Vier generaties in organisaties | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Vier generaties in organisaties

In organisaties zijn momenteel vier generaties te onderscheiden. Iedere generatie kenmerkt zich door een specifieke achtergrond qua opvoeding, onderwijs en historische context.

Generatie Baby Boom (1945-1960)

Deze generatie groeide op in de roerige jaren ‘60 en ‘70. Heeft gestreden en geprotesteerd voor individuele vrijheid. Baby Boomers staan bekend als leiders met idealen en hebben tussen hun 15e en 30e levensjaar ontdekt dat de wereld maakbaar is. Worden gekenmerkt door een loyale, competitieve en toegewijde houding ten opzichte van werk. Ze hebben een neiging om zichzelf te definiëren naargelang hun prestaties.

Generatie X (1960-1975)

Deze generatie groeide op in een tijd van economische stagnatie en verhoogde jeugdwerkloosheid. Tussen hun 15e en 30e levensjaar was de speelsheid van de jaren ‘60 voorbij en ontstond er een grimmiger sfeer, gecreëerd door de oliecrisis, een gegroeid bewustzijn van milieuvervuiling en een toegenomen angst rond de situatie met de Koude Oorlog. Dit alles heeft hen voorzien in een verhoogde paraatheid voor bedreigingen en onzekerheden. Zij staan bekend als zakelijk en verbindend, en als een generatie van harde werkers: niet lullen maar poetsen is het credo.

Generatie Y (1975-1990)

Deze generatie is opgegroeid in een veilige, welvarende en flexibele wereld, die wordt gekenmerkt door wijkende grenzen, eindeloze mogelijkheden maar ook eindeloos veel keuzes en toenemende individualisering. Als de kinderen van generatie Baby Boom kregen ze vaak een vrije opvoeding en was de belangrijkste boodschap die aan hen werd doorgegeven dat alles kan en mag, en dat ze het pad moeten volgen dat hen gelukkig maakt. Generatie Y staat bekend om diens zoektocht naar zingeving, aandacht voor reflectie en streven naar perfectie.

Generatie Z (1990-2005)

Dit is de jongste generatie en is de eerste generatie die is opgegroeid midden in een digitale wereld, waarin (lands)grenzen steeds meer een relatief begrip vormen. Al van jongs af aan is deze generatie gewend om in groepsverband te werken en ook lijken zij te worden gekarakteriseerd door een bepaalde blindheid voor hiërarchie. Steeds meer wordt duidelijk dat werk door deze generatie, gezien wordt als een aangenaam tijdverdrijf, waarbij een combinatie van permanente ontwikkeling, ontdekking en verkenning als belangrijke kernwaarden worden gezien.

(Bontekoning, 2007 & Van Dijk et al., 2010)