Blog Personeelstekort in de zorg: oplossing vraagt een netwerkstrategie

Wat leert de commissie werken in de zorg ons? Over de personeelstekorten in de zorg is al meer dan voldoende geschreven. Het is een feit, een gegeven waar bestuurlijk, tactisch én operationeel dagelijks de consequenties van worden ervaren. Maar hoe los je dit probleem nu op? Een panklare oplossing is er helaas niet. De overheid voert actief een publiekscampagne met ‘Ik zorg’ op het platform ontdekdezorg.nl. Daarnaast zijn er 24 regio’s actief met het de Regionale Actieplannen Aanpak Tekorten’, De RAAT’s.

Toegevoegd door Jeroen Schouten op 20 mei 2019

De rapportage van de commissie Werken in de Zorg geeft een beeld van de ‘stand in het land’. De commissie focust op drie belangrijke thema’s om met het arbeidsmarkttekort aan de slag te gaan:

  • Meer kiezen voor de zorg
  • Beter leren in de zorg
  • Anders werken 

In de eerste rapportage spreekt de commissie zich uit over samenwerking op deze drie thema’s. Op dit samenwerkingsaspect ga ik hier wat dieper in.

Meer kiezen voor de zorg

Ten aanzien van de instroom gaat het om een gezamenlijke marktbenadering. De publiekscampagne draagt hier uiteraard goed aan bij en daar profiteren alle zorgaanbieders van. De samenwerking met ROC’s en hogescholen groeit en ook de samenwerking tussen MBO en HBO opleidingen neemt toe. De commissie constateert dat op instroom vooral gekeken wordt naar de kwantitatieve instroom. Meer aandacht voor de kwaliteit van de instroom is gewenst. Dit vraagt duidelijkheid over de verwachtingen die nieuwe medewerkers hebben en hoe deze waargemaakt kunnen worden. Bovenal vraagt dit dat van de verschillende partijen, zorgorganisaties én opleidingsinstellingen, dat zij elkaar goed kennen en weten hoe het er in elkaars organisatie aan toe gaat. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat leerlingen met verkeerde verwachtingen bij een zorginstelling terecht komen en uiteindelijk afhaken. Een eerste werkervaring in de zorg zal gezamenlijk gecreëerd moeten worden.

Beter leren in de zorg

De commissie steekt hier heel duidelijk in op stevige samenwerking tussen onderwijs en zorginstellingen: Onderwijs wordt meer partner dan leverancier van de zorg- en welzijnsorganisaties en onderwijsinstellingen onderling gaan elkaar meer als partners zien dan als concurrenten. De commissie ziet mooie voorbeelden van intensivering van samenwerking tussen MBO en Hogescholen op regionaal niveau. Het is duidelijk dat het onderwijs flexibeler probeert aan te sluiten bij de behoeften in Zorg & Welzijn en experimenteert met meer modulair opleiden en het werken met deelcertificaten.

Door samen te werken in de regio worden in gezamenlijkheid grotere en doorslaggevende stappen gezet op het gebied van onderwijsvernieuwing en ‘leven lang ontwikkelen’. Hierbij gaat het er vooral om dat het onderwijs directer aan gaat sluiten bij het werken in de praktijk. Zowel onderwijsinstellingen als zorginstellingen hebben hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid in. Ook dit gaat beter als je elkaar beter kent, een goede verbinding met elkaar hebt en regelmatig bij elkaar ober de vloer komt.
Belemmering in deze samenwerking is vaak ingegeven door wettelijke kaders die niet op een goede manier faciliteren. Hier zal gezamenlijk overheen gestapt moeten worden.

Wat onvoldoende belicht wordt, naar mijn mening, is dat ook de samenwerking tussen zorginstelling op het gebied van opleiden en ontwikkelen beter kan. De neiging is groot om medewerkers voor de eigen kolom op te leiden. Zou het niet beter zijn om medewerkers op te leiden voor de hele zorgsector. Als tijdens het opleidingstraject geen aansluiting wordt gevonden in bijvoorbeeld de VVT-sector, is er wellicht wel aansluiting in de eerste lijn of de GGZ? Door de druk op de eigen organisatie is opleiden voor de eigen organisatie van groot belang, aandacht voor opleiden voor de sector, getuigt van bestuurlijk lef.

Ik denk dat dit heel goed gerealiseerd kan worden door vooral regio-gericht op te leiden. Laat een leerling maar proeven van de verschillende sectoren. Laat medewerkers die zich door willen ontwikkelen ook kijken in andere sectoren binnen de zorg. Dat medewerkers dan achter de schermen van jouw of een (concurrerende?) organisatie kijkt, dat hoeft echt niet eng te zijn. Zeker niet zolang een gezamenlijk, regionaal belang wordt nagestreefd.

Anders werken in de zorg

Voor het thema ‘anders werken in de zorg’ adviseert de commissie partijen in regionale netwerken vooral samen op te trekken. Hierbij wordt opgeroepen om een gezamenlijke visie op te stellen, in beeld te brengen wat individuele organisaties nastreven en om partnerships aan te gaan met het bedrijfsleven. Veel organisaties geven aan zelfstandig te weinig innovatiekracht te hebben. Het combineren van innovatie-inspanningen en -budgetten kan het verschil maken. Dat dit pad bestuurlijk lef vraagt is duidelijk.

Meer dan verplichte samenwerking

Omdat het aanpakken van de regionale tekorten vanuit de overheid is opgelegd, geeft de eerste rapportage van de commissie voldoende handvatten en onderbouwing om gericht met samenwerking in de regio aan de slag te gaan. Om dit succesvol te laten zijn, is het vooral van belang dat de partijen in de regio een gezamenlijke common ground met elkaar definiëren. Dit hoeft niet eens een uitgewerkte visie te zijn, het gaat er hierbij in de eerste plaats om dat partijen erkennen dat het probleem gemeenschappelijk is en ook alleen in gemeenschappelijkheid kan worden opgelost.

De commissie geeft aan dat een paar regio’s hier al stappen in zetten. Men kijkt naar het arbeidsmarktvraagstuk vanuit een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid: Het verzekeren van de beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief goede zorg voor alle inwoners in de regio nu en in de toekomst. Achter deze maatschappelijke opdracht scharen zich de zorg- en welzijnsinstellingen in deze regio’s, alsook het onderwijs en soms nadrukkelijk ook de gemeenten. Ervoor zorgen dat er voldoende medewerkers zijn, die goed toegerust zijn voor hun werk, is een voorwaarde om dit hogere doel te bereiken. Het vormt de basis om voorbij het belang van de eigen instelling te kijken. Men beweegt hiermee nadrukkelijk weg van het traditionele marktdenken. 

Vanuit het individuele belang van organisaties zijn er ook talloze argumenten om dingen niet te doen, zoals de frictie tussen een sectorale en een regionale aanpak, tussen markt en collegiaal samenwerken, tussen scholingsinspanningen enerzijds en kwalificatiesystemen en diplomavoorschriften anderzijds, tussen wet- en regelgeving (arbeidstijdenwet, cao-bepalingen) en de behoefte om te experimenten met bijvoorbeeld combibanen en flexibeler contracten. Vanuit de belemmeringen wordt dan vaak geroepen dat het stelsel of de financiering eerst maar eens aangepakt moet worden. Gebruikelijk om zo te argumenteren, maar je kunt er ook naar kijken als een vast gegeven. Iedere zorgorganisatie zit nu eenmaal in deze context van wet- en regelgeving en heeft daarmee te dealen. Heeft vechten tegen de context zin? Ik denk het niet, de context is een gegeven en daar dient rekening mee gehouden te worden, hier tegen vechten geeft alleen maar verloren energie. Of zoals de commissie zo mooi verwoord: “de deur naar de vrijheid zit vaak aan de binnenkant op slot.”

Vraagt dit nu een netwerkstrategie?

Ja, zeker. Omdat personeelstekort een, of misschien wel het strategische issue is voor iedere zorgbestuurder én omdat dit niet alleen opgelost kan worden, vraagt dit een netwerkstrategie. Hierbij bedoel ik dat een organisatie voor zichtzelf duidelijk maakt hoe zij zich wil gaan verhouden tot de verschillende partijen waar mee samengewerkt (moet) worden. Het gaat hierbij dan om het beantwoorden van vragen als ‘welke mate van autonomie ben ik echt bereid op te geven?’, ‘hoe open en transparant durf ik te zijn?’, ‘Kan ik mijn organisatiedoestelling ten dienste stellen van het algemeen/regionale belang?’ en ‘Ben ik aanspreekbaar op mijn strategisch handelen?’. Het gaat hierbij om duidelijk positie kiezen die je in het regionale netwerk in wilt nemen en zicht krijgen op de positie van alle andere partijen. Als duidelijk is hoe iedereen zich tot elkaar verhoudt en de individuele koersen zijn afgestemd met de gemeenschappelijke koers, dan ontstaat de basis voor de volgende stap: dan kan daadwerkelijk an de samenwerking worden begonnen.

Tot slot

De commissie werken in de zorg wordt ondersteund door een adviesteam. TwynstraGudde heeft zitting in dit adviesteam en ondersteunt met twee adviseurs de commissie bij de volgende stappen. Ik zelf zal vanuit mijn professionele belangstelling voor samenwerkingsvraagstukken reflecteren op de regionale samenwerkingen.

Neem contact op met

Alle mensen

Neem contact op met

Alle mensen

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwsbrief.

Vragen?

Je kunt ons mailen of bellen 033 467 77 77

Impact op morgen.