alleen toe verleiden als ze het gevoel hebben dat het gaat over iets wat hen persoonlijk raakt, wat belangrijk voor hen is en waarbij zij zelf aan de knoppen mogen zitten.

Als er een idee voor een oplossing is, gaan designers aan de slag met prototypes. In plaats van een veel te ver doordachte en tot een slap compromis gekookte oplossing die groots wordt uitgerold, gaan designers direct naar de praktijk. Met kleine tests laten zij zien of ideeën kans van slagen hebben. Dat werkt sneller en beter, het is goedkoper en vaak vinden betrokkenen het verrassend inspirerend.

Empathisch onderzoek, op een nieuwe manier leren kijken en onconventionele ideeën met snelle tests tot werkende concepten maken, dat kunnen designers geweldig goed. In Nederland worden zij op al deze vaardigheden buitengewoon goed opgeleid op de Design Academy in Eindhoven, de verschillende TU’s en de kunstacademies. Voorbeelden te over. Designers brengen daarmee een nieuw repertoire. Het is kortzichtig om die kwaliteiten te diskwalificeren als hobby. Willen we tot oplossingen komen voor complexe maatschappelijke vraagstukken, dan hebben we de inbreng van designers keihard nodig.

Reageer