De Living Lab aanpak is erop gericht om innovatie structureel en gericht te verankeren in de voorbereiding, uitvoering én het onderhoud. Het valideren van de innovatie in de toepassing is nodig om te ervaren wat de voordelen zijn zoals lagere kosten, verkorten van de doorlooptijd, veiliger en duurzamer. Onterecht ontstaat het beeld dat innovatie iets is wat erbij gedaan moet worden in projecten en waar niet veel van afhangt. De immense vernieuwingsopgave in de GWW (Grond-, Weg- en Waterbouw) sector, krappe middelen en maatschappelijke druk leren ons echter dat dit níet het geval is. Innovatiekracht richten op de opgave, toepassen in de praktijk en opschalen is geen luxe, maar bittere noodzaak.
Externe adviezen bevestigen dit beeld. Rapporten over de instandhoudingsopgave pleiten voor meer experimenteerruimte, minder controledruk en een fundamenteel andere manier van werken in de keten — niet als doel op zich, maar om het productievermogen te vergroten door een verschuiving naar een industrieel productiesysteem met standaardisatie en prefabricage. Innovatie vraagt daarbij om investeringen van zowel opdrachtgevers als marktpartijen en inzet van kennis. Voor de markt is cruciaal dat bewezen innovaties niet blijven steken in pilots, maar worden opgeschaald waar zij aantoonbare meerwaard hebben. Alleen dan ontstaat perspectief om innovatie-investeringen terug te verdienen.
In de kern is de Living Lab aanpak gebaseerd op vier lessen vanuit de praktijk en vanuit de wetenschap, waaronder onderzoeken van het NSOB, AWTI, EIB, Min. IenW, Instandhouding voorop! en het Rathenau Instituut.
Les 1. Erken de spanning tussen korte en lange termijn
Verouderde infrastructuur, krappe middelen en maatschappelijke druk maken innovatie in instandhouding onmisbaar voor een veilig en bereikbaar Nederland. Echter, de hogere productiedruk leidt in de praktijk paradoxaal genoeg juist tot minder acceptatie van onzekerheid en dus tot minder ruimte voor de benodigde innovatie binnen het primaire proces. Dit is een herkenbare spanning en gedragspatroon, vergelijkbaar met iemand die het heel druk heeft met een inefficiënte aanpak, die geen tijd maakt om een alternatieve aanpak te zoeken, waardoor de drukte blijft bestaan. Door die spanning wel te erkennen kan er ruimte gemaakt worden voor innovaties en komen structureel andere manieren van werken en bouwen in zicht. Om zo de slagkracht van een uitvoeringsorganisatie als Rijkswaterstaat structureel te verbeteren.
Les 2. Maak de innovatieopgave onderdeel van projecten
Vanwege de spanning tussen de korte- en langetermijneffecten van innovatie is de neiging om de innovatieopgave weg te houden bij projecten, bijvoorbeeld door los van het primaire proces pilots te organiseren. Dit heeft twee grote nadelen. Ten eerste leidt dit tot de pilot-paradox: de tijdelijke condities die gecreëerd worden voor het succes van een pilot, zijn afwezig in de projecten waarvoor ze zijn bedoeld, waardoor opschaling strandt. Ten tweede, de lessen en innovaties die wel worden toegepast in projecten blijven – wanneer ze geen onderdeel zijn van de projectscope – willekeurig en gaan als ondergewaardeerde bijvangst na afronding van het project weer 'overboord'. Om van het slot te komen moet een concrete innovatieopgave met meetbare doelen onderdeel zijn van de projectscope en van de financiering. Inspiratie voor deze aanpak kan getrokken worden uit het HWBP (Hoogwaterbeschermingsprogramma).
Les 3. Pas gevalideerde innovaties toe, of leg uit
Om gevalideerde innovaties vervolgens op te schalen moet het innovatieportfolio onderdeel zijn van de sturing via de reguliere processen, de budgetten en het beheer. De validatie van innovaties geeft niet alleen aan welke bewezen werking een innovatie heeft, maar ook op welke beleidsdoelen (en in welke mate) de innovatie effect heeft, e.g. veiliger, duurzamer, minder hinder en goedkoper. Om dit effect daadwerkelijk te bereiken geldt de regel voor alle projecten 'pas toe, of leg uit'. Alleen zo is de projectopdracht en de financiering die bij les 2 werd genoemd te verantwoorden.
Les 4. Leg het besluit over opschaling voor alle betrokkenen vast
Innovaties die meerdere organisatieonderdelen raken, zijn systeemingrepen die veel medewerkers, de keten van marktpartijen en mede-opdrachtgevers raken. Hier stokt opschaling vaak door versnipperd eigenaarschap en diffuse besluitvorming. Zonder duidelijke besluiten over opschaling, blijven innovaties hangen bij het projectniveau. Duurzame borging vraagt daarom expliciete besluitvorming op systeemniveau.
Sta je als projectleider of programmamanager voor een grote vernieuwingsopgave, waarin innovatie noodzakelijk is om projecten van de grond te krijgen? Wil je de Living Lab-werkwijze toepassen? Wij gaan graag in gesprek over het proces om innovaties daadwerkelijk te verankeren, zodat je project succesvol kan opschalen.
Dit blog schreven wij samen met Andreas Heuting, senior adviseur innovatie, markt en duurzaamheid bij Rijkswaterstaat. Hij houdt zich bezig met het realiseren en opschalen van innovaties binnen complexe projecten. Zo werkte hij onder meer aan de implementatie van Building Information Models (BIM), de Getijdencentrale Brouwersdam en Living Labs zoals de A58. Ook publiceerde hij samen met andere experts een whitepaper over deze onderwerpen. Met zijn kennis op het gebied van duurzaamheid, assetmanagement en bouwinformatie verbindt hij partijen en vertaalt hij innovaties naar concrete, toepasbare oplossingen.
Lef in de vernieuwingsopgave
Nederland moet zijn infrastructuur en vitale voorzieningen vernieuwen, maar de huidige aanpak loopt vast. De omvang en kosten zijn groot en groeien door. De recente Kamerbrief over het areaal van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laat zien hoe de infrastructuur piept en kraakt. De komende 20 jaar is 80 miljard extra nodig. Ook speelt er concurrentie om beperkte capaciteit bij marktpartijen en de noodzaak om weerbaar te zijn voor hybride oorlog en klimaatextremen. De opgave vraagt om andere keuzes in hoe we prioriteren, plannen, organiseren en samenwerken. Waar vinden we inspiratie om te besturen en besluiten met lef? In de campagne Lef in de vernieuwingsopgave delen wij onze ervaringen en inzichten vanuit de praktijk.