Vanuit onze adviesgroep Defensie en Veiligheid spraken wij hierover met Diana Paans, principal adviseur bij TwynstraGudde en gespecialiseerd in aanbestedingsrecht en contracteren. Haar centrale boodschap: benut de ruimte die het recht biedt, maar verlies niet uit het oog waarom de regels er zijn. En bovenal: Defensie kan deze opgave niet alleen aan. Niet voor niets stelt de Defensienota 2026 – Samen voorwaarts! dat veiligheid een gezamenlijke opgave is. Ook organisaties buiten Defensie moeten zich daarom afvragen wat zij vanuit hun eigen rol kunnen bijdragen aan de veiligheid en weerbaarheid van Nederland.
Waarom is inkoop juist nu een belangrijk onderwerp voor Defensie?
‘Defensie staat voor een enorme opgave. Er is meer budget beschikbaar en er moeten in korte tijd grote stappen worden gezet. Daarbij ontstaat al snel het beeld dat aanbestedingsregels vooral vertragen. Maar dat beeld is te eenvoudig.
Aanbesteden is meer dan het doorlopen van een juridische procedure. Voordat je een opdracht in de markt zet, moet je bepalen wat je precies nodig hebt, onder welk wettelijk regime de verwerving valt en welke procedure daarbij past. Ook technische, financiële, organisatorische en veiligheidsaspecten moeten samenkomen. Zeker bij complexe defensieprojecten vraagt die voorbereiding tijd.’
Volgens Diana Paans ligt een belangrijk deel van de vertraging dan ook niet per definitie in het aanbestedingsrecht, maar in de inrichting van de organisatie rond de aanbesteding. ‘Binnen grote organisaties ontstaan door de jaren heen steeds meer aanvullende beleidsregels, interne protocollen, mandaatregelingen, verplichte afstemmings- en toetsmomenten. Die hebben ieder afzonderlijk vaak een logische achtergrond, maar samen maken ze het proces soms stroperig.’

Biedt het aanbestedingsrecht dan wel voldoende ruimte om snel te handelen?
‘Die ruimte is er. Afhankelijk van wat Defensie inkoopt, zijn verschillende juridische regimes en procedures beschikbaar. Voor civiele producten geldt in beginsel het reguliere aanbestedingsrecht. Voor militaire producten en veiligheidsgevoelige opdrachten bestaat de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied (ADV). En als de staatsveiligheid daadwerkelijk in het geding is, kan onder voorwaarden van bijzondere procedures in de ADV gebruik worden gemaakt.
Ook voor spoedeisende gevallen bestaan mogelijkheden. Het recht is niet zo rigide als soms wordt gedacht. De belangrijkste vraag is daarom niet alleen óf er ruimte bestaat, maar hoe je die ruimte op een verantwoorde manier benut.’
Daarbij ziet Paans twee tegengestelde risico’s. ‘Aan de ene kant heb je organisaties die voor iedere stap in een aanbestedingsprocedure, zelf aanvullende beleidsregels, interne protocollen, mandaatregelingen en toetsmomenten hebben gecreëerd, die secuur moeten worden opgevolgd. Dan kan zorgvuldigheid doorschieten en snelheid onnodig worden beperkt. Aan de andere kant bestaat binnen Defensie het risico dat een opdracht te gemakkelijk als urgent of militair wordt aangemerkt, waardoor uitzonderingsmogelijkheden te ruim worden gebruikt. De kunst is om tussen die twee uitersten te blijven.’
Waar ligt voor Defensie de belangrijkste mogelijkheid tot versnelling?
‘Begin met een klein kernteam van maximaal drie tot zes personen qua voorbereiding en richt de interne besluitvorming zo eenvoudig mogelijk in. Hoe meer mensen achtereenvolgens iets moeten beoordelen, hoe groter de kans dat een verwervingstraject vertraagt. Voor strategische of urgente verwervingen kan het helpen om vanaf het begin een compact en multidisciplinair team samen te stellen. In dit team komen militaire, technische, financiële, juridische en bestuurlijke kennis bij elkaar met één projectleider die de boel aanjaagt en stuurt.
Defensie zet daar ook stappen in. Mandaten worden aangepast, het aantal beoordelingsmomenten wordt verminderd en met de ladder van eenvoud probeert het Commando Materieel en IT (COMMIT) projecten eenvoudiger en efficiënter uit te voeren. Dat zijn belangrijke maatregelen, omdat zij zich richten op de eigen werkwijze. Het aanbestedingsrecht biedt vaak meer ruimte dan organisaties zichzelf op basis van zelf gecreëerde interne regels toestaan.’
Benut de ruimte die het recht biedt, maar verlies niet uit het oog waarom de regels er zijn.
Diana Paans
Toch moet Defensie op korte termijn veel meer materieel beschikbaar krijgen. Is snelheid dan niet doorslaggevend?
‘Snelheid is noodzakelijk, maar een kortere aanbestedingsprocedure lost niet ieder probleem op. Neem een onderzeeër of een ander complex wapensysteem. Zelfs wanneer het budget vandaag beschikbaar is en de aanbesteding snel wordt doorlopen, duurt het jaren voordat zo’n systeem daadwerkelijk is geproduceerd, geleverd en inzetbaar is. Tanks rollen niet sneller van de productielijn doordat de juridische procedure enkele maanden korter duurt.
De discussie moet daarom breder worden gevoerd. Het gaat ook over productiecapaciteit, leveringszekerheid, beschikbaarheid van personeel en grondstoffen, opleiding en onderhoud. Bovendien moeten verschillende landen en organisaties samenwerken. Inkoop is één schakel binnen een veel grotere keten.’
Juist Europese samenwerking kan volgens Paans helpen om die keten te versterken. ‘Als Europese landen vaker dezelfde systemen en producten aanschaffen, wordt samenwerking eenvoudiger. Dat kan voordelen opleveren voor productie, onderhoud, opleiding en operationele inzet. Harmonisatie en uniformiteit gaat dus niet alleen over dezelfde juridische regels, maar ook over de vraag hoe landen hun behoeften en systemen beter op elkaar kunnen afstemmen.’
Hoe verhoudt die gewenste snelheid zich tot rechtmatigheid?
‘De beginselen van het aanbestedingsrecht zijn niet bedacht om organisaties dwars te zitten. Gelijkheid, transparantie en proportionaliteit beschermen de manier waarop publieke middelen worden besteed. Juist bij grote bedragen en onder hoge tijdsdruk blijven die beginselen belangrijk.
Als snelheid altijd prevaleert, ontstaat het risico dat besluiten niet meer controleerbaar zijn of dat onvoldoende wordt afgewogen welke partij het meest geschikt is. Daarmee neemt ook de kwetsbaarheid en kans op fraude, corruptie, belangenverstrengeling en willekeur toe. Dat is niet de kant die we op willen.’
Soms is een uitzonderlijke procedure gerechtvaardigd, benadrukt Paans. ‘Maar ook dan moet je uitleggen waarom die procedure op dat specifieke moment nodig was. Een noodsituatie of crisis mag geen algemene rechtvaardiging worden om jarenlang buiten de reguliere procedures om te blijven werken. Na afloop moet bovendien kunnen worden beoordeeld of de gemaakte keuzes terecht en doelmatig waren. Juist die controle houdt het systeem gezond.’

Welke rol speelt de nieuwe Europese ontwikkeling hierin?
In september 2026 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe Public Procurement Actl. Het voorstel brengt drie bestaande Europese aanbestedingsrichtlijnen samen in één verordening die rechtstreeks toepasselijk wordt in alle lidstaten. In de concept tekst ligt de nadruk op vereenvoudiging, digitalisering en een meer strategische inzet van publieke inkoop. Veiligheid, weerbaarheid, economische veiligheid en Europese strategische autonomie krijgen daarin nadrukkelijk aandacht.
Paans ziet die ontwikkeling vooral als onderdeel van een bredere beweging. ‘De discussie over veiligheid en weerbaarheid wordt hiermee niet meer uitsluitend bij Defensie neergelegd. Ook alle andere publieke organisaties zullen bij hun inkopen nadrukkelijk moeten nadenken over cybersecurity, gevoelige informatie, leveringszekerheid, veiligheid, weerbaarheid en strategische afhankelijkheden.
Dat is relevant voor Defensie, omdat veiligheid en weerbaarheid een gezamenlijke opgave is. Defensie is afhankelijk van infrastructuur, energie, logistiek, digitale systemen en tal van civiele leveranciers. Als andere publieke organisaties veiligheid en weerbaarheid en andere strategische doelen structureel meenemen in hun keuzes, versterkt dat het ecosysteem in Nederland en Europa waarin Defensie haar werk moet doen.’
Voor de specifiek militaire verwervingen verandert het wettelijk kader niet omdat de ADV voorlopig van kracht blijft. De nieuwe Europese ontwikkeling is vooral relevant voor de vele civiele goederen, werken en diensten die Defensie inkoopt en voor de manier waarop andere overheden bijdragen aan de weerbaarheid van Nederland en Europa.
Wat vraagt dit van bestuurders, inkopers en adviseurs?
‘Het vraagt allereerst om een goede afweging aan de voorkant. Wat kopen we precies in? Welke veiligheidsbelangen spelen daarbij? Welke afhankelijkheden bouwen we op? Welke procedure past daarbij en wie moet bij het project worden betrokken? Stel je deze strategische vragen te laat in het voorbereidingsproces, is vertraging bijna onvermijdelijk.
Daarnaast vraagt het om samenwerking. Juristen en inkopers lossen deze opgave niet alleen op, net zomin als militairen, technici, of bestuurders dat afzonderlijk kunnen. Bij complexe verwervingen moet de benodigde expertise vroeg bij elkaar worden gebracht. Niet om meer overleg te creëren, maar om sneller tot goed onderbouwde strategische keuzes te komen.’
Adviseurs met specialistische juridische kennis kunnen daarbij helpen, omdat zij in de gelegenheid zijn om te focussen op één opdracht of project en juridische mogelijkheden kunnen vertalen naar een werkbare aanpak. ‘Het gaat niet alleen om zeggen wat wel en niet mag. Het gaat om het zo inrichten van besluitvorming, samenwerking en beheersing dat snelheid en rechtmatigheid elkaar ondersteunen in plaats van tegenwerken.’
Wat moeten we uit dit gesprek onthouden?
‘Defensie kan het niet alleen. Veiligheid is een gezamenlijke opgave, die vraagt om samenwerking tussen publieke en private partijen, de samenleving en de Nederlandse en Europese defensie-industrie en hun partners. Iedereen heeft vanuit de eigen rol en expertise iets bij te dragen aan de weerbaarheid van Nederland en Europa.
Voor inkoop betekent dit: benut de ruimte die er is, vereenvoudig processen waar dat kan en handel snel waar dat nodig is. Maar blijf tegelijkertijd staan voor transparantie, gelijkheid en proportionaliteit. Weerbaarheid vraagt om snelheid én zorgvuldigheid. Alleen als die twee met elkaar in balans zijn, komen we werkelijk samen voorwaarts.’