Blog De landbouwsector dobbert stuurloos tussen markt en overheid

De discussie over hervorming van de land- en tuinbouwbouwsector wordt op hoge en luide toon gevoerd. De boeren op het Malieveld en de politiek zitten op z’n zachtst gezegd niet op één lijn. Maar wat mij bij beide kampen opvalt, is dat het steeds gaat over de wat-vraag. Nooit over de hoe-vraag. En juist daar verwacht ik het begin van een oplossing. 

Toegevoegd door Michiel Cappendijk op 17 oktober 2019

Het inkrimpen van de veestapel kan nooit een doel op zich zijn. Politieke voorstellen in die richting, strijken de boeren – begrijpelijk – tegen de haren in. Vriend en vijand zijn het erover eens dat hervormingen nodig zijn. Maar zomaar roepen om inkrimping van de sector, is naïef en maskeert in mijn beleving een gebrek aan sturend vermogen van zowel de politiek als de agrarische sector. In projecten waar ik werk aan ruimtelijke herstructurering, bijvoorbeeld in de glastuinbouw, ervaar ik keer op keer dat niet de wat-vraag, maar vooral de hoe-vraag belangrijk is: het sturingsvraagstuk, de governance, de rechten en plichten.

Padafhankelijkheid

Waarom is veranderen zo moeilijk? In een publicatie van het Planbureau voor de Leefomgeving kwam ik het woord ‘padafhankelijkheid’ tegen. Wat mij betreft is dat hèt kernwoord bij verandervraagstukken in de landbouw. Het heeft te maken met gebrek aan keuzemogelijkheden. Ondernemers in de land- en tuinbouw zijn weliswaar zelfstandige ondernemers, maar hun keuzevrijheid is in hoge mate ingeperkt door anderen. Er is voor hen maar één pad en dat is het pad naar schaalvergroting en efficiëntieverhoging. Een marathonloper moet tussen de hekken blijven. Wie de hekken neerzet, bepaalt de race.

Biologische bollen

Neem als voorbeeld een bollenteler die van reguliere naar biologische bollenproductie wil overstappen. Hij moet eerst drie jaar biologisch produceren, voordat hij zijn bodem als biologisch mag bestempelen en zijn bollen ook als zodanig in de markt mag zetten. In die tijd loopt de productie terug, neemt het risico van ziekten en plagen toe en blijft de markt ongewis. De ondernemer moet dus wel tot op het bot gemotiveerd te zijn om deze stap te zetten. Zou je zelf het risico nemen om drie jaar geen of nauwelijks inkomen te verwerven met uitzicht op een biologische baan, met waarschijnlijk slechtere arbeidsvoorwaarden op de koop toe?

Buitengewone prestatie

Onder dwang van diezelfde padafhankelijkheid zijn agrarische ondernemers er overigens met bewonderenswaardig succes in geslaagd om de uitgestippelde schaalvergroting en efficiëntieverhoging te realiseren. Innovaties buitelen over elkaar heen en de economische meerwaarde voor de BV Nederland is groot. En dat niet voor eigen gewin, want ondanks hun buitengewone prestaties staan het inkomen van agrariërs en het rendement op vermogen sterk onder druk.

Wie staat er eigenlijk te sturen?

Een discussie over de landbouwtransitie heeft volgens mij geen enkele zin zonder discussie over de padafhankelijkheid. Met andere woorden: wie staat er eigenlijk te sturen? Daar is in de afgelopen decennia nogal wat in veranderd.

De overheid heeft de boer eerst de internationale markt op geduwd en vervolgens zijn positie ondermijnd met nationale wetgeving. Doordat de Europees gereguleerde landbouw in de jaren zeventig vastliep in boterbergen en melkplassen, heeft Europa sindsdien de internationale markt vergaand geliberaliseerd, in tegenstelling tot wat veel mensen denken. Daarna is het machtsvacuüm dat de Europese Unie heeft nagelaten, ingenomen door een beperkt aantal toeleveranciers en afnemers, zoals financiers, retailers en zaadveredelaars. Met hun markmacht dwingen zij boeren zich te houden aan hun standaarden, convenanten en keurmerken. Er is een zeer hoge prijsdruk ontstaan en deze vrije marktpartijen leggen zo mogelijk nog meer druk op de primaire producent dan de overheid. Tot slot beperkt diezelfde nationale overheid zich tegenwoordig te vaak tot incidentenpolitiek: een fosfaatregeltje hier en een stikstofregeltje daar.

De keuzevrijheid van de boer is dus nog even beperkt, maar hij krijgt als zelfstandig ondernemer nu wel de schuld van alles wat er in de landbouw maar fout kan gaan. Van broeikasgas tot plofkip.

Terug naar de tekentafel

Om de padafhankelijkheid te doorbreken, hebben we de overheid, de afnemers, de toeleveranciers en de ondernemers in de agrarische sector allemaal nodig. Ze zitten in hetzelfde systeem, van waaruit ontsnappen haast onmogelijk lijkt. De spanning tussen een open internationale economie enerzijds en nationale wetgeving anderzijds  moeten we op tafel durven leggen en daarbij de vraag stellen ‘Welke agrarische sector willen we met elkaar?’ Die vraag houdt verband met tal van andere actuele maatschappelijke vraagstukken, waaronder de verstedelijking. We willen in de stad immers wel de lusten van de landbouw, maar niet de lasten. Hoe regelen we dat? Er is niet één antwoord dat voor alle onderdelen van de land- en tuinbouw en alle ondernemers geldt. Er is ook niet één antwoord dat voor heel Nederland geldt. De transitie van de land- en tuinbouw is een samenwerkingsvraagstuk op gebiedsniveau, op nationaal niveau en internationaal niveau. We moeten daarom terug naar de tekentafel.

Meer weten over de uitwerking van mogelijke sturingsmodellen? Lees dan mijn artikel 'Uitzieken of ingrijpen’ op Omgevingsweb.nl (20 juni 2019).

Ik werk als senior adviseur Ruimte, Wonen en Economie en specialist ruimtelijk-economische ontwikkelingen en de agrarische sector. Mijn vakgebieden zijn gebiedsontwikkelingverstedelijking en de ontwikkelingen binnen de agrarische sector. 

Neem contact op met

Alle mensen

Neem contact op met

Alle mensen

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwsbrief.

Vragen?

Je kunt ons mailen of bellen 033 467 77 77

Impact op morgen.