Interviewreeks Samenwerken in de ambulancezorg: elkaar versterken met de blik naar buiten

Gijs Roest is sinds 2020 directeur bij RAV Flevoland en bij RAV Gooi- en Vechtstreek. Gijs startte zijn werkzame leven als ambulanceverpleegkundige en is via het adviesvak én diverse interim-management rollen nu directeur. Piet Huizinga is directeur-bestuurder van de twee ambulancezorgverleners in de provincie Overijssel: Ambulance IJsselland en Ambulance Oost. Piet is daarnaast vicevoorzitter van de koepelorganisatie Ambulancezorg Nederland. De komende periode spreken wij diverse bestuurders en managers over samenwerken in de zorg. Lees het vijfde interview in deze reeks met Gijs Roest en Piet Huizinga.

Toegevoegd door Douwe Hatenboer op 18 juni 2021

Wij spraken Gijs en Piet over de ontwikkelingen binnen de ambulancezorg en hun visie op samenwerken in deze sector.

De ambulancesector heeft zich sterk ontwikkeld. Hoe kijken jullie naar de verdere ontwikkeling én wat betekent dat voor samenwerken?

Piet: ‘Vroeger waren wij een vervoerder metpiet-profiel aan boord enkele EHBO spullen. Dat is nu niet meer voor te stellen. Tegenwoordig beschikken ambulances over veel instrumentarium en is het bij wijze van spreken bijna een mobiele SEH. Ook het kwaliteitsniveau van het personeel ligt hoog. Wat mij betreft maakt dat de ambulancezorg in potentie voor vrijwel alle partijen een aantrekkelijke samenwerkingspartner. Wij zijn 7 keer 24 uur, het hele jaar door op maximaal 15 minuten van de patiënt/burger met een dringende zorgvraag’.

Gijs: Kijkend naar samenwerken zie ik twee invalshoeken. De eerste is heel pragmatisch. Het lukt als relatief kleine partij in de zorg (veel ambulancediensten hebben rond de 25 miljoen omzet) niet om specifieke kennis en expertise in huis te hebben, terwijl processen complexer worden. ICT en inkoop zijn voorbeelden. Wij zijn dan te klein om specifieke kennis rendabel in huis te hebben en werken dan samen met andere diensten én met externen om dit proces goed te regelen.

De tweede invalshoek gaat over welke waarde je als ambulancedienst wilt toevoegen aan het zorgsysteem. De ambulancezorg wordt voor sterk uiteenlopende zorgvragen ingezet. In alle samenwerkingsverbanden binnen de acute zorg is het altijd goed kijken voor welke patiënten en op welke moment ambulancezorg de juiste zorg is en hoe je elkaar daarin aanvult.’

Samenwerken in de ambulancezorg: elkaar versterken met de blik naar buiten

Piet: ‘Deze tweede invalshoek is wat mij betreft in de ambulancezorg als het gaat om samenwerken dé belangrijkste vraag. Met de huidige ontwikkelingen, rondom schaarste aan personeel, de stijgende en complexer wordende zorgvraag en de druk op de ziekenhuiszorg kunnen wij niet meer zomaar elk van de domeinen in de zorg opplussen. Dan concurreren wij met elkaar om personeel en uitvoering van de zorg en wordt de zorg te duur en is deze niet meer goed toegankelijk.

Als bestuurders moeten wij samen met de andere instellingen in de acute zorgketen sámen zoeken naar wat ook in de toekomst het beste construct is om op het juiste moment, de juiste zorg te kunnen bieden. Daar werken wij onder andere aan door middel van zorgcoördinatie in de regio’s waarin ik betrokken ben. Ook binnen Ambulancezorg Nederland wordt daar al volop aan gewerkt. Domeindenken (transparant zijn over eigen belangen!) van betrokken zorgverleners en de daaraan gekoppelde inkoopprocessen (iedere partij heeft een eigen inkoper/inkoopproces en bekostiging- en financieringswijze), zal dan ook mee moeten bewegen.

Ik denk dat in de toekomst een doorbraak gaat volgen en misschien ook wel moet volgen in het belang van onze patiënten. Misschien komt er in het geval van zorgcoördinatie wel een nieuwe entiteit met de huisarts als poortwachter aan het roer of juist een gezamenlijke coöperatie, met daarin gebundelde financiering voor de acute zorg.’

Momenteel worden de meldkamers geconcentreerd op tien locaties samen met de politie en de brandweer. Is dit een voorbode voor een nieuwe schaal in de sector? Of komen er juist meer constructies met andere zorgpartijen?

Gijs: Wat voorop staat is de inhoudelijke meerwaarde voor de patiënt. De huidige schaalgrootte biedt volop mogelijkheden om wendbaar en flexibel te zijn. Ook kunnen op deze schaal gemakkelijk samenwerkingen tot stand komen met zorginstellingen in onze regio. De ambulancesector kenmerkt zich door een hoge mate van gewoonweg aanpakken én een sterke verbinding tussen de staf en het primair proces. Als er gekozen wordt voor een vergaande vorm van samenwerken dan dient dat uit inhoudelijke gedrevenheid en enthousiasme van de mensen zelf te komen. Eén voorgeschreven schaal past niet. Toch denk ik wel dat de samenwerking tussen diensten toe gaat nemen. Eerst pragmatisch als versterking op onderdelen en vanuit daar verder.’

Piet: Ik ben het helemaal eens met Gijs. Overigens is het wel belangrijk om te noemen dat een schaal voor meldkamers van de politie natuurlijk niet dienend is aan een discussie over de schaal van zorginstellingen. Er worden hele andere belangen gediend. Recherchewerkzaamheden, terrorisme en grootschalige criminaliteit heeft geen enkele relatie met de ontwikkeling van zorgaanbod en zorgvraag. Die zorg moet dichtbij de patiënt, maar wel op een schaal die bijdraagt aan kwaliteit en doelmatigheid.

Naast die schaaldilemma’s geldt de schaaldiscussie ook met betrekking tot de regionale ambulancediensten zelf. Het zijn geen kleine diensten. Er werken gemiddeld tegen de 300 medewerkers. Maar er zijn grote uitdagingen en binnen die medewerkersgroep bestaat maar een kleine staf- en lijnorganisatie. Ook zie ik dat zorgverzekeraars steeds gerichter kijken naar de bedrijfsvoering van regionale ambulancevoorzieningen. Waar wij voorheen veelal afspraken maakten over het geheel zie ik dat de wens voor meer specifieke verantwoording toeneemt. Dit kan leiden tot een stevige druk op efficiëntie, waarbij vergaande samenwerking tussen ambulancediensten een middel kan zijn voor dit doel.

Met het nieuwe kwaliteitskader Spoedzorgketen zie ik dat er meer nadruk gelegd wordt op ketensturing. Denk aan veldnormen en indicatoren die niet alleen de ambulancezorg raken, maar juist over het geheel gaan. Dat is wat mij betreft een goede ontwikkeling, waar wij de komende tijd nog meer energie op moeten zetten.

Wat mij betreft staat het redeneren in de keten voorop. Toekomstbesteding organiseren, eigen belangen transparant maken maar ook durven loslaten, in het belang van de patiënt! Daarna komt de vraag over geformaliseerde constructies en schaalgrootte vanzelf weer boven.’

Welke voorbeelden hebben jullie over samenwerking en welke handreikingen zien jullie vanuit de ambulancesector?

Gijs: Ik ben over de afgelopen periode trots op de onderlinge samenwerking tussen de RAV Flevoland en de RAV Gooi- en Vechtstreek. Het was een samenwerking van twee kanten. Deze startte met een periode van kennismaken, waarbij medewerkers elkaar ondersteunden in dossiers, zoals bij kwaliteitsaudits, en er als vanzelf kruisbestuiving van kennis plaatsvond. Van beide kanten werd de noodzaak voor samenwerking duidelijk gevoeld. Recent hebben wij gekozen de samenwerking te formaliseren en hebben we de samenwerking in een coöperatie ondergebracht. In samenwerking gaat het om het voelen van een noodzaak, het erkennen van de meerwaarde én natuurlijk om vertrouwen.

Het omvallen van de IJsselmeerziekenhuizen bracht de zorg in Flevoland in de problemen. Zorgaanbieders proberen via de Zorgtafel, het regionaal platform voor de samenwerking, de zorg in Flevoland te verbeteren en toekomstbestendig te maken. Dat is een ingewikkeld proces, maar over een langere periode zie je mooie resultaten. Mooi is dat alle betrokken partijen ervoor gekozen hebben de Zorgtafel in stand te houden.’

Piet: ‘Er zijn veel samenwerkingsverbanden waar ik trots op ben. Organisatorisch werken we bijvoorbeeld samen in Axira, een coöperatie van acht regionale ambulancezorgvoorzieningen die onder andere samenwerken aan innovatie, inspiratie, inkoop en ICT.

Een leuk, heel ander voorbeeld, wel van iets langer geleden, is een samenwerking die Ambulance IJsselland had met de cardiologie van het Isala ziekenhuis in Zwolle. Vanuit goed contact hebben een aantal cardiologen samen met de ambulanceverpleegkundigen gekeken hoe zij een PCI (Percutane Coronaire Interventies) bij wijze van spreken al konden laten starten op straat én in de ambulance. Met behulp van een hartmonitor in de ambulance wordt de patiënt al tijdens het vervoer naar het ziekenhuis klaargemaakt voor de verdere behandeling. De analyses van de monitor (destijds in overleg met de cardioloog ‘getuned’ om specifieke beelden), de interpretatie van de verpleegkundige en de juiste en afgestemde opstart van medicatie en andere interventies maken het als het ware één proces van pre-hospitaal naar klinische zorg. In het geval van PCI ook naar een gespecialiseerd ziekenhuis. Minder schade aan het hart, voorkomen van onnodige ziekenhuisopnames in een niet gespecialiseerd ziekenhuis en minder of zelfs geen opnamedagen in de kliniek. Gezondheidswinst én minder kosten is win-win.

Het is inmiddels al jaren de gebruikelijke werkwijze geworden in de sector. Juist deze ketenvoorbeelden zijn inspirerend en ik verwacht dat ook voor andere specialismen en aandoeningen dit type samenwerkingen steeds verder vorm gaat krijgen!’

Wat willen jullie verder meegeven als het gaat over samenwerken in de zorg?

Gijs: Ik ben nu meer dan een jaar eindverantwoordelijk voor een RAV. Wat mij opvalt is hoe snel de RAV’en onderling elkaar helpen. Rondom de eerste verspreiding van het coronavirus was de druk destijds erg hoog bij onze collega’s in Brabant en Limburg. Na een bericht van een collega bestuurder uit deze regio schoot werkelijk iedereen in de sector te hulp en dacht daarbij niet na over eigen KPI’s of effecten voor financiën. De waarde van dit gezamenlijk contact is ook in andere dossiers groot.’

Piet: Samenwerken vraagt om een lange adem. Het is als een marathon. Je wil wel stoppen na 30 km én weet dat de taaiste kilometers gaan volgen, maar juist als het wél lukt is de waardering enorm groot. Laat je niet tegenhouden en heb lef als bestuurder!’

Hét Samenwerkingsmagazine voor de zorg

Dit interview is onderdeel van ons SamenwerkingsmagazineDit interview is het vijfde in deze reeks. De komende periode publiceren wij met regelmaat nieuwe interviews, ben je ook benieuwd naar het perspectief over samenwerken van bijvoorbeeld het Landelijk Netwerk Acute zorg of van andere zorgbestuurders? Meld je hieronder aan en ontvang de volgende interviews als eerste maar ook de gebundelde interviews, met onze kennis en expertise, als magazine later dit jaar. 

Wil je alvast verder van gedachte wisselen over samenwerken in de zorg? We praten er met plezier een half uurtje met je over in een eerste digitale kennismaking.

Ik ontvang graag de interviews en het magazine

Neem contact op met

Alle mensen

Neem contact op met

Alle mensen

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwsbrief.

Vragen?

Je kunt ons mailen of bellen 033 467 77 77

Impact op morgen.