In het stadhuis van Eindhoven staat wethouder Robert Strijk voor een grote kaart van de stad. Hij wijst aan wat er allemaal gaat veranderen: minder auto’s in de binnenstad, soepeler door rijden op de ring, meer deel- mobiliteit. Ook de straat naast het stadhuis, zichtbaar achter een grote glazen wand, gaat op de schop. De driebaansweg en kale stoepen zullen plaatsmaken voor brede fietspaden en veel groen. Het is allemaal onderdeel van het Masterplan Mobiliteit, dat schetst hoe Eindhoven er in 2050 zou moeten uitzien. Advi seur David Ubbens hielp het plan vormgeven en is een middag terug in Eindhoven. Samen met de wethouder, die aantrad nadat het plan net was afgerond, blikt hij terug én vooruit.

In gesprek met David Ubbens en Robert Strijk
David: ‘Ongelofelijk hoe Eindhoven zich aan het ontwikkelen is, het is echt een stad waar veel gebeurt. Ik vond het bijzonder om juist in deze stad een plan voor de toekomst te maken.’
Robert: ‘Ja, de stad is flink aan het groeien. De komende tien-vijftien jaar willen we 40 duizend nieuwe woningen bouwen, een derde van het huidige aantal. De economische groei is hier dubbel zo hoog als in de rest van Nederland, dus het is een aantrekkelijke plek om naartoe te komen. Dat komt onder andere door bedrijven zoals ASML. Dat is een vlaggenschip in een hele vloot van kleine en grotere bedrijven. De hightech-sector is booming en die groei wil je faciliteren. Die sector maakt Nederland een wereldspeler. Tegelijkertijd is die groei ook heel spannend en maken delen van de stad zich daar ook terecht
zorgen over. Je wil wel dat mensen hier in 2050 nog steeds fijn kunnen wonen.’
David: ‘Hoe belangrijk is het voor een groeiende stad om mobiliteit goed te organiseren?’
Robert: ‘Als er 40 duizend woningen bijkomen en iedereen blijft op dezelfde manier reizen als nu, is Eindhoven geen leuke stad meer. Dan staan straten helemaal vol met auto’s, is de lucht niet meer schoon, en is het niet meer veilig. Mobiliteit is dus een belangrijk middel om die groei te faciliteren. Het is natuurlijk geen doel op zich. Je verplaatst je niet om je te verplaatsen, maar omdat je ergens naartoe wil. Dat is het mooie van het masterplan: het doet een stapje terug en kijkt naar waar het echt om gaat. Welke waarden hebben we? Wat voor stad willen we zijn? Dan kom je uit op de zeven dromen die we heb
ben voor 2050, bijvoorbeeld dat Eindhoven een veilige en gezonde plek is, waar je je thuis kunt voelen. Als je die dromen wilt bereiken, móét je aan de slag met mobiliteit.
Daar komt natuurlijk weerstand bij kijken. Maar ik geloof in de visie achter dit plan. Toen ik in 2024 hoorde dat de positie van wethouder Mobiliteit vrijkwam was ik direct enthousiast, want Eindhoven is een dynamische regio. Maar het masterplan was belangrijk in mijn beslissing. Ik zou hier niet naartoe zijn gekomen als ik er niet volledig achter had gestaan.
David: ‘Tijdens het maken van het masterplan kregen we veel vrijheid om een stevig en creatief proces te ontwerpen. We hebben vele bijeenkomsten georganiseerd, een lesmodule ontwikkeld samen met Fontys Hogeschool, we zijn tijdens de Dutch Design week gaan experimenteren met het anders inrichten van parkeerplaatsen en we hebben een film gemaakt. Dat hielp om enthousiasme te creëren, uit het hier en nu te komen en verschillende perspectieven bij het plan te betrekken.
In eerste instantie wilden we een plan opstellen voor 2040, maar voor die periode lag er eigenlijk al heel veel vast.’
Robert: ‘Precies, je moet verder durven dromen.’
David: ‘Toen we de grens verlegden naar 2050 kwam de creativiteit op gang. We zijn dromenlabs gaan organiseren, waarbij we inwoners hebben uitgenodigd om te dromen over de toekomst van de stad. We spraken met experts en wetenschap
pers, maar gaven het plan ook samen met inwoners vorm. We organiseerden ook kennislabs met experts en wetenschappers en straatlabs waarin we de straat op zijn gegaan om met inwoners te spreken.’
Robert: ‘Ik vind het een mooie insteek om je te laten inspireren door wetenschappers én door de Eindhovenaar zelf. Het bij elkaar brengen van al die invalshoeken helpt om de juiste ambities te bepalen. Je moet inderdaad met een integrale blik naar de stad kijken. Voordeel is ook dat het plan zo is opgesteld dat verschillende hoeken van het politieke spectrum zich erin kunnen vinden. Dat is belangrijk voor het draagvlak, ook op de lange termijn.
David: ‘Bijzonder aan het masterplan was dat het heeft geholpen om uit te zoomen, naar de hele stad te kijken en in één keer veel beslissingen tegelijk te nemen. Ook besluiten waarvoor je voorafgaand aan het plan aparte trajecten nodig had met soms lange doorlooptijden. Op welke manier helpt het masterplan nog steeds in de stappen die nu gezet worden?’
We konden uitzoomen, naar de hele stad kijken en in één keer veel beslissingen tegelijk nemen.
David Ubbens
Senior adviseur Mobiliteit en Infrastructuur
Robert: ‘Ik kan als wethouder altijd teruggrijpen op het plan. Als er weerstand is omdat er moeilijke beslissingen gemaakt moeten worden, dan kan ik verwijzen naar het grotere plaatje en laten zien dat de maatregelen passen in ons beeld van hoe de stad eruit komt te zien. Dat helpt enorm, ook in de raad. De komende jaren zal Eindhoven qua mobiliteit flink veranderen. Omdat we de kaders voor die veranderingen al hebben vastgesteld, kunnen we verder. Zo werken we op dit moment aan de nieuwe verkeerscirculatie van het autoverkeer in de stad. We maken meer ruimte voor pleinen, vergroening en actieve
mobiliteit, maar willen ook de doorstroming van het autoverkeer op de Ring verbeteren. Het masterplan is de basis voor deze uitwerking. Ook wil ik de komende jaren graag aan de slag met deelmobiliteit. Een groeiende stad is bij uitstek de plek om daar vaart achter te zetten. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen weerbarstigheden meer zijn. Er zijn veel afwegingen te maken, van de vraag of we het allemaal kunnen betalen tot de praktische uitwerking van concrete maatregelen. Het masterplan is niet in beton gegoten, maar we kunnen stap voor stap toewerken naar onze dromen voor Eindhoven.’