De zorgtransitie is overal onderwerp van gesprek. Uit onze gespreksronde met bestuurders in de zorg blijkt dat zij hier verschillend naar kijken. Over één ding zijn ze het echter eens: het huidige systeem werkt niet meer. Toch merken zij in de praktijk nog weinig van een daadwerkelijke zorgtransitie. Wel ervaren ze dat het systeem steeds meer begint te knellen, maar een fundamentele systeemverandering blijft vooralsnog uit.
Opvallend is dat bestuurders verschillend denken over waar de verandering vandaan moet komen. Sommigen vinden dat 'Den Haag' en zorgkantoren teveel vasthouden aan het huidige stelsel. Anderen zeggen dat we niet moeten wachten tot het systeem van bovenaf verandert, maar dat we zelf in beweging moeten komen. Juist dat verschil in houding is veelzeggend. Want hoewel niet iedereen dezelfde route ziet, groeit wel het besef dat afwachten geen strategie meer is.
Optelsom van schaarste, druk en onzekerheid
Bestuurders ervaren de zorgtransitie vooral als een optelsom van schaarste, druk en onzekerheid. In onze gesprekken werden de financiële gevolgen steeds nadrukkelijker genoemd. Bestuurders signaleren dat standaarden en routines soms voelen als een gestold verleden. Ze zijn waardevol opgebouwd, maar passen niet altijd meer bij wat de situatie vraagt. Daarmee verschuift ook de vraag aan professionals. Niet alleen: wat moet erbij? Maar juist ook: wat hoeft niet meer? Wat kunnen we loslaten? Wat moeten we toelaten om de zorg toekomstbestendig te organiseren?

Weak signals van fundamentele verandering
Ook klonken in de gesprekken signalen door van een kantelende werkelijkheid. Een goed voorbeeld is de leegstand in verpleeghuizen. Waar wachtlijsten lange tijd vanzelfsprekend waren, zien bestuurders nu de eerste tekenen van leegstand. Dat roept nieuwe vragen op. Is dit incidenteel of een trend? Doen mensen het vaker zelf? Veranderen de behoeften van nieuwe generaties ouderen en naasten? Wat betekent dat voor onze kijk op zorg, wonen en ondersteuning?
Bestuurders wijzen op een groeiende kloof tussen thuis en verpleeghuis. Doordat verzorgingshuizen zijn verdwenen, willen mensen langer thuisblijven, ook als de zorg zwaarder wordt. Verpleeghuizen worden steeds meer de plek voor complexe zorg. Of zoals één van de bestuurders het scherp stelde: ‘Alle zorg wordt palliatief’. Zulke uitspraken laten zien hoe sterk het gevoel is dat het huidige model zijn grenzen nadert.
Oplossingsruimte wordt kleiner, impact wordt groter
Bestuurders zijn zich bewust van de ontwikkelingen die we al langer kennen, steeds harder binnenkomen en elkaar lijken te versterken. Toch is er nauwelijks tijd om echt te vernieuwen. De oplossingsruimte wordt kleiner, terwijl de impact van keuzes groter wordt. Bestuurders typeren de situatie als een wicked problem. Een taai vraagstuk zonder eenduidige oplossing, met veel betrokkenen, uiteenlopende belangen en voortdurend verschuivende omstandigheden. Dat maakt ook duidelijk waarom traditionele strategie-instrumenten zo vaak tekortschieten. Wie blijft zoeken naar één planmatige oplossing mist de aard van het vraagstuk zelf.
Doordat de dagelijkse druk zo groot is, en de urgentie nog niet altijd voldoende wordt gevoeld, blijft fundamentele verandering liggen. Daarmee wordt de zorgtransitie voelbaar als iets paradoxaals. Steeds meer bestuurders zien dat het anders moet, maar het huidige systeem vraagt ondertussen alle aandacht.
Effectuation
Meerdere bestuurders kiezen daarom praktisch voor een andere strategie: effectuation. Deze benadering vertrekt niet vanuit een vooraf geformuleerd einddoel, maar vanuit de beschikbare middelen. In plaats van eerst een plan uit te tekenen, en dat vervolgens uit te voeren, kijken bestuurders naar wat ze met het bestaande systeem al in beweging kunnen zetten. Onderweg passen ze hun doelen aan. Zo wordt bijvoorbeeld het Volledig Pakket Thuis (VPT) gebruikt om de beweging vanuit verpleeghuis naar thuis te versterken. Niet buiten het systeem om, maar juist vanuit het systeem.
Vanuit kwaliteit van leven en eigen regie
Daarnaast noemen bestuurders nieuwe bewegingen die iets van die andere werkelijkheid laten zien, zoals reablement en de sociale benadering van dementie. Deze vertrekken niet vanuit méér zorg, maar vanuit een andere verhouding tussen mens, netwerk en professionele ondersteuning. Met andere woorden: Vanuit kwaliteit van leven en eigen regie. Daarmee raken ze aan iets wezenlijks in de zorgtransitie. Die vraagt namelijk niet alleen om anders organiseren, maar ook om anders kijken naar opgaven en oplossingen.
Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van dit derde blog. De druk loopt op, routines werken minder goed en op veel vragen volstaat het oude antwoord niet meer. Dus is het de hoogste tijd voor iets nieuws, iets anders. Niet strak ontworpen, niet volledig uitgewerkt, maar wel voelbaar. Strategie in een transitie begint niet bij het uittekenen van de toekomst, maar bij het serieus nemen van wat zich nu al aandient.