Interviewreeks Samenwerken onder grote druk - de acute zorg te midden van corona

Arold Reusken is sinds 2014 werkzaam bij het Landelijk Netwerk Acute Zorg (hierna LNAZ). In het LNAZ werken de elf regionale acute netwerken aan optimale toegankelijkheid van de acute zorgketen. Elk regionaal acuut netwerk bestaat uit de aanbieders van acute zorg, zoals de ziekenhuizen, huisartsen, ambulancediensten en de geestelijke gezondheidszorg. De netwerken hebben als doel de bereikbaarheid en de kwaliteit van acute zorgketen te garanderen én te verbeteren. Wij spraken Arold over zijn ervaringen het afgelopen jaar rondom corona, maar ook over wat dit voor invloed heeft op de zorg in de toekomst. Lees het zevende interview in deze reeks met Arold Reusken.

Toegevoegd door Douwe Hatenboer op 7 juli 2021

Wij spraken Arold over zijn visie op samenwerken en terugblik op het afgelopen anderhalf jaar.

Wij zijn inmiddels ruim anderhalf jaar na de eerste coronabesmettingen. Hoe kijk jij terug op het begin van deze crisis én op jullie rol vanuit het LNAZ?

Arold Reusken‘Laten wij voorop stellen dat het gewoonweg een hele drukke en spannende tijd was. Wij kennen allemaal de druk nog goed. In Nederland startte dit in Brabant en Limburg en verspreidde zich snel.

Bij het begin werd al direct duidelijk dat de coronapandemie niet zelfstandig door een individuele zorginstelling kon worden opvangen. Voor elke instelling waren de regionale collega instellingen nodig. Bijvoorbeeld om ruimte te maken voor coronapatiënten door andere patiënten te verplaatsen. Destijds kregen de regionale overleggen acute zorg (hierna ROAZ’en) een grotere rol en coördineerde de voorzitter van de regionale overleggen bij de afstemming rondom de beschikbaarheid van acute zorg in deze regio’s.

Het duurde vervolgens niet lang voordat een aantal regio’s vol lag en er een behoefte ontstond om te komen tot bovenregionale spreiding en afspraken. In het verlengde vroeg het veld ook een organisatie om dit te faciliteren. In deze fase was samenwerken tussen instellingen en tussen de ROAZ-regio’s een absolute noodzaak om de coronapatiënten te kunnen opnemen. Tegelijkertijd, naast deze noodzaak, stonden bijvoorbeeld ziekenhuizen in deze fase ook echt volledig voor elkaar klaar om te helpen, bijvoorbeeld bij de tekorten aan persoonlijke beschermings- en hulpmiddelen.

Als ik terugkijk op de rol vanuit het LNAZ dan verdienen de regio’s allereerst erkenning; daar is waanzinnig veel werk in een hoog tempo verzet, waarbij duidelijk te zien is hoe waardevol de relaties tussen artsen, verpleegkundigen, maar ook bestuurders en managers zijn op dit regionale niveau. Als LNAZ hebben wij ondersteund waar nodig. Uiteindelijk zijn kort na de eerste besmettingen het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (hierna LCPS) en de Regionale Coördinatiecentra Patiënten Spreiding (de RCPS’en) opgericht.

Via de coördinatie tussen LCPS en RCPS zijn uiteindelijk duizenden patiënten verspreid, zowel regionaal als landelijk en zelfs een aantal naar Duitsland, om ervoor te zorgen dat zorg beschikbaar bleef en geboden kon worden. Bij deze coördinatie ondersteunden veel partijen. Denk bijvoorbeeld aan de ambulancediensten, de organisaties van de mobiele intensive care units (ook wel MICU’s genoemd) en de traumahelikopters- de mobiel medische teams.’

Samenwerken onder grote druk- de acute zorg te midden van corona

Het is mooi om te zien hoe het LNAZ een bijdrage had tijdens deze spannende periode. Als jij terugkijkt, wat waren nu de sleutelmomenten tijdens deze periode?

‘De sleutelmomenten waren wat mij betreft dat de zorgorganisaties in staat zijn geweest om de pieken van de eerste en tweede golf gezamenlijk op te vangen. Mede geholpen door het beleid van de overheid. Het was daarbij op een aantal momenten écht wel even de vraag of ons dat zou lukken.

Een ander belangrijk moment is dat wij de zomerperiode van 2020 met elkaar nuttig hebben besteed. In deze periode liepen de besmettingen terug en leek er weer enige ruimte te ontstaan in het systeem. Op dat moment zijn wij direct aan de slag gegaan met een plan voor opschaling als het weer nodig zou zijn. Hierin trokken we samen op met veel zorginstellingen, de koepelorganisaties en natuurlijk het ministerie van VWS. Dit plan konden wij uiteindelijk op 30 juni publiceren , waarbij de genoemde acties een grote bijdrage hebben geleverd aan de wijze waarop wij ook in de tweede en derde golf de zorg hebben kunnen organiseren. Het maken van dergelijke concrete afspraken was op dit moment makkelijker dan in the heat of the moment.

Solidariteit was de basis van deze afspraken. Iedereen levert zijn of haar bijdrage op basis van een afgesproken faire share aan coronazorg. Ik vond het mooi om te zien dat hoe spannender het werd, hoe hechter de samenwerking werd. Met elkaar constateren dat je elkaar echt nodig hebt, dat is wat mij betreft ook de basis van succesvolle samenwerking.

In deze periode hielp het ook dat meerdere regio’s ervaren hadden hoe intensief de periode van de grote aantallen besmettingen was. Eenieder had scherp op het netvlies staan wat het belang is van goede afspraken en samenwerking. Op deze momenten realiseer je je hoe zeer je anderen nodig kunt hebben én hoe bijzonder het is dat je zo voor elkaar klaar kunt staan. Zo zijn in het najaar van 2020 de ziekenhuizen enorm geholpen met de opvang van de coronadruk doordat een deel van de patiënten die in de eerste golf opgenomen werden in de ziekenhuizen door samenwerkingsafspraken met de huisarts en de thuiszorg voorzien van zuurstof thuis konden worden verpleegd.’

Dat is een mooi moment van reflectie geweest kunnen wij ons voorstellen. Wat verwacht je van de komende periode?

‘De zorg zal niet stilstaan. Wij moeten hard aan de slag met herstel- en inhaalzorg. Maar daarnaast gun je zorgverleners ook een moment van rust en herstel. Daar moet op korte termijn een goede balans in gevonden worden. Daarbij zal voor de langere termijn ook goed naar gekeken moeten worden welke (IC) capaciteit we in de toekomst nodig hebben. Wat mij daarnaast bezighoudt is de onzekerheid die blijft heersen. Een pandemie kan zich op elk moment weer in een andere vorm aandienen, ook al nemen nu de besmettingen af en gaat het de goede kant op met de vaccinaties. Hierop zullen we voorbereid moeten blijven.

Het is een belangrijk reden om het LCPS actief te houden, bijvoorbeeld in een spreekwoordelijke ‘brandweerfunctie’. In deze functie kan het LCPS op elk moment weer acteren wanneer dat bijvoorbeeld door mutaties weer nodig blijkt te zijn. Daarnaast is de landelijke coördinatierol waardevol gebleken; dat blijft nodig én biedt kansen voor de toekomst.’

Wat neem je mee uit deze crisis? Zijn er zaken die versneld opgepakt gaan worden?

‘Voordat de crisis begon was een belangrijk speerpunt van het LNAZ het verder implementeren van het kwaliteitskader spoedzorg. Dit kader, vastgesteld in 2020 door het Zorginstituut, beschrijft hoe partijen in de zorg met elkaar samenwerken om iedere patiënt met een spoedzorgvraag goede kwaliteit van zorg te bieden, 24 uur per dag en 7 dagen per week.

De coronacrisis laat zien dat de ambities die wij met elkaar hebben beschreven in dit kader, alleen maar belangrijker zijn geworden. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan het verbeteren van de informatievoorziening en het inzichtelijk maken van de capaciteit. Op elk moment weten waar er nog plek is, heeft ons enorm geholpen. Dit willen we graag behouden voor de reguliere acute zorg. Daarnaast blijft de juiste zorg op de juiste plek, met een verschuiving van de tweede naar de eerstelijns zorg en de zorgcoördinatiecentra, een thema waar we nog verder op in willen zetten.’

Nu zijn wij volop bezig met een magazine over samenwerken. Welke boodschappen zou jij mee willen geven vanuit jouw rol bij het LNAZ?

‘Haha, goede vraag! In mijn ervaring zie ik ten eerste dat er bij samenwerkingsverbanden echt een sterke gevoelde urgentie of ambitie moet zijn. Alleen dan krijgt het voldoende bestuurlijke en medische prioriteit, wat mij betreft een belangrijke voorwaarde voor succes is. Mijn constatering van de afgelopen periode is wel dat voor de acute zorg geldt; je kunt het niet alleen én moet het ook niet alleen willen invullen. Ten tweede is het voor veel samenwerkingsverbanden essentieel om vanuit beleidskaders ruimte te krijgen te zoeken naar de unieke, regionale oplossing.

In de spoedzorg is recent de algemene maatregel van bestuur (AMvB) acute zorg aangenomen, waarin een helder kader beschreven is als het gaat om regionale verplichtingen en verantwoordelijkheden van zorginstellingen in de acute keten. Het is een kader waarbinnen samenwerking enerzijds randvoorwaardelijk, is maar tegelijkertijd ook een instrument waarvandaan de kwaliteit van de patiëntenzorg in de keten verder verbeterd kan worden. Het spreekt voor zich dat wij als LNAZ daarin ons uiterste best doen in te ondersteunen!’

Hét Samenwerkingsmagazine voor de zorg

Dit interview is onderdeel van ons SamenwerkingsmagazineDit interview is het zevende in deze reeks. De komende periode publiceren wij met regelmaat nieuwe interviews, ben je ook benieuwd naar het perspectief over samenwerken van bijvoorbeeld Levvel, Ambulance IJsselland of van ziekenhuisbestuurders? Meld je hieronder aan en ontvang de volgende interviews als eerste maar ook de gebundelde interviews, met onze kennis en expertise, als magazine later dit jaar. 

Wil je alvast verder van gedachte wisselen over samenwerken in de zorg? We praten er met plezier een half uurtje met je over in een eerste digitale kennismaking.

Ik ontvang graag de interviews en het magazine

Neem contact op met

Alle mensen

Neem contact op met

Alle mensen

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwsbrief.

Vragen?

Je kunt ons mailen of bellen 033 467 77 77

Impact op morgen.