Dekmantelbedrijven zijn geen nieuw probleem
Jan wil direct een misverstand uit de wereld helpen: dekmantelbedrijven bestaan al lang. ‘Toen ik als financieel rechercheur begon, kreeg ik er al mee te maken. Ook toen wisten we precies hoe het werkte. Toch hebben we het met elkaar genormaliseerd. We zijn het gaan zien als iets dat erbij hoort. Binnen het systeem ontstond de gedachte dat de Belastingdienst, de politie of de FIOD het wel zou oppakken. Iedereen ging ervan uit dat een ander het voortouw zou nemen. Inmiddels zijn het er zo veel, dat handhaving en opsporing structureel achter de feiten aanlopen.’
Criminaliteit zonder uithalers
De politie en haar partners zien nu steeds vaker dat criminaliteit ongemerkt door het systeem glipt. Geen uithalers meer, geen corrupte havenmedewerkers, geen spectaculaire onderscheppingen. ‘Op papier klopt alles’, geeft Janse aan. ‘Een bedrijfje in Zuid-Amerika stuurt een zending naar Nederland, een importeur staat ingeschreven, een expediteur regelt het transport en uiteindelijk komt het bij een loods terecht. Alles lijkt keurig geregeld’. Juist daardoor valt het niet op. De lading gaat mee met de reguliere goederenstroom. In Nederland wordt deze afgeleverd bij een loods, uitgepakt en verspreid. ‘Voor de haven is dit ideaal. Je ziet geen uithalers, geen corruptie. Het gaat er gewoon doorheen. Maar ondertussen stroomt de criminaliteit probleemloos mee.’
Gemis van een poortwachter
Criminelen richten bedrijven opvallend eenvoudig op. ‘Dat verbaast mij nog steeds’, zegt Janse. ‘Criminelen komen ongelooflijk makkelijk in het handelsregister.’ Op operationeel niveau heeft de politie hierover regelmatig contact met de Kamer van Koophandel. Ook daar leven twijfels. Medewerkers van de Kamer van Koophandel voelen vaak feilloos aan dat er iets niet klopt. Toch wordt het bedrijf ingeschreven. ‘De Kamer zegt: wij hebben geen poortwachtersfunctie meer. Die hadden we vroeger wel, maar nu registreren we alleen.’
Daar wringt het. ‘Veel opsporings- en handhavingsorganisaties denken nog steeds: je schrijft toch geen bedrijf in waarvan je weet dat het fout zit? Maar het antwoord is: dat doen we wel. Want registreren is registreren.’ Het gevolg: criminelen beschikken binnen korte tijd over meerdere bv’s, stichtingen of schijnconstructies. ‘Dat is niet nieuw’, benadrukt Janse, ‘maar de schaal wel.’
Iedereen ziet het probleem, niemand pakt het op
Bij een recente screening van één adres bleek ongeveer twintig procent van de ingeschreven bedrijven verdacht. ‘Dat vind ik fors,’ zegt Janse, ‘En dat was nog maar één locatie.’ Het probleem is niet dat we het niet zien. Het probleem is dat niemand zich verantwoordelijk voelt. ‘We hebben het allemaal genormaliseerd. Het idee is: dit is een opsporingsvraagstuk, dat lossen we via die weg op. Maar tegen de tijd dat de politie er is, is het bedrijf alweer opgeheven en bestaan er tien nieuwe.’
Zo ontstaat het blinde vlekprobleem van Nederland: spookbedrijven die niemand echt tegenhoudt en waar criminaliteit zich ongezien achter verschuilt.
Het probleem is niet dat we het niet zien. Het probleem is dat niemand zich verantwoordelijk voelt.
Jan Janse
Districtschef Zeehaven bij de politie-eenheid Rotterdam
Dit vraagt om preventie, niet om repressie achteraf
‘De aanpak moet om’, volgens Janse. ‘Niet wachten tot iets strafbaar bewezen is, maar voorkomen dat dit soort bedrijven überhaupt ontstaan of blijven bestaan. Dat kan al onder de huidige wetgeving:
-
Een sterkere poortwachtersrol bij inschrijving.
-
Kritische vragen over startkapitaal en bedrijfsactiviteiten.
-
Schrappen bij evidente onregelmatigheden.
-
Slimme signalering, bijvoorbeeld bij lege panden, geen jaarrekening, geen enkele online aanwezigheid.
In de haven gebeurt dit al. Als een bedrijf zich wil vestigen, stellen we vragen. Vaak trekken ze zich dan terug. Dat werkt buitengewoon effectief.’
Informatie moet kunnen stromen
‘Daarnaast geloof ik sterk in het delen van signalen. Niet direct harde beschuldigingen, maar kleine vlaggetjes. Als meerdere partners dezelfde signalen zien, ontstaat een patroon. Dat vraagt geen privacy doorbraken, maar een andere cultuur. Erkennen dat bedrijven iets anders zijn dan natuurlijke personen. Vertrouwen moet verdiend worden. Transparantie is belangrijk. Laat een ondernemer weten: er zijn signalen, we kijken extra mee. Dat is eerlijk. En eerlijkheid werkt preventief.’
Van bewustwording naar actie
‘Waarom ik dit zo nadrukkelijk blijf agenderen? Omdat ik voor het eerst in jaren zie dat de geesten rijp zijn. Burgemeesters herkennen het. Havenpartners herkennen het. Toezichthouders herkennen het. We hebben dertig jaar aan bewustwording gehad. Nu is het tijd voor actie’, aldus Janse. ‘Zolang we accepteren dat iedereen een bedrijf kan oprichten zonder echte toets, blijft ondermijning een papieren werkelijkheid tot het ons allemaal raakt.'