Dezelfde infrastructuur die onze economie draaiend houdt, bepaalt ook onze weerbaarheid. Zonder sterke bruggen, goed functionerende waterwerken en betrouwbare verbindingen kan Defensie niet bewegen en kunnen hulpdiensten niet opschalen. Het gaat niet alleen om ‘veiligheid van buitenaf’. Het draait net zo goed om het vermogen om te evacueren bij hoogwater, om vitale goederen tijdig te bevoorraden en om basisfuncties in stand te houden als systemen onder druk staan.
Vitale infrastructuur is nationale veiligheid
Daarom is het tijd dat de renovatieopgave van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de paraatheidsopgave van Defensie elkaar versterken. De komende jaren groeit de investering in defensie naar 5% van het bruto binnenlands product (BBP). Daarvan kunnen wij 1,5% extra inzetten voor de nationale infrastructuur: voor het vernieuwen van wegen, bruggen, tunnels en waterwerken die niet alleen onze veiligheid ondersteunen, maar ook de bereikbaarheid van nieuwe woningen, economische knooppunten en kazernes borgen. Wie paraatheid eist, investeert in de ondergrond waarop die paraatheid rust.
1. Strategisch perspectief: dreigingen veranderen
Dreigingen veranderen. In het recente dreigingslandschap vitale infrastructuur van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) krijgen waterdreigingen een centralere plek naast klassieke veiligheidsdreigingen. In hybride dreigingen vervagen de grenzen tussen civiel en militair. Onze veiligheid hangt net zo goed af van goed functionerende dijken en sluizen als van tanks en satellieten.
Dat vraagt om een andere blik op infrastructuur: niet alleen veilig en beschikbaar in het dagelijks gebruik, maar ook robuust en voorspelbaar onder stress. Concreet betekent dat:
-
Inzicht: welke objecten en corridors hebben bij verstoring de grootste maatschappelijke en operationele impact.
-
Redundantie: omleidingsroutes die daadwerkelijk functioneren.
-
Adaptiviteit: snel de noodzakelijke functionaliteit kunnen herstellen bij externe schokken.
De ring van Amsterdam
De ring van Amsterdam laat zien hoe kwetsbaar vitale infrastructuur is. Elke toegangsweg loopt over een brug of door een tunnel. Zet ze allemaal tegelijk open, of sluit ze één voor één, en de hoofdstad staat stil. Wat in vredestijd kracht geeft – op de minuut geplande doorstroming en bereikbaarheid – wordt in crisis de grootste kwetsbaarheid. Het laat zien hoe fragiel onze vitale infrastructuur is: één systeem, vele schakels, zonder overkoepelende regie. De ringweg A10 is een spiegel voor Nederland: een netwerk dat draait zolang alles werkt, maar waarvan de weerbaarheid nauwelijks wordt getest. Wie paraatheid serieus neemt, kijkt niet alleen naar wapens of cyberveiligheid, maar ook naar de fysieke routes die een land in beweging houden.
2. De les van de Deltawerken
Wij deden dit eerder. Na 1953 besloten wij als land dat waterveiligheid geen speelbal mocht zijn van politieke wisselingen. Wij maakten er wetgeving van (de Deltawet) en bouwden decennialang met één doel: bescherming van Nederland. Die bestuurlijke continuïteit en financiële zekerheid maakten ons sterk.
Vandaag staan wij opnieuw op een kruispunt. De dreiging is minder zichtbaar, maar niet minder reëel. Juist daarom vraagt de vernieuwingsopgave om dezelfde moed als toen: verder kijken dan kabinetsperioden en begrotingsjaren, en kiezen voor een koers die standhoudt. Niet alleen beton of staal maakt weerbaar, ook bestuurlijke continuïteit. Misschien is het tijd om de geest van de Deltawet opnieuw op te roepen: één richting, één wet, één doel.
3. Financieel perspectief: niet ‘meer geld’, maar ‘meer rendement’
De reflex is snel: ‘Wij hebben al te weinig geld voor onderhoud.’ Maar dit gaat niet om meer geld in oude systemen. Dit vraagt om gericht investeren in weerbaarheid. Die extra 1,5% kan dubbel renderen als wij infrastructuur ontwerpen vanuit meervoudige waarde: klimaatbestendig, crisisbestendig en logistiek robuust. Eén fundering, meerdere functies: van civiele doorstroming tot militaire mobiliteit.
De stap die nu vaak ontbreekt: prioriteren op corridors in plaats van objecten. Stel dat wij de A28-corridor tussen Amersfoort en Zwolle beschouwen als vitale paraatheidslijn. Diezelfde weg die dagelijks forenzen en vracht vervoert, vormt in crisistijd de schakel tussen militaire kazernes, hulpdiensten en noordelijke evacuatiezones.
Dat is geen ‘extra’, maar een slimme manier om investeringen die toch al moeten plaatsvinden, te laten renderen op meerdere publieke doelen.
4. Uitvoerings- en bestuurlijk perspectief: integraal programmeren maakt het haalbaar
De praktijk is weerbarstig. De portefeuille kraakt onder personeelstekorten, stikstofregels, vergunningdruk en een markt die niet oneindig kan opschalen. Juist daarom volstaat sturing op losse projecten niet. Daar komt bij dat uitvoeringsorganisaties niet alleen meer moeten vernieuwen, maar ook het fundament onder assetmanagement moeten versterken: areaaldata op orde, standaardisatie van aanpak en voorspelbare werkprocessen. Die volwassenheidsstap kost tijd en schaars vakmanschap, terwijl de opgave doorloopt.
Wij moeten daarom de stap maken van multiprojectmanagement naar portfoliomanagement. Niet alleen veel projecten goed uitvoeren, maar expliciet kiezen welke projecten wanneer starten, welke corridors prioriteit krijgen en hoeveel hinder en capaciteit wij tegelijk kunnen dragen. Dat is integraal programmeren: sturen op fasering, afhankelijkheden en maakbaarheid op netwerkniveau. Door Defensie, Rijkswaterstaat, ProRail en veiligheidsregio’s vroegtijdig te verbinden, voorkom je dubbel werk en programmeer je weerbaarheid vanaf de start in het portfolio. Een extra doel hoeft geen extra last te zijn, mits het vroeg in ontwerp en fasering wordt meegenomen in plaats van achteraf toegevoegd.
Tot slot
De renovatieopgave is geen kostenpost. Het is de kans om Nederland weerbaar te maken, in vrede en in crisis. Door de blik te verbreden van onderhoud naar paraatheid, bouwen wij niet alleen aan betrouwbaarheid, maar ook aan veiligheid. Als wij zeggen dat wij 5% van het BBP aan defensie besteden, laten wij dan die 1,5% extra inzetten voor de infrastructuur die dat mogelijk maakt: voor de bruggen die onze troepen en onze burgers dragen, voor de verbindingen die onze vrijheid waarborgen. Niet door civiele taken te militariseren, maar door investeringen te strategiseren, zoals wij ooit deden bij de Deltawerken.