Rotterdam Hoe pakt de landelijke Rotterdamwet uit in Rotterdam zelf?

Met de Rotterdamwet (officieel de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek) kunnen de grote steden de afnemende leefkwaliteit in probleemwijken aanpakken.

Foto: Nick Staal

Met een uitbreiding in 2016 geeft de wet drie mogelijkheden om in te grijpen in de toewijzing van woningen: selecteren op basis van inkomen uit werk, voorrang op basis van sociaaleconomische kenmerken en selecteren op basis van overlast gevend en crimineel gedrag. De stad die haar naam aan de Rotterdamwet gaf, wilde weten hoe effectief de mogelijkheden van de wet zijn. Wij maakten in 2017 een evaluatie voor de raad om een goede afweging te maken voor nieuwe aanvragen van de wet.

De vraag: evaluatie toepassing Rotterdamwet

De wet is de afgelopen jaren in een aantal Rotterdamse wijken toegepast. Voor een eventuele nieuwe aanvraag vanuit andere wijken om de wet te mogen toepassen wilde de raad weten hoe effectief de toepassing van de Rotterdamwet is. Hiervoor hebben wij een evaluatie uitgevoerd die uit drie delen bestond:

  • maak de effecten inzichtelijk van de toepassing van de maatregel in Rotterdam (kwantitatief)
  • geef een beleidsmatige reflectie op de toepassing om te sturen op verbetering van de leefbaarheid in wijken (kwalitatief)
  • zet een afwegingskader op dat stadsbreed toepasbaar is

De evaluatie focust nadrukkelijk op de praktische toepassing van de wet in Rotterdam en heeft niet tot doel de Rotterdamwet als zodanig te evalueren.

De aanpak: diepgaand kwalitatief en kwantitatief onderzoek

Allereerst hebben we de ontwikkelingen van en in de wijken diepgaand onderzocht, kwalitatief en kwantitatief. Dit hebben we gedaan aan de hand van het Lemniscaat van leren, waarin we verleden, heden en toekomst met elkaar verbinden. We hebben hierbij niet alleen gekeken naar cijfers en data, maar ook naar de feitelijke ervaringen van professionals, verhuurders en huurdersorganisaties in de wijken. Hoe werken de betrokken organisaties en hoe werken ze samen.

Om de perspectieven van alle betrokkenen mee te kunnen nemen, hebben we 360º gesprekken gevoerd met ambtenaren (uitvoerend in de wijken, beleidsmatig, management), corporaties (uitvoerend in de wijken en beleidsmatig), verhuurders en huurdersorganisaties. Naast individuele gesprekken waren er ook werksessies waarin de deelnemers op elkaar reflecteerden en reageerden. Dit zorgde voor verdieping in de inbreng en input.

Hoe kleiner de schaal, hoe groter de kans dat effecten van interventies zichtbaar worden. Dat pleit voor meer maatwerk in de vorm van kleinere gebieden waar de Rotterdamwet wordt toegepast.

De uitwerking: analyse, referentievergelijking en werksessies

Voor de kwantitatieve analyse leverden de gemeente en corporaties informatie aan. Voor de kwalitatieve analyse zijn sessies georganiseerd met verschillende gemeentelijke en niet-gemeentelijke stakeholders. Zij gingen vanuit hun ervaringen en waarnemingen in op de ontwikkeling van de grootstedelijke problematiek, de impact van de toepassing van de wet en de samenhang tussen de verschillende interventies in de wijken. Om zicht te krijgen op eventuele ‘waterbedeffecten’ is bij de analyse van de sociaaleconomische kenmerken van de bewoners en van de ontwikkeling van de grootstedelijke problematiek een vergelijking gemaakt met referentiebuurten. Externe factoren, zoals de economische crisis, die invloed hadden op bijvoorbeeld het aantal mensen in een uitkering, zijn zoveel mogelijk benoemd. Ook is een werksessie georganiseerd met de gemeente om de opzet van het afwegingskader verder te doordenken en te toetsen.

De resultaten: aanbevelingen en afwegingskader

Op basis hiervan hebben we concrete aanbevelingen gedaan en een afwegingskader gemaakt dat breed toepasbaar is bij toekomstige beleidskeuzes. Hierdoor werd duidelijk dat in de aangewezen wijken het aandeel bewoners dat afhankelijk is van een uitkering daalde of gelijk bleef onder de wet. De aangewezen wijken zijn minder verslechterd dan andere wijken die niet zijn aangewezen. De relatie tussen de toepassing van de Rotterdamwet en de ontwikkeling van de grootstedelijke problematiek in de aangewezen wijken, is lastig tot niet te onderzoeken. Daarvoor zijn er te veel variabelen en interventies in de wijken.

Eerder is een relatie te leggen tussen het gehele pakket aan maatregelen (sociaal, fysiek, veiligheid, participatie, woningtoewijzing) en de ontwikkeling van de grootstedelijke problematiek. Hoe kleiner de schaal, hoe groter de kans dat effecten van interventies zichtbaar worden. Dat pleit voor meer maatwerk in de vorm van kleinere gebieden waar de Rotterdamwet wordt toegepast. College en raad hebben de conclusies meegenomen bij de onderbouwing van de nieuwe aanvraag in het kader van de Rotterdamwet. Het college verdiept zich in de werking en werkbaarheid van het integrale afwegingskader van Twynstra Gudde en komt later richting de raad met een voorstel.

Alle mensen

Alle mensen

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwsbrief.

Vragen?

Je kunt ons mailen of bellen 033 467 77 77

Impact op morgen.