Interviewreeks Nieuwe seniorenhuisvesting inpassen in bestaande woonwijken

De vergrijzing, het toenemend arbeidstekort in de zorg en de situatie op de woningmarkt dwingen ons tot nadenken over slimme oplossingen op het gebied van wonen, zorg en welzijn voor senioren. In ons dagelijks werk bij opdrachtgevers zien we dat partijen bezig zijn met de vraag hoe hier samen met elkaar stappen in te zetten. TwynstraGudde wil deze kennis en ervaringen uit de praktijk delen met het veld. De komende periode spreken wij diverse bestuurders over wonen en ouderenzorg. Lees het derde interview in deze reeks met Ronald Leushuis, bestuurder bij woningcorporatie Talis en ambassadeur van de Taskforce Wonen & Zorg, regio Arnhem-Nijmegen.

Toegevoegd door Ernst Brandsen op 10 mei 2022

Hieronder lees je het interview. Een inspirerend gesprek over praktische wijsheid.

Wat zijn vanuit Talis gezien de belangrijkste opgaven?

Ronald Leushuis-Talis‘De SER-verkenning Zorg voor de toekomst laat zien wat er in de zorg gebeurt. Koppel daar het beeld van Ter Haar aan over het vraagstuk van huisvesting van bijzondere doelgroepen, dan krijg je een duidelijk beeld van de opgaven waar we voor staan.

De gemiddelde leeftijd van onze huurder is 56-57 jaar. Dat betekent dat we een relatief hoog percentage mensen hebben dat ouder is dan deze gemiddelde leeftijd. Daarnaast hebben we te maken met een naoorlogse woningvoorraad. Deze woningen zijn gebouwd in een andere tijd, waarbij geen rekening is gehouden met de leeftijd die we met elkaar bereiken. We worden ouder dan 70 jaar geleden, we blijven langer zelfstandig thuis wonen en we leven ook anders.

De voorzieningen waren toen kleinschaliger georganiseerd. Alles was veel nabijer, op wijk- en buurtniveau. Nu concentreren we voorzieningen en winkels op plekken waar je naartoe moet gaan. Er liggen vraagstukken hoe je dit doet qua toegankelijkheid. Als woningcorporatie heb je daar een belangrijke rol in, om het wonen te ontsluiten. Ik praat graag over wonen in plaats van woningen. Daarmee is het breder te definiëren.’

Nieuwe seniorenhuisvesting inpassen in bestaande woonwijken

In woon-zorg gebouw Aaron wonen vitale ouderen samen met ouderen met een zorgvraag en jongvolwassenen met een beperking (copyright: Talis)

Waar zit voor jou de crux?

‘Ik heb eens een blog geschreven over naast omdenken ook omdoen. Er wordt veel gesproken, maar gelukkig gebeurt er ook veel. Het gaat om de combinatie van denken en doen. De praktische wijsheid zit in dingen buiten waar je mee bezig bent en dat te vertalen. De praktijk is de leermeester aller onderwijs.’

Kun je een voorbeeld noemen?

‘Onze belangrijkste opgave is de bestaande voorraad woningen. Veel hiervan is levensloopgeschikter te maken. Er is een verschil met de lijstjes aanvinken en gewoon doen wat kan. Dan is een woning misschien niet volgens de formele definitie geschikt, maar elke drempel die je weghaalt is er een waar je niet overheen hoeft te stappen. Uit de praktijk blijkt dat dit werkt.

Verder bouwen wij veel voor zorgorganisaties. We zijn een van de weinige corporaties die daar ook een programma voor hebben. Alleen met ZZG Zorggroep hebben we al 200 appartementen gerealiseerd voor met name senioren. Voor mensen met dementie hebben we kleinschalige panden neergezet en we zijn momenteel aan het bouwen.’

'Het goede doen is belangrijker dan goed doen.'
Ronald Leushuis, Bestuurder woningcorporatie Talis en ambassadeur van de Taskforce Wonen & Zorg, regio Arnhem-Nijmegen

In de publicatie ‘Samenwerken aan Leefbare en vitale buurten – zo doen we dat!’ lazen we over de Moderne Devoten. Kun je dat toelichten?

‘Devotie komt uit de 16e eeuw uit Zwolle (Thomas A Kempis) waarbij gedrevenheid bestaat uit praktische wijsheid. Moderne Devotie is een gezamenlijk initiatief van zorgaanbieders en woningcorporaties in Nijmegen, vanuit het besef dat er tussen de decentralisatie opgaven en de institutionele werkelijkheid leemtes gingen ontstaan. Voor sommigen werd het ingewikkelder om met een grote zorgorganisatie of corporatie zaken te regelen. Grote landelijke organisaties verschillen soms van kleine lokale organisaties in op welk schaalniveau men kijkt. Zes jaar geleden hadden we de overtuiging dat we meer in de wijk moesten zijn, meer nabij en benaderbaar. Doel is om het gesprek te voeren met elkaar om strategie en visie op wijk-, buurt- en complexniveau en interactie met de praktijk te creëren. We hebben Nijmegen als stad centraal gesteld omdat alle partijen hier actief zijn.’

Wat doen jullie dan concreet?

‘We geven vorm aan GGZ in de wijk in samenwerking met RIBW, Iriszorg, Pro Persona en ZZG. Door werkwijzen over elkaar heen te leggen ontstaat er iets anders, meer dan de optelsom van losse delen. GGZ moet de buurt in bewegen, dan kom je dus bij ons in de woningen. Voor diegene die de zorg krijgt, is dit goed te organiseren, maar er moet ook oog zijn voor de omgeving, die krijg je erbij. Je kunt niet alles in de wijk laten landen. Daar moet iets voor gebeuren, onze mensen moeten elkaar kennen en er moet een goede infrastructuur zijn.

Het is verleidelijk om op casuïstiek niveau te kijken als bestuurder, maar de vraagstukken ontstaan als je het 283 keer moet doen, dan moet je je organisatie aanpassen en veranderen om een bijdrage te leveren.

De wijkverpleegkundige hoeft niet te kijken of het gordijn open is getrokken, dat kan mijn wijkbeheerder ook. Ik chargeer – want ik weet dat die verpleegkundige echt niet alleen komt voor dat gordijn – maar waar het om gaat is dat die mensen elkaar in de buurt goed leren kennen en naar elkaar omkijken. En dan het gesprek aangaan dat niet langs de protocollen van de organisaties gaat, maar juist in de samenwerking en collegialiteit.’

En hoe gaat het nu?

Op 12 mei zetten we een grote tent neer waar we 150 mensen bij elkaar laten komen vanuit alle organisaties om deze vraag goed te beantwoorden. Hoe gaat het nu eigenlijk? Ik noem het een ontmoetingsmarkt. Waarin we met elkaar, aan de hand van voorbeelden en pilots, vertellen wat er gebeurt, kennis toevoegen en dit samen als vliegwiel gebruiken om zaken verder te brengen.

De opgave is niet nieuwe dingen te bedenken, maar de opgave is dat je de ontmoeting faciliteert. Wij hebben veel woningen in de wijken en een fijnmazig netwerk aangelegd van wijk- en buurtkantoren. Vroeger hadden corporaties overal wel huismeesters en buurtkantoren. Dit brengen we nu terug.

Nieuwe seniorenhuisvesting inpassen in bestaande woonwijken

Als we bouwen, bouwen we in goed overleg met mensen die in een rolstoel zitten (copyright: Talis)

Ook voor mensen met dementie gaan we met ZZG zorggroep niet meer uit van grote verzorgingshuizen, maar van kleine complexen van 32 appartementen in de wijk. Zodat ze onderdeel worden en zijn van de wijk. Dat doen we ook met mensen die lichamelijk beperkt zijn. In de wijk Woenderskamp is een complex met 124 appartementen gerealiseerd met tien appartementen voor mensen met een lichamelijke beperking die afhankelijk zijn van 24-uurszorg. Wij verhuren direct aan de mensen en de mensen kopen zelf de zorg in. Wij hebben gezorgd dat er ook een ontmoetingsruimte is waar de 24-uurszorg gebruik van kan maken. Wat ik ontzettend mooi vind, is dat dit tegenover de basisschool is. De kinderen zien dat er veel mensen wonen in een rolstoel, daarmee breng je het weer in de nabijheid. In de tent op 12 mei maken we dit zichtbaar; doordat je het zichtbaar maakt faciliteer je het gesprek en kun je hier samen verder over nadenken.’

Maar is inbreiding in bestaande buurten niet ontzettend lastig?

‘Ja en nee, het is niet lastig, maar het kost meer tijd. Als je snel wilt bouwen, moet je in het weiland gaan zitten. Wat wij nu doen vraagt meer overleg, meer tijd maar het is ongelooflijk belangrijk om in bestaande wijken zichtbaarheid, nabijheid en kleinschaligheid te organiseren. Dat laat onverlet dat het gesprek over efficiency en effectiviteit niet onoplosbaar hoeft te zijn, maar het kost tijd.

We zijn geneigd om vanuit perfectionisme een 10 te willen, maar je kunt ook prima volstaan met een 7 of een 8. Je kunt heel veel wél doen, we hebben de neiging om alles tot aan perfectie te organiseren, maar dat hoeft niet. Het is mooi als dat kan maar tussen niets doen en perfectie zit een heel groot gebied.

Het gesprek vergt nuance (ook geen 5) en je moet de tijd nemen om dat gesprek te voeren. Dus niet vanuit een soort automatisme van ‘ach zielig’, of ‘het moet’ of ‘het staat in de checklist dus we bouwen het maar’, maar hier continu het gesprek over blijven voeren.

Als we bouwen, bouwen we in goed overleg met mensen die in een rolstoel zitten, zij zijn tevreden, maar het voldoet niet aan het lijstje van de rolstoelwoning. De huurder beslist zelf of de woning passend is.

We bouwen vanuit eigen expertise en gebruikerservaring. Zo hebben we in Wijchen een keer een plattegrond van het appartement met plaathout gemaakt, omdat de mensen er zich geen voorstelling van konden maken op basis van de tekening. Op tekening klopte het. Toen werd het appartement met spaanderhout gemaakt. De schuifdeur ging aan de binnenkant over de muur, de ruimte achter het bed klopte niet. Dit hadden we niet kunnen zien als de aannemer het niet als proef had neergezet.

De tien appartementen in het complex in Woenderskamp zijn mede totstandgekomen door een initiatiefnemer in een rolstoel met 24-uurszorg en een spraakcomputer. Het kost meer tijd maar dit gaat ook over eigenwaarde, bijdragen aan zelfregie, andere dingen dan alleen maar het gebouw dat je neerzet. De weg ernaar toe duurde lang. Maar je zet ook iets neer voor 50 jaar.

We zijn ongeduldig geworden. Juist als je het goed probeert te doen, vergeet je soms dat het goede doen belangrijker is. Ik vind dat ook wel ingewikkeld. Het antwoord kan in de wijk Meijhorst een andere zijn dan in de wijk Zwanenveld.’

Nieuwe seniorenhuisvesting inpassen in bestaande woonwijken

Nieuwe appartementen in de wijk Woenderskamp (copyright: Talis)

Wat is de rol van de gemeente in dit verhaal?

‘De rol van de overheid is ongelooflijk belangrijk. Het maatschappelijk middenveld is in de kern meer dan een uitvoeringsorganisatie. De kracht zit in de onderlinge ontmoeting, daarin is de overheid niet uitgesloten maar een belangrijke actor. We doen in moderne devotie veel met de gemeente maar ook veel zonder. Afhankelijkheden, geldstromen, vergunningen en subsidies kunnen allemaal ook belemmerend werken. Je probeert in goede verbinding en samenwerking op wijk-, buurt en stadsniveau letterlijk het goede te doen. Soms met en soms zonder elkaar. Het is ook niet een heilige graal.’

Wat versta je onder de inclusieve wijk?

‘Inclusie is een mentaliteit. Niet een stuk papier of institutie maar het gaat om jezelf: sluit je uit of sluit je binnen, en sluit je binnen dan sluit je ook buiten, en andersom. Het zijn toverwoorden en als je niet uitkijkt ga je erin geloven. Ik kijk ernaar als naar iets waar je niet alleen over moet spreken maar ook en vooral moet laten zien wat maakt dat iets meer inclusief is geworden. Het gaat om een wijk, een gebouw: wat kunnen we hier doen waardoor het prettiger leven wordt.’

Tot slot: wat wil je nog meegeven?

‘Het hoeft niet altijd gelijk goed. Soms is het ook gewoon even uitproberen. Het is de combinatie van denken en doen. Ik noem dat praktische wijsheid. Rust, uitproberen, zoeken naar wat werkt en wat niet, niet alleen theoretisch maar ook praktisch.’

Hét magazine over wonen, zorg en welzijn voor senioren

Dit interview is de derde in deze reeks. De komende periode publiceren wij met regelmaat nieuwe interviews, ben je ook benieuwd naar slimme oplossingen op het gebied van wonen, zorg en welzijn voor senioren? Schrijf je dan in voor de komende interviews.

Lees hier de andere interviews terug:

Wil je alvast verder van gedachte wisselen over jouw uitdagingen over de zorg en huisvesting voor senioren? We praten er met plezier een half uurtje met je over in een eerste digitale kennismaking. Wil je een afspraak inplannen? Neem in dat geval contact met ons op.

Podcast ‘Hoe Hilversum huisvesting hervormt’

Luister ook de podcast ‘Hoe Hilversum huisvesting hervormt’ die wij in samenwerking met BNR Nieuwsradio hebben gemaakt. Woningcorporatie Habion heeft Liv Inn gerealiseerd, een woonzorgcomplex waar zorgbehoevenden en fitte ouderen samenleven. De bewoners doen er alles zelf en maken samen de beslissingen. Wonen staat voorop, nodige zorg komt naar ze toe. Door elkaar te helpen kunnen bewoners langer op één plek blijven en zijn ze minder afhankelijk van zorg. Kunnen we met concepten zoals de Liv Inn de ouderenzorg betaalbaar houden?

 

Geef je op voor het volgende interview

Neem contact op met

Alle mensen

Neem contact op met

Alle mensen

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwsbrief.

Vragen?

Je kunt ons mailen of bellen 033 467 77 77

Impact op morgen.