<img height="1" width="1" style="display:none;" alt="" src="https://px.ads.linkedin.com/collect/?pid=1974505&amp;fmt=gif">
TG_logo_wit
Werken bij

    Waar wij aan werken

    Met onze adviseurs, managers en opleiders dragen we bij aan duurzame, maatschappelijke veranderingen. Denk aan de energietransitie en de klimaatdoelen, de toekomst van de landbouw, goed onderwijs, passende zorg, de slagkracht van onze defensie, oplossingen voor de krapte op de woningmarkt en hoe we het best van A naar B reizen. De uitdagingen zijn groot, maar onze kracht ligt in daadkracht. We laten transities werken.

    Wie we zijn

    Onze adviseurs en managers hebben uiteenlopende expertises en voelen zich verantwoordelijk voor de uitvoering. Duurzaamheid is een integraal onderdeel van onze werkwijze.

    ,

    Recente vacatures

    Huisvesting, Vastgoed en Facility management

    Managementassistent Huisvesting, Vastgoed en Facility Management

    Ben jij een proactieve en veelzijdige managementassistent die graag het verschil maakt in een dynamische werkomgeving? Wil jij een spilfunctie vervullen binnen onze adviesgroep en maatschappelijke impact maken? Dan zijn we op zoek naar jou! Een uitdagende en afwisselende functie met veel eigen...

    Solliciteer nu
    Verandermanagement

    Adviseur digitale transitie in het waterdomein

    Wij zoeken een enthousiaste collega om onze opdrachtgevers in het waterdomein te helpen met vraagstukken voor samenwerken, organiseren en realiseren op het terrein van digitale transities. Jij helpt opdrachtgevers zich professioneel te organiseren in een veranderende digitale context, omdat...

    Solliciteer nu
    Bekijk alle vacatures

    Zijn complexe problemen in het landelijk gebied wel centraal te sturen?

    De rol van de Rijksoverheid bij de aanpak van het landelijk gebied wisselde per kabinet, maar het doel bleef steeds hetzelfde: grip krijgen op complexe problemen. Via het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) gaf minister Van der Wal een krachtige invulling aan die ambitie, met een budget van 25 miljard euro en de oprichting van de Regieorganisatie Landelijk Gebied (RTLG). Provincies moesten hun eigen programma’s opstellen en gebiedsprocessen starten. Hoewel het NPLG inmiddels is stopgezet, lijkt het kabinet‑Jetten aan een herstart te werken. Dat roept de vraag op: is landelijke regie wenselijk omdat de problemen groot en complex zijn, of juist riskant omdat de benodigde kennis niet centraal te verzamelen is?

    Auteur(s)

    Datum

    11 februari 2026

    Leestijd

    Zijn complexe problemen wel centraal te sturen

    Waarom centralisatie botst met de aard van complexe problemen

    De roep om een herstart van het NPLG is begrijpelijk. Professionals zoeken duidelijkheid en sturing, en het Rijk heeft nu eenmaal de middelen en zichtbaarheid. Dat zien we ook bij dossiers als de Ontwerp-Nota Ruimte en het klimaatakkoord. Maar de vraag blijft: werkt centrale regie wel bij écht complexe problemen? 

    De hoeveelheid informatie die nodig is voor goede besluitvorming is zó groot, zó gedetailleerd en zó verspreid over de tijd, dat deze niet centraal te verzamelen of te begrijpen is. Daardoor ontstaat een onvermijdelijke kenniskloof: het Rijk moet keuzes maken op basis van onvolledige aannames.

    Dat leidt regelmatig tot onbedoelde neveneffecten. De stikstofuitkoopregeling verlaagde weliswaar de uitstoot, maar zorgde tegelijk voor meer akkerbouw met extra watergebruik en meer bestrijdingsmiddelen op ongewenste plekken. Betrokkenen zagen dit aankomen, maar het speelde geen rol in de besluitvorming. Het stikstofkaartje moest duidelijkheid brengen, maar leidde bijna tot een agrarische opstand. Ook hier miste het Rijk cruciale informatie. 

    Zo verandert een complex probleem in de besluitvorming noodgedwongen in een eenvoudiger probleem. Maar dan rijst de vraag: wat los je dan eigenlijk op?

    De werkelijkheid is integraal, plannen niet

    Gebiedsgerichte processen brengen partijen bij elkaar, maar leveren zelden de diepgaande informatie op die nodig is voor robuuste besluitvorming. Plannen zijn gebaseerd op historische gegevens, terwijl de werkelijkheid continu verandert. Daardoor lopen plannen al snel achter op de realiteit en rusten ze op aannames met een groot risico. 

    Wie investeert, wanneer en waarom, valt vooraf nauwelijks te voorspellen. Ondernemers en bestuurders reageren op marktontwikkelingen, politieke keuzes en persoonlijke omstandigheden. Juist deze duizenden individuele beslissingen vormen de echte motor achter gebiedsverandering. De dynamiek in een gebied ontstaat dus niet uit plannen, maar uit dit voortdurende samenspel van keuzes in de tijd. Daarom vraagt een effectieve aanpak niet alleen om Rijkskaders of gebiedswensen, maar vooral om het vermogen om flexibel in te spelen op toekomstige beslissingen van betrokken partijen. Een gezamenlijk gedragen toekomstperspectief , waarin ook de kaders van hogere overheden passen, vormt daarbij slechts het startpunt. 

    De waarde van zo’n toekomstperspectief stijgt wanneer het financieel wordt doorgerekend. Dat laat zien of een plan haalbaar is op gebiedsniveau, maar zegt nog niets over de uitvoerbaarheid voor individuele partijen. De verdeling van kosten en opbrengsten bepaalt wie in actie komt. Rendabele onderdelen worden door de markt opgepakt; investeringen met kosten of risico’s, zoals in natuur of infrastructuur, blijven liggen. Als een plan zowel financieel haalbaar is als dat kosten en opbrengsten eerlijk zijn verdeeld, kunnen alle gebiedsdoelen worden gerealiseerd. Een financieel doordacht gebiedsplan vormt zo de schakel tussen het toekomstbeeld en concreet handelingsperspectief. Een uitvoeringsorganisatie kan vervolgens beslissingen faseren, monitoren en laten aansluiten op het investeringsritme van overheid en markt.

    Mijn conclusie: complexe problemen in het landelijk gebied laten zich niet centraal sturen. Ze vragen een dynamische aanpak in een langdurig samenspel tussen overheden en marktpartijen. Kaders kun je meegeven, maar echte regie ontstaat alleen daar waar beslissingen daadwerkelijk worden genomen: lokaal, in de dynamiek van plaats en tijd.

    Maak kennis met

    Michiel Cappendijk

    Michiel Cappendijk

    Principal adviseur

    Voor mijn opdrachtgevers combineer ik de kwaliteit van publieke besluitvorming met de investeringskracht uit de markt. Juist in het landelijk gebied komt dit samen, omdat agrarische ondernemers voor een belangrijk deel het landschap vormen en beheren.

    Lees ook