Wat is plekgedoe?
Plekgedoe is een informele term die verwijst naar een verstoring van de ordening in een team. Al dan niet bewust functioneert elk team op basis van principes of regels, waaronder de juiste plek voor ieder teamlid. Plekken zijn te vergelijken met die in een sportteam, op het voetbalveld heeft elke speler een eigen plek. Wanneer iedereen die op de juiste manier inneemt, ontstaat een sterk samenspel. Wanneer iemand ongevraagd op de plek van een ander gaat staan (bijvoorbeeld als een teamspeler meefluit, de keeper het veld oprent of de spits alleen maar wil verdedigen) blokkeert het samenspel. Als de ordening verstoord is, ontstaat plekgedoe. Zo werkt het ook in een team in een organisatie.
Wanneer is sprake van plekgedoe?
Plekgedoe in teams herken je aan spanning of vaagheid rondom rollen, erkenning of hiërarchie. Bekende voorbeelden zijn:
-
Als niet duidelijk is wie waarover gaat en wie welk mandaat heeft (een speler fluit mee, terwijl dat niet zijn rol is).
-
Als teamleden zich niet gezien of gehoord voelen (een speler krijgt de bal nooit toegespeeld en moet zich daardoor overschreeuwen).
-
Als een informele leider meer invloed heeft dan de formele leider (bij besluiten op het veld kijken spelers niet naar de coach of de scheidsrechter, maar naar de ‘willekeurige’ rechtsachter).
-
Als de teamleider te graag one of the guys wil zijn (de coach staat op het veld in plaats van langs de zijlijn).
-
Als teamleden het leiderschap van de manager niet accepteren (aanwijzingen van de coach worden niet opgevolgd).
Kenmerkend voor plekgedoe is dat de uitingsvorm vaak een symptoom is van iets wat minder kenbaar of zichtbaar is. Dit los je niet op door inhoudelijke afspraken te herhalen, te onderhandelen of door strengere regels toe te passen, wat bij een conflict mogelijk wel helpt. Plekgedoe los je op door de ordening te herstellen. Daar speel je als manager een rol in.
Wat speelt zich af op jouw plek?
Tom, een ervaren leider, is sinds kort teammanager op een zorgafdeling. Hij komt met energie en ideeën binnen, maar merkt al snel dat het team passief reageert op zijn plannen. Tom probeert zijn teamleden te betrekken en stimuleert ze om mee te denken over de koers van het team. Dat komt niet goed van de grond. Er wordt wel geluisterd, maar er wordt niet gehandeld. Hij vindt het lastig om aansluiting te vinden bij de teamleden. Hij wordt er onzeker van en twijfelt of hij het wel goed doet. In gesprek met een collega hoort Tom dat zijn voorganger een dominante, sturende stijl van managen had. Zij heeft het team twaalf jaar geleid, maar haar vertrek was abrupt na een conflict met de directie. Er werd veel over gesproken in de wandelgangen, maar wat er precies is gebeurd, weet niemand.
In bovenstaand voorbeeld merkt Tom dat zijn leiderschap niet wordt geaccepteerd. Teamleden luisteren wel, maar handelen daar niet naar. Voor Tom voelt het alsof hij het team niet aan zet krijgt. Hij is de coach die aan de zijlijn staat en aanwijzingen het veld in roept, maar de spelers blijven passief spelen zonder te scoren. Wat kan er aan de hand zijn op zijn plek als manager?
Teamdynamieken, of reacties van teamleden, ontstaan niet voor niets. Vaak is daar een logische reden voor. Een reden die niet per se redelijk is, maar wel verklaarbaar. Zo vraagt Tom zich ook af, waarom zijn teamleden zich zo gedragen, wat er is gebeurd, wat dat logisch maakt. Het gesprek met zijn collega maakt hem duidelijk dat het mogelijk iets te maken heeft met Toms voorganger. Zeker als je een nieuwe manager bent van een bestaand team kan zich al veel hebben afgespeeld op jouw plek waar je geen weet van hebt. Gedoe kan worden veroorzaakt, doordat je plek (onbewust) bezet is, belast, onduidelijk of gecreëerd. Pas als je plek ‘vrij’ is kan je je rol als manager krachtig en authentiek vervullen.
Jouw plek is bezet. Het voelt alsof je in de schoenen van je voorganger stapt, waarmee je teamleden je steeds vergelijken. Als ze je voorganger hoog in het vaandel hadden staan, kan het voor jou als teammanager voelen alsof je nooit aan dezelfde standaard kan voldoen. De naam van je voorganger valt nog vaak en onbewust verwachten de teamleden dat je precies hetzelfde doet. Omdat je het goed wil doen, ga je voorbij aan je eigen stijl en grens. Zolang er nog iemand anders op die plek
staat, is er geen ruimte voor jou. Jouw plek is belast. Er kleeft iets uit het verleden op de plek. Hoe de teamleden reageren, is nog gekleurd door wat zich eerder heeft afgespeeld. Bijvoorbeeld na een intensieve ontslagronde gedragen teamleden zich nog afwachtend of voorzichtig. Of, zoals in het voorbeeld van Tom, de vorige manager (te) dominant was en weinig ruimte liet voor de mening of initiatieven van de teamleden. Zij gedragen zich nog in de context van hoe het was en durven nog niet goed in de nieuwe situatie te stappen. Ze zijn nog voorzichtig en kijken de kat uit de boom. Daardoor kom jij als manager ook nog niet goed tot je recht in het leidinggeven.
Gehele artikel lezen?
Dit artikel maakt deel uit van het magazine 'De Manager in transitie(s)'. Een magazine over (nieuw) leiderschap en management. Over het vak en de mensen die het vormgeven. Over de manager van nu én morgen. Over nieuw leiderschap dat past bij de complexe transities waar organisaties voor staan. En ons perspectief op ongewoon management. Download het magazine hieronder.