Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is zich hier ook van bewust. Daarom zijn IenW (Floris den Boer en Isabelle van Elzakker) en onderzoekers van TwynstraGudde en Dialogic op zoek gegaan naar manieren om waterinnovaties succesvoller op te schalen. Zij spraken met innovators, waterschappen, kennisinstellingen en bedrijven over product- en procesinnovaties. Zo kregen zij inzicht in factoren die opschaling stimuleren of juist belemmeren.
Uit het onderzoek komen verschillende dilemma’s naar voren. Opvallend is dat de grootste uitdagingen voor opschaling meestal niet technisch van aard zijn, maar juist draaien om eigenaarschap, urgentie en de rol van de Rijksoverheid.
Wie voelt zich eigenaar?
Een van de belangrijkste vragen draait om eigenaarschap. Isabelle van Elzakker: ‘Veel innovaties in de watersector komen van decentrale partijen. Wie is dan eigenaar van het traject? Wie voelt zich verantwoordelijk dat de innovatie breder opgepakt kan worden?’ Uit het onderzoek blijkt dat innovaties vaak afhankelijk blijven van een kleine groep kartrekkers, terwijl succesvolle opschaling juist vraagt om duidelijke regie, samenwerking en gedeeld eigenaarschap in de watersector. Volgens de onderzoekers vraagt dit onder andere om sterkere netwerken, kennisplatforms en het verbinden van ervaren pioniers aan nieuwe innovators.
Zonder urgentie geen versnelling
Daarnaast speelt urgentie een grote rol. Floris den Boer: ‘Je ziet dat de aandacht in de praktijk vaak naar andere urgente thema’s gaat, zoals energiezekerheid of geopolitieke spanningen. Dan staan watervraagstukken minder hoog op de agenda en is maatschappelijke aandacht voor specifieke innovaties niet vanzelfsprekend.’ Het onderzoek laat zien dat innovaties sneller opschalen wanneer er een gedeeld gevoel van urgentie ontstaat en maatschappelijke opgaven gezamenlijk worden geprioriteerd. Een duidelijke gezamenlijke innovatieagenda met heldere focus en prioriteiten helpt daarbij.
De overheid als aanjager én verbinder
Ook de rol van de overheid blijkt een voortdurende zoektocht. Floris den Boer: ‘Aan de ene kant heb je als Rijksoverheid – zeker bij waterinnovaties – een stimulerende en regisserende rol. Aan de andere kant zijn we ervan overtuigd dat we dit soort processen met de hele sector moeten oppakken. Kennisinstellingen, waterschappen, bedrijven en overheden hebben allemaal een rol te spelen. Hoe zorgen we ervoor dat we samen de schouders eronder zetten?’ Volgens de onderzoekers ligt de rol van de overheid daarom niet alleen in financiering of regelgeving, maar juist ook in het slim inzetten van aanbestedingen, het creëren van experimenteerruimte in de grote uitvoeringsprogramma’s en het faciliteren van samenwerking en opschaling in de sector en hierbuiten. Daarbij kan de Rijksoverheid helpen door partijen rondom gezamenlijke wateropgaven samen te brengen en innovaties actief mee te nemen in beleid, inkoop en vergunningverlening.
Samen verder bouwen aan opschaling
De onderzoekers van TwynstraGudde en Dialogic kijken samen met IenW terug op een relevant onderzoek en waardevolle nieuwe inzichten. De zoektocht naar het opschalen van innovatie gaat onverminderd door. Alleen wanneer innovaties ook daadwerkelijk worden toegepast, behoudt Nederland een duurzaam en veilig water- en bodemsysteem dat bestand is tegen wateroverlast en droogte. Zo blijft Nederland voorzien van voldoende water van de juiste kwaliteit, op de juiste plaats én ontstaan kansen voor Nederlandse waterbedrijven en kennisinstellingen om hun innovaties wereldwijd toe te passen en te exporteren. Het volledige rapport over het opschalen van waterinnovaties is hier te lezen.
De adviezen in het onderzoek zijn gestructureerd aan de hand van het TransMissie-raamwerk. Op basis van dit raamwerk heeft de AWTI eerder ook een advies opgesteld over transformatief innovatiebeleid en de bijbehorende beleidsacties.