Hoe kijken we over twintig jaar terug op deze praktijk? Zien we dit als het begin van de mobiliteitstransitie in Nederland? Of als een periode waarin automobilisten een voorkeursbehandeling kregen: ‘u vraagt, wij draaien’? Elk huishouden een eigen laadpaal en elektrische auto.
Een aanpak die begint te schuren
In 2026 zien we al signalen dat deze aanpak onder druk staat. Netbeheerders plaatsen je achteraan de wachtlijst voor netcapaciteit. Bewoners zonder elektrische auto verliezen een parkeerplek voor hun eigen auto. Gemeenten vragen zich af of het nog terecht is om automobilisten te subsidiëren, ten koste van bijvoorbeeld jeugdzorg, het zwembad of buurthuizen. Deze werkwijze is niet houdbaar, gezien de grote duurzaamheidsdoelen richting 2030 tot en met 2050 en de groeiende laadvraag die niet bottom-up te organiseren valt.
Keuzes in schaarse ruimte en infrastructuur
Schaarse ruimte en middelen vragen om keuzes. Het gaat niet om een simpele ja of nee voor een laadpaal. Publieke ruimte en infrastructuur bepalen langdurig hoe de stad eruitziet en functioneert. Daarin ontstaan grote padafhankelijkheden. De keuzes van een ontwerper in de jaren ’60 bepalen nog steeds hoe ik mijn wijk nu ervaar, inclusief alle auto’s, brede waterpartijen en mix van flats, rijtjeswoningen en parkeerplaatsen. Over de organisatie en plaatsing van laadinfrastructuur moeten we dus goed nadenken.
Wij stellen een ander beleidsmantra voor: laadinfrastructuur stuurt de transities in de stad. Niet door alleen aanvragen te faciliteren, maar vanuit een overkoepelende visie. Laadinfrastructuur hoort bij een autosysteem, met bijbehorende infrastructuur. Laden wordt zo een instrument om mobiliteit te sturen, niet slechts een sluitstuk in de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein.
Hoe laadinfrastructuur richting kan geven
Sturing met laadinfrastructuur kan op de volgende manieren:
-
Strategische laadpalen stimuleert gewenst parkeergedrag: meer laadmogelijkheden bij hubs, en minder laadpaalparkeerdruk in woonwijken. Snelladers worden langs de hoofdassen geplaatst, zodat er minder zoekverkeer is in de stad.
-
De elektriciteitsvraag voor laadhubs moet passen binnen de (toekomstige) capaciteit van het bestaande net. Of er kan slim gecombineerd worden met lokale opwek of andere zware aansluitingen van bijvoorbeeld bedrijven.
-
Door laadpalen te combineren met hubs, OV-knooppunten en deelmobiliteit, kan de stad compacter en verkeersluwer worden. Dit biedt ook de mogelijkheid om te experimenteren met innovaties als bidirectioneel en slim laden.
Laadinfrastructuur als bindmiddel tussen domeinen
Laadinfrastructuur als sturend bindmiddel in de mobiliteits-, energie- en ruimtelijke transitie geeft lokale overheden meer grip op de complexe interactie tussen domeinen. Laadinfrastructuur als stuurmiddel biedt de kans om adaptief, toekomstbestendig en duurzaam te werken. Zodat we over twintig (of zestig?) jaar kunnen zeggen: wat goed dat we daar toen op systeemniveau al over nadachten.