‘Onze huidige straten zijn vaak volledig ingericht voor verkeer. De parkeerdruk is hoog’, zegt Lilian Verkleij. Zij is beleidsmedewerker Mobiliteit bij de gemeente Den Haag. Niet voor niets was parkeren een veelgehoord thema bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Ook bij TwynstraGudde houdt dit thema ons bezig. Als principal adviseur Mobiliteit en Infrastructuur zie ik dat gemeenten voor de opgave staan om over te stappen van het klassieke verkeers- en inrichtingsbeleid naar een integrale aanpak van gebieds- en leefomgevingsontwikkeling. Ook daar waar doorstroming en verkeersveiligheid centraal staan, zal voor een eerlijke ruimteverdeling plek gevonden moeten worden voor groen, sociale ontmoeting, klimaatadaptatie en ruimte om te spelen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Bottom-up
Toch komt er in Den Haag langzaam een beweging op gang. ‘Bottom-up’, zegt Lilian. ‘We leggen niets van bovenaf op. Dit zijn echt projecten die beginnen bij bewoners.’ We fietsen met haar langs een paar van die projecten. In de 1e de Riemerstraat zijn twee bomen op parkeerruimte geplaatst. Veel mensen bezitten hier geen auto en toch is de parkeerdruk er erg hoog. ‘Dit is een straat zonder openbaar groen’, vertelt ze. ‘Maar je ziet hier dat mensen toch moeite doen om er wat van te maken. Er zijn geveltuintjes en verderop een grote olijfboom.’
Autodelen koppelen aan groen
Dat de bomen er zijn gekomen en er parkeerruimte voor is opgeheven is een lang proces, waarbij autodelen een belangrijke rol speelt. In deze wijk is een autodeelgroep actief. Zestien huishoudens delen twee auto’s. Lilian vertelt: ‘We koppelen de vraag om meer groen aan het feit dat in deze buurt bewoners met elkaar in een groep auto’s delen. Zij maken met het delen van de auto’s ruimte in de buurt. Voor elke deelauto rekent de gemeente met vier vrijgekomen plekken. Een is voor de deelauto zelf, een is om de parkeerdruk te verlagen en twee zijn er voor iets anders, zoals bomen. ‘Natuurlijk heb je soms te maken met emoties. Sommige bewoners willen geen parkeerplekken kwijt. Maar doordat dit verhaal eraan vastzit, ontstaat er draagvlak bij mensen om dit soort initiatieven letterlijk en figuurlijk ruimte te geven.’

Draagvlakmeting
Als de gemeente en de direct-omwonenden toestemming hebben gegeven, worden de bomen eerst tijdelijk in bakken geplaatst; een proefperiode van een aantal weken, die wordt afgesloten met een draagvlakmeting in de straat. Is 50% van de bewoners voor de komst van de bomen, dan worden ze, zoals afgelopen voorjaar in de 1e de Riemerstraat is gebeurd, definitief in de grond geplant. ‘De gemeente heeft zelf ook een systeemverandering te doorstaan’, zegt Lilian. ‘Voor deze twee bomen moest ik vanuit de afdeling Mobiliteit een hele kolom van afdelingen en toetsingsorganen door. Maar de samenwerking verloopt steeds beter. Ook deze kleine ‘transities’ in de openbare ruimte moeten we koesteren, ze zijn inspirerende voorbeelden voor anderen. En we brengen als gemeente hiermee ook het autodelen onder de aandacht; dat is de toekomst. Kijk, sommige mensen hebben hun auto echt nodig, maar mensen die kunnen delen, moeten we verleiden. En veranderen kost tijd. De OV-fiets heeft ook lang geduurd, die is nu niet meer uit ons mobiliteitssysteem weg te denken.’ Autodeelgroepen in Den Haag kunnen subsidie aanvragen om een groep te starten (voor een proefperiode) en om uit te breiden.
Minder fietsen tegen de gevel
Een ander initiatief ter bevordering van de leefbaarheid in de straat is de fietsvlonder, een idee dat oorspronkelijk uit Rotterdam komt. De fietsvlonder is een proefopstelling op een parkeerplek waar fietsers hun fiets aan de bekende nietjes kunnen vastzetten. Dit voorkomt dat teveel fietsen tegen gevels worden gezet, waardoor er op de stoepen nauwelijks ruimte is om bijvoorbeeld met kinderwagens of een rolstoel te bewegen. ‘De fietsvlonder komt bij de initiatiefnemers voor de deur’, vertelt Lilian. ‘De autodeelvoorwaarde zit hier niet aan vast. De noodzaak is direct zichtbaar. Daarnaast is het in feite een uitwisseling tussen mobiliteitsvormen: een plek om één auto te parkeren wordt ingeruild voor het kunnen stallen van acht tot tien fietsen.’ Ook hier is na enkele weken een draagvlakmeting die de doorslag moet geven. Is 50% van de bewoners voor, dan wordt de parkeerplaats ‘verstoept’. De vlonder krijgt dan weer een ander plekje. In de stad rouleren er nu een stuk of acht.’
Picknicktafel als ontmoetingsplek
We eindigen de rondrit in de Fultonstraat, een sympathieke straat met voortuintjes. Aan groen geen gebrek. ‘Ook hier is de parkeerdruk hoog’, zegt Lilian, ‘maar bewoners vinden ook dat er in hun straat te weinig ruimte is voor ontmoeting en spelen.’ Daar brachten de bewoners zelf verandering in. ‘Eerst op een burgerlijk ongehoorzame manier, door wat in de buurt bekend werd als de debatmobiel’, zeggen bewoners en initiatiefnemers Estelle Smits en Eline Keus. ‘We gingen de wijken in en met mensen de discussie aan of bewoners zonder auto ook een parkeerplek mochten claimen. We wilden er zelfs voor betalen’. De bewoners vervingen na zeven jaar de debatmobiel door een picknicktafel. De plek bleef een sociale ontmoetingsplek in de straat. Tot er één klacht bij de gemeente binnenkwam. Want de tafel nam een parkeerplek in. ‘Toen zijn we in actie gekomen’, zegt Eline. ‘We hebben de kinderen bij elkaar getrommeld en met spandoeken op de tafel gezet en een video gemaakt, die op LinkedIn viraal ging. De kinderen kwamen zelfs op het Jeugdjournaal en ook NPO1 besteedde er aandacht aan.’ De ophef zette ook de gemeente aan tot actie. Lilian kwam in contact met Estelle en Eline en ook hier werd de mogelijkheid onderzocht om een leefbaarheidsproject te koppelen aan autodelen. In de coöperatie DEEL delen ca. 110 huishoudens (ca. 200 chauffeurs) in de buurt zestien auto’s. ‘Door duurzame mobiliteit te koppelen aan leefbaarheid won het initiatief zelfs een EU-subsidie’, zegt Lilian. ‘Daarmee onderzoeken we de kracht van bottom-up initiatieven, de samenwerking tussen bewoners en gemeente en leren we van een aantal proefprojecten. De tijdelijke tafel is nu ingeruild voor een definitieve grote picknicktafel van de gemeente. ‘De picknickbank wordt regelmatig gebruikt. In de winter natuurlijk wel veel minder, maar op zo maar een dag zitten we in eens met acht buren aan tafel, iedereen is welkom.’ Het initiatief in de Fultonstraat is inmiddels een eindje verderop in de buurt van de autodeelgroep opgevolgd door nóg een proef met een bankje op een parkeerplek. Dagelijks komt daar nu jong en oud spontaan bij elkaar voor een praatje of een spelletje.

Huur een buur
Initiatiefnemers Eline en Estelle zetten hun kennis en ervaring nu ook in bij andere bewonersinitiatieven in Den Haag. Als ‘Huur een buur’ worden zij door de gemeente ingehuurd om bewoners die in hun straat ook willen vergroenen of een plek willen voor ontmoeting of spelen te begeleiden in het proces. ‘Het feit dat we bewoners zijn helpt daarbij. We kijken vanuit het perspectief van de bewoners en niet vanuit de gemeente. We sturen op eigenaarschap. Inmiddels zijn we samen met de gemeente de beweging ‘Ruimtemakers Den Haag’ begonnen, met een eigen website waar we met veel enthousiasme informatie en ervaringen kunnen delen met andere geïnteresseerde bewoners, of andere gemeenten.’
Van los initiatief naar structurele verandering
Met TwynstraGudde stimuleren we om tot een nieuwe, rechtvaardiger inrichting van de straat te komen die past bij de behoeften van deze tijd. Bij veel gemeenten lopen er al losse experimenten zoals parklets en leefstraten, maar structurele herinrichting blijft een taai proces. We zetten mini-experimenten in als middel om te leren, maar ook om gedragsverandering te stimuleren. We helpen om succes te verankeren in kaders en beleid, en weten hoe je kunt opschalen van los initiatief naar structurele verandering. Er zijn tegelijkertijd duidelijke gezamenlijke afspraken nodig, bestuurders die meer ruimte durven te geven aan initiatieven van bewoners en om daarmee te experimenteren.