<img height="1" width="1" style="display:none;" alt="" src="https://px.ads.linkedin.com/collect/?pid=1974505&amp;fmt=gif">
TG_logo_wit
Werken bij

    Waar wij aan werken

    Met onze adviseurs, managers en opleiders dragen we bij aan duurzame, maatschappelijke veranderingen. Denk aan de energietransitie en de klimaatdoelen, de toekomst van de landbouw, goed onderwijs, passende zorg, de slagkracht van onze defensie, oplossingen voor de krapte op de woningmarkt en hoe we het best van A naar B reizen. De uitdagingen zijn groot, maar onze kracht ligt in daadkracht. We laten transities werken.

    Wie we zijn

    Onze adviseurs en managers hebben uiteenlopende expertises en voelen zich verantwoordelijk voor de uitvoering. Duurzaamheid is een integraal onderdeel van onze werkwijze.

    ,

    Recente vacatures

    Holding

    Directiesecretaris

    Wil jij de spil zijn tussen de directie, adviesgroepen en stafafdelingen van TwynstraGudde? Een organisatie met een sterke reputatie voor advies, management en opleidingen, die maatschappelijke impact centraal stelt. Krijg je energie van governance, juridische regelgeving en ondersteuning, en...

    Solliciteer nu
    Vastgoed

    Adviseur strategisch vastgoedmanagement

    Wil jij werken op het snijvlak van vastgoed en organisatie? Ben je in staat om een succesvolle portefeuillestrategie te ontwikkelen? Raak jij echt enthousiast als je de gemaakte keuzes kunt vertalen naar een businesscase en zorg je voor succesvolle besluitvorming? Solliciteer dan naar de functie...

    Solliciteer nu
    Bekijk alle vacatures

    Actief interveniëren in transities

    We staan voor ingrijpende maatschappelijke uitdagingen die dwingen tot herbezinning op hoe we denken, werken en organiseren. De transities in de zorg, klimaatadaptatie, volkshuisvesting, landbouw, vrede en veiligheid, energie én de herinrichting van het landelijk gebied zijn geen geïsoleerde vraagstukken, maar raken de kern van hoe we samenleven en onze toekomst vormgeven. Dit vraagt om meer dan slimme oplossingen of procesoptimalisatie; het dwingt ons om bestaande denkkaders los te laten en de onderliggende spelregels ter discussie te stellen.

    Auteur(s)

    Datum

    26 januari 2026

    Leestijd

    De behoefte om met behulp van bewuste ingrepen te proberen transities te beïnvloeden wordt groter. In de praktijk zie ik dat opdrachtgevers, opgavemanagers, transitieteams en maatschappelijk betrokken burgers worstelen met verschillende uitdagingen, die tegelijk een appèl doen op cognitie (proberen te begrijpen wat er speelt), affectie (doorvoelen wat nu écht belangrijk is) en actie (kleine stappen zetten in grote vraagstukken). In deze blogreeks zoom ik achtereenvolgens in op de cognitieve, affectieve en actieve uitdagingen in transities. Welk repertoire en vaardigheden helpen om met deze uitdagingen om te gaan? In dit laatste blog ga ik in op actieve uitdagingen.

    Actieve uitdagingen

    Actieve uitdagingen doen een appèl op ons handelen. Het gaat over daadkracht, actie en het vermogen om iets dat vastzit in beweging te brengen. ‘Handelen’ verwijst daarmee naar het praktische aspect van doen en uitproberen. In mijn vorige blogs zoomde ik al in op cognitie en affectie in transitieopgaven. Die doen een beroep op ons denken en op onze emotie. Kijk bijvoorbeeld naar de energietransitie, dan is het noodzakelijk dat we:

    • Cognitief begrijpen dat er een noodzaak is om fossiele brandstoffen te vervangen voor duurzame energiebronnen.
    • Doorvoelen dat we echt fundamenteel anders moeten omgaan met ons energieverbruik, het milieu en de natuur. Nu hier, later én elders.

    Maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. Want de transitie wordt pas mogelijk als we niet alleen het huidige afbreken maar tegelijkertijd ook duurzamere alternatieven ontwikkelen. Dat betekent experimenteren, uitproberen, ontwikkelen, falen en weer opstaan.

    Toch gaan we in de praktijk maar beperkt tot concrete actie over. Hoe komt dat? Daar is, afhankelijk van de context en het vraagstuk niet direct een pasklaar antwoord op te geven. Maar ik zie enkele facetten terug die mogelijk een rol spelen op verschillende terreinen:

    1. Het doorbreken van bestaande machtsdynamieken op systeemniveau is een flinke opgave, omdat gevestigde belangen vaak stevig worden bewaakt. Organisaties hebben veelal een lange geschiedenis opgebouwd, waarbij vaste structuren, gewoonten en onderlinge afhankelijkheden zijn ontstaan. Dit maakt dat vernieuwende initiatieven regelmatig stuiten op weerstand, bijvoorbeeld uit angst voor verlies van invloed, onzekerheid over de uitkomst of simpelweg doordat bestaande regels en procedures vernieuwing in de weg staan.
    2. Tegelijkertijd kan er sprake zijn van onduidelijkheid over wie de eerste stap moet zetten, waardoor partijen naar elkaar blijven kijken en daadwerkelijke actie uitblijft. Dit wordt ook wel de ‘verantwoordelijkheidsfuik’ genoemd. Juist in zulke situaties is het van belang om kleine experimenten toe te staan, coalities te smeden met voorlopers en successen zichtbaar te maken, zodat langzaam maar zeker ruimte ontstaat voor verandering en verschuiving van macht.
    3. Ook het omgaan met contrasterende perspectieven en uiteenlopende waarheden vormt een uitdaging; we lopen regelmatig vast in gedoe, spanningen en conflicten, waardoor de neiging ontstaat om er maar mee te stoppen, terwijl volhouden dan juist cruciaal is.
    4. Tot slot merken we vaak dat het lastig is om direct tastbare resultaten of effecten te ervaren. We zetten kleine stappen in het heden, maar het uiteindelijke resultaat op de lange termijn is onzeker en nog niet duidelijk zichtbaar. Dat kán demotiverend werken, echter geloof ik dat juist in die kleine stappen in het heden, een belangrijke sleutel ligt. Door te laten zien hoe het anders kan. 

    In een wereld vol complexe uitdagingen is het essentieel om niet alleen cognitief te begrijpen wat er gaande is en te doorleven dat het fundamenteel anders moet, maar vóóral om daadwerkelijk in actie te komen en met elkaar te handelen en te experimenteren.

    Pasfoto Aniek Janssen

    Laten zien dat het anders kan

    Een actueel voorbeeld is de woningbouwcrisis in Nederland. Het tekort aan betaalbare woningen is alom bekend en wordt breed besproken en geanalyseerd; rapporten en debatten maken duidelijk wat er moet gebeuren en hoe groot de gevolgen zijn voor starters, gezinnen en ouderen. Maar alleen concrete initiatieven - denk aan het versnellen van de uitgifte van vergunningen, parallel plannen-pilots (Rijksoverheid.nl), het aanwijzen van doorbraaklocaties, het omvormen van leegstaande kantoren tot woningen, of het samenbrengen van gemeenten, ontwikkelaars en bewoners voor gezamenlijke oplossingen- kunnen de impasse doorbreken. Dit laat zien dat het doorgronden en doorvoelen van het vraagstuk essentieel zijn, maar dat pas door concrete acties verandering kan ontstaan. Waarbij natuurlijk niet gezegd is dat al deze initiatieven daadwerkelijk tot succes zullen leiden.

    Neem nu de lokale energiecoöperaties: op steeds meer plekken in Nederland nemen bewoners het heft in eigen handen en richten ze samen coöperaties op om hun eigen duurzame stroom op te wekken, bijvoorbeeld via gezamenlijke zonnepanelen op het dak van een sporthal of een windmolen aan de rand van het dorp. Door samen te investeren en de opbrengsten lokaal te benutten, ontstaat niet alleen meer draagvlak voor de energietransitie, maar voelen mensen zich ook daadwerkelijk eigenaar van de verandering. Dit soort initiatieven laat zien dat de kracht van het collectief verder reikt dan alleen praten of analyseren; het komt tot uiting in concrete actie en tastbare resultaten.

    Ook binnen de zorg ontstaan lokale concepten waarbij bewoners, zorgprofessionals en gemeenten samen nieuwe vormen van ondersteuning en zorg organiseren, zoals buurtzorgteams of dorpsondersteuners. Hierdoor kunnen mensen langer zelfstandig blijven wonen, wordt zorg dichtbij georganiseerd en ontstaat er meer betrokkenheid en solidariteit binnen de gemeenschap. Uit onderzoek blijkt dat zelfs dat de zorgkosten hierdoor dalen (RTV Noord, 27 feb 2020). Door samen te experimenteren en bestaande grenzen te doorbreken, tonen deze initiatieven aan dat het anders kan, en dat met kleine stappen op lokaal niveau grote systeemveranderingen in gang gezet kunnen worden.

    Deze voorbeelden onderstrepen dat écht verschil maken vaak begint met simpelweg beginnen: samen de schouders eronder zetten en leren door te doen. Daar horen ook falende experimenten bij. In transitieprocessen is het onvermijdelijk dat niet alles in één keer lukt; falen en mislukken horen er bij. Het besef dat niet alles hoeft te slagen, maar dat door dóór te gaan en te leren van fouten uiteindelijk vooruitgang geboekt wordt, is een belangrijke sleutel voor duurzame vernieuwing. Of zoals René Kemp en Suzanne van den Bosch aangeven: ’Zoeken, leren en experimenteren blijkt hierbij een cruciale combinatie. Duurzame ontwikkeling is een proces van vallen en opstaan. Het vergt innovaties (vernieuwing), maar innovaties worden niet volmaakt geboren. Via praktijkexperimenten kunnen verschillende partijen leren over de potentie van vernieuwingen in termen van toepassing en acceptatie. Het leervermogen van de samenleving voor duurzame ontwikkeling kan worden verbeterd door transitie-experimenten – speciale praktijkexperimenten waarbij geleerd wordt over transities.’ (Kemp, R. & Van den Bosch, S. (2006). Transitie-experimenten. Praktijkexperimenten met de potentie om bij te dragen aan transities. Kenniscentrum voor Duurzame Systeeminnovaties en Transities (TNO/EUR), p. 4-5.

    Essentiële handelingsperspectieven

    Vanuit deze gedachte kunnen we drie essentiële handelingsperspectieven onderscheiden die bijdragen aan succesvolle transities:

    • Samen de toekomst vormgeven door het actief inzetten van interventies om met elkaar de toekomst te verbeelden, vorm te geven en te ontwikkelen in de gewenste richting. We noemen dit de toekomst vormgeven. Dit betekent dat je niet afwacht, maar juist initiatief neemt om richting te geven aan duurzame en veerkrachtige ontwikkeling, zowel persoonlijk als binnen organisaties en de samenleving. Door feiten, trends en ontwikkelingen te duiden en te vertalen naar een inspirerende visie, leg je samen met anderen de basis voor concrete stappen vooruit. Het stellen van doelen, samenwerkingen aangaan, openstaan voor verandering en het organiseren van betrokkenheid zorgen ervoor dat stemmen worden gehoord en beweging ontstaat. Ook al kun je onmogelijk alles vooraf plannen of voorspellen, door kleine, gerichte stappen te zetten – zoals bijvoorbeeld Backcasting als interventie uit de Transitiegids– kun je op de lange termijn echt verschil maken.
    • Verbindend samenspel organiseren- door het faciliteren van samenwerking en verbinding tussen verschillende partijen en belanghebbenden over bestaande grenzen heen. In plaats van ieder vanuit zijn eigen eilandje te werken, wordt gezocht naar manieren om verschillende perspectieven samen te brengen en gezamenlijk richting te bepalen. Denk aan het creëren van netwerken, het voeren van open gesprekken en het samen ontwikkelen van een gedeeld doel. Dit is cruciaal om de juiste energie en kennis te bundelen voor succesvolle transities. Een interventie die hierbij helpt is het werken met de Drijfveren-bewegingskaart, zoals beschreven in de Transitiegids (hoofdstuk 4.8).
    • Doorstaan- het vermogen om te kunnen omgaan met tegenslag, ambiguïteit en onzekerheid, en om veerkrachtig te blijven te midden van deze dynamieken. Het gaat om doorzetten, leren van fouten en flexibel omgaan met de onvermijdelijke uitdagingen die horen bij transities. Door samen ervaringen te delen, elkaar te ondersteunen en dilemma’s bespreekbaar te maken, kun je als groep sterker staan en nieuwe doorbraken realiseren. Een interventie die dit proces ondersteunt is het toepassen van de Botsproef, zoals terug te vinden in de transitiegids (hoofdstuk 4.10). 

    Transities komen voort uit gezamenlijk initiatief, doorzettingsvermogen en het vermogen om over bestaande grenzen heen samen te werken. Door klein en lokaal te experimenteren, kunnen stappen worden gezet richting verandering. Waardoor een mooie ‘lappendeken’ ontstaat voor structurele vernieuwing in organisaties en samenleving.

    Meer dan handen alleen

    Heb je de eerste twee blogs in deze reeks nog niet gelezen? Blog 1 gaat over Cognitief interveniëren in transities (hoofd) waarin ik de nadruk leg op het begrijpen, analyseren en duiden van transitieprocessen. Een focus die ook in de transitiewetenschap vaak de boventoon voert. In blog 2 Affectief intervenieren in transities (hart) leg ik de nadruk op de affectieve dimensie van transities: het doorvoelen van wat er op het spel staat, het verbinden met diepere waarden en het handelen vanuit integriteit.

    Maak kennis met

    Aniek Janssen

    Aniek Janssen

    Partner

    Van een complex verandervraagstuk gaat mijn hart direct sneller kloppen. Sinds mijn studietijd ben ik gefascineerd door wat mensen beweegt in organisaties. Veranderen gaat voor mij over het creëren van beweging in een organisatie, het loslaten van vaak (on)bewuste patronen en het scheppen van ruimte.

    Lees ook