Blog Zeven factoren die invloed hebben op de meldingsbereidheid van vermoedens bij ondermijning

Buitengebieden in Nederland zijn aantrekkelijk voor (drugs)criminelen. Er gebeurt van alles op het platteland. Van diefstal van dure agrarische machines en GPS-systemen, dumpingen van chemisch afval afkomstig van de productie en opslag van (synthetische) drugs tot ondermijnende praktijken op bijvoorbeeld vakantieparken en industrieterreinen. Maar cijfers over ‘ondermijning’ en drugscriminaliteit in het buitengebied zijn nagenoeg niet bekend. Is het er niet of wordt het niet gemeld? Hierover spraken wij boeren en tuinders. In dit blog licht ik de bereidheid van boeren en tuinders om vermoedens van ondermijning te melden toe.

Toegevoegd door Mauro Boelens op 15 oktober 2020

Uit ons onderzoek naar drugscriminaliteit en ondermijnende effecten daarvan op boeren en tuinders blijkt dat bijna twee op de drie boeren en tuinders een melding zou maken bij vermoedens van productie, opslag of dumping van drugs op agrarisch grondgebied. Slechts 7% van de respondenten heeft aangegeven geen melding te maken bij dergelijke vermoedens. Opvallend is dat bijna één op de drie respondenten niet weet of zij hun vermoedens zouden melden.

figuren-blog-1

Het lijkt erop dat veel boeren en tuinders twijfels hebben over het doen van een melding. In gesprek met boeren hierover komen we tot de volgende zeven factoren die invloed hebben op de bereidheid van boeren en tuinders om vermoedens van ondermijning te melden.

figuren-blog2

1. Bang voor wraakacties drugscriminelen

30% van de respondenten geeft aan hun vermoedens niet te melden uit angst voor mogelijke wraakacties van drugscriminelen. Sommige boeren en tuinders wantrouwen potentiële criminelen. Ze vragen zich af hoe het met hen zou aflopen als bekend zou worden als zij een melding hebben gemaakt. Boeren en tuinders vinden wat dat betreft de risico’s van melden te groot.

‘Als ze gaan praten en ze komen bij de verdachte uit, dan weten de criminelen waar ze moeten zijn. Boeren zijn bang voor represailles. Het zijn niet de minste mensen waarmee ze te maken krijgen.' (Boa omgevingsdienst)

2. Geen vertrouwen in anoniem melden

Een kwart van de boeren en tuinders geeft aan geen melding te maken omdat ze denken dat hun anonimiteit niet gegarandeerd is. Dit punt sluit goed aan op het eerste punt. Boeren en tuinders denken dat (anonieme) meldingen over drugscriminaliteit door de ‘ons-kent-ons-cultuur’ op het platteland altijd weer terugkomen bij de melder. Hij of zij is vaak de enige die een potentieel vermoeden van drugsactiviteiten kan hebben.

Een boer zegt hierover: ‘Het doen van een melding moet serieus genomen worden en zonder gevolgen zijn. Je moet erop kunnen vertrouwen dat een melding niet gelekt wordt of bij derden terecht komt. Een pluim geven voor een agrariër die ervoor kiest om te melden in plaats van 6 maanden zijn schuur dicht houden.’

3. Negatieve ervaring met het doen van een melding door gebrek aan terugkoppeling of met politie in het algemeen

Uit gesprekken met boeren en tuinders komt naar voren dat een eerdere slechte ervaring met het doen van een melding of met de politie in het algemeen invloed heeft op de motivatie om dergelijke ongewenste situaties te melden.

Een boer zegt hierover: ‘Iedereen weet dat die mensen drugs aan het dealen zijn, maar daar wordt niets aan gedaan. Moet ik dan een melding maken van mensen die vragen of ze mijn schuur willen huren? Dan gaat de politie mijn verhaal wél oppakken? Dat geloof ik niet.’

blogbeeld-weerbare-boeren-6

4. Ernst van de situatie niet hoog inschatten

De doorgaans vriendelijke en open houding van de tussenpersonen – de mensen die boeren in contact kunnen brengen met drugscriminelen – zorgen ervoor dat boeren en tuinders zich niet bedreigd of geïntimideerd voelen (slechts 5% voelde zich geïntimideerd door de benadering). Hierdoor schatten ze de ernst van het probleem niet hoog in, waardoor het doen van een melding niet aan de orde is.

Een boer zegt hierover: ‘Ik voel niet de noodzaak om te melden. Er is in feite niets gebeurd. Ik zie het een beetje als mensen die de weg komen vragen. Daar moet je ook gewoon op antwoorden. Die mensen deden ook niet moeilijk. Ze hadden gewoon interesse.’

5. Hoge drempel om te melden, omdat consequenties onbekend zijn

Parallel aan het eerste en tweede punt geven een aantal boeren en tuinders aan niet zomaar hun buurman te willen verraden, omdat ze niet weten wat de consequenties daarvan voor henzelf of voor de buurman zijn.

Een boer zegt hierover: ‘Ik snap dat mensen niet melden. Je weet wel waar je aan begint, maar je weet niet waar het eindigt. Die beeldvorming ook. Als je de politie belt sta je in de pers. Ook gaat je bedrijf een halfjaar op slot. Dat heeft grote consequenties voor je eigen bedrijf.’

6. Geen kennis waar vermoedens (anoniem) gemeld kunnen worden

Uit de vragenlijst blijkt dat 42% van de groep respondenten die geen melding zouden maken van hun vermoedens niet weet bij welke organisatie zij hun vermoedens kunnen melden. Ook uit de individuele gesprekken met boeren en tuinders wordt duidelijk dat boeren en tuinders slecht op de hoogte zijn van de huidige meldmogelijkheden zoals Meld Misdaad Anoniem. Boeren en tuinders hebben behoeften aan fysieke contactmomenten met overheidsfunctionarissen. Door de afwezigheid van wijkagenten en politie in het buitengebied weten boeren en tuinders niet goed bij wie ze hun vermoedens kwijt kunnen.

figuren-blog3

7. Niet willen bemoeien met de ander

Sommige boeren en tuinders kaarten de heersende cultuur in de buitengebieden aan, waarbij het devies is je niet al te veel met elkaar te bemoeien. Sommige boeren geven aan erop gesteld te zijn om met rust gelaten te worden.

Een boer zegt hierover: ‘Ik wil me niet bemoeien met andermans zaken. Het zijn niet mijn zaken. Als de buurman zijn plastic verbrandt, bel ik niet de politie. Als de wind maar niet mijn kant op staat. Op het platteland wordt er niet echt geklikt.’

Het onderzoeksrapport

Meer weten over het onderzoek dat wij in opdracht van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) en het Aanjaagteam Ondermijning (ATO) hebben uitgevoerd? Download hieronder het onderzoeksrapport ‘Weerbare boeren in een kwetsbaar gebied. Over drugscriminaliteit en ondermijnende effecten daarvan op boeren en tuinders‘.

Naar het onderzoek

Waarom TwynstraGudde?

Bij TwynstraGudde gaan we in gesprek met de doelgroepen waar het écht over gaat. We vinden het belangrijk om niet over de boeren, maar mét de boeren te spreken over ondermijnende drugscriminaliteit. We helpen gemeenten, politie, omgevingsdiensten en anderen om met elkaar en met boeren een effectieve aanpak voor ondermijning op het platteland te ontwerpen en uit te voeren.

Dat doen we aan de hand van empathisch onderzoek, met strategisch omgevingsmanagement, met een werkende programma-aanpak en vooral met kennis van het probleem en passie voor het creëren van een vitaal en veilig platteland.

Neem contact op met

Alle mensen

Neem contact op met

Alle mensen

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwsbrief.

Vragen?

Je kunt ons mailen of bellen 033 467 77 77

Impact op morgen.