Handelingsperspectief voor Secretaris-Directeur en bestuursadviseur
TwynstraGudde ondersteunde de afgelopen jaren een waterschap bij de vraag hoe het nieuwe bestuur (AB en DB) en de ambtelijke organisatie (directie en bestuursadvies) zich in deze nieuwe context het best kunnen organiseren. Het waterschap wilde een actief en rolvast AB en een professioneel bestuursadvies. Uitgangspunt is dat een toenemende politisering niet vraagt om het dempen van het debat, maar om het ontwerpen van rollen, spelregels en ondersteuning.
Op basis van deze ervaring en andere opdrachten destilleren we drie lessen voor het handelen van SD en bestuursadviseur,
nu en in de volgende bestuursperiode.
Niet ‘minder politiek’, maar een beter geleide politisering versterkt het bestuur en het monistische samenspel.
Arjan Löesink
1. Help bestuurders een lokale interpretatie van monisme te vormen
In theorie is het monisme helder. Het AB is het hoogste bestuursorgaan en heeft het primaat in kaderstelling, besluitvorming en democratische legitimatie. Het DB is samengesteld uit leden van het AB, ontleent daaraan zijn bevoegdheden en voert het beleid uit binnen de kaders van het AB. Daarvoor legt het DB verantwoording af aan het AB.
In de dagelijkse praktijk is dit niet zo eenduidig. Sterke DB ondersteuning, de politieke realiteit en AB leden met ervaring in duale systemen, zoals bij gemeenten, zorgen voor ‘vervaagd monisme’. Bovendien lopen politieke logica (profilering, timing, zichtbaarheid) en institutionele logica (integraliteit, continuïteit, collegialiteit) vaker door elkaar. Dat verhoogt de spanning op het monistische stelsel.
Voor SD en bestuursadviseur ligt hier een belangrijke taak:
-
maak het grijze gebied van het ‘vervaagde’ monisme bespreekbaar en help AB en DB te bepalen hoe zij het monisme willen invullen;
-
introduceer hulpmiddelen, zoals de praatplaat monisme–dualisme, om consequenties van keuzes (bijvoorbeeld in ondersteuning, vergaderstructuur, rolopvatting) zichtbaar en concreet te maken;
-
faciliteer het gesprek, zonder zelf normerend te worden, maar door helder te maken welke opties er zijn en hoe die elkaar beïnvloeden.
Dit geeft het bestuur meer inzicht in onderlinge verwachtingen en verhoudingen, in de kaders waarbinnen ze dient te handelen en in aandachtspunten voor het verbeteren van de monistische samenwerking.

2. Erken verschillen in belangen van AB en DB en organiseer ondersteuning
Monisme wordt vaak uitgelegd als ‘één bestuur met één belang’, maar dit is bestuurlijk niet realistisch. AB en DB hebben formele en feitelijke verschillende belangen, rollen en verantwoordelijkheden. Door deze verschillen te benoemen, ontstaat ruimte om het AB beter te ondersteunen en te professionaliseren. In een politieker bestuur worden deze belangen verschillen scherper, juist omdat partijen zich duidelijker willen positioneren en het AB vaker alternatieven verlangt.
Het handelingsperspectief voor SD en bestuursadviseur:
-
normaliseer het gesprek over belangenverschillen in plaats van ze weg te redeneren;
-
maak een onafhankelijke AB ondersteuning bespreekbaar, zonder te kiezen voor een volledig dualistische griffieconstructie die de afstand tussen AB en DB onnodig vergroot;
-
zorg voor een professioneel en rolvast team van bestuursadviseurs, waarin AB adviseurs proactief opereren en het AB in positie brengen.
Hierdoor kan het AB beter kaderstellend en controlerend optreden, juist in een context van toenemende politisering en versnippering van partijen en belangen.
Een accurate aansturing is een randvoorwaarde voor vertrouwen en stabiliteit in het bestuurlijk-ambtelijk samenspel.
Vincent Jumelet
3. Maak duidelijke aansturingslijnen, zeker bij gescheiden ondersteuning
Als AB en DB eigen adviseurs hebben, vragen hun aansturingslijnen om een zorgvuldig ontwerp. Onduidelijkheid vergroot het risico op spanning in de dagelijkse werkzaamheden van de adviseurs.
Voor de SD en bestuursadviseur betekent dit:
-
werk met een helder model voor het ontwerpen van de sturingslijnen. Maak hiërarchische, functionele en output aansturing van de bestuursadviseurs concreet;
-
gebruik multidimensionale aansturing. Zo kan de teamleider bestuursadvies verantwoordelijk zijn voor de hiërarchische en functionele sturing van AB- en DB-adviseurs, terwijl een AB-adviseur op output wordt aangestuurd door AB leden, dijkgraaf, SD en de teamleider. Tegelijkertijd kan een DB-adviseur weer worden aangestuurd door DB-leden, SD, andere directeuren en de teamleider;
-
borg eenduidige en navolgbare afspraken tussen de adviseur en bestuurders, zodat adviseurs veilig en professioneel opereren.
Een accurate aansturing is een randvoorwaarde voor vertrouwen en stabiliteit in het bestuurlijk-ambtelijk samenspel. Juist in een politieker bestuur zijn heldere aansturingslijnen en spelregels randvoorwaardelijk voor vertrouwen voor bestuurders én adviseurs.

Voortdurend schakelen
De bestuurlijke dynamiek bij waterschappen verandert snel. Dat vraagt van SD en bestuursadviseur dat ze voortdurend
schakelen tussen inhoud, proces, rollen en belangen. Hierbij geldt dat niet ‘minder politiek’, maar een beter geleide politisering het bestuur en het monistische samenspel versterkt. Door monisme expliciet te maken, belangenverschillen te erkennen en ondersteuning te organiseren en in te richten, creëren ze een stevig fundament onder het bestuur. Hier hoeft niet mee gewacht te worden tot na de verkiezingen. Ook in deze bestuursperiode kan hieraan volop aan worden gewerkt.
Dit artikel komt het magazine Samenspel in sturing, wil je het volledige magazine lezen? Download het magazine hieronder.