Blog 2 van 4 Hoe gaat het nieuwe kabinet de zorg sturen?

In ons eerste blog over de verkiezingsprogramma’s hebben wij geanalyseerd hoe de zes grootste partijen met de meeste kans op regeringsdeelname denken over het zorgbeleid. De conclusie was dat er, mede door de Coronacrisis, meer consensus is ontstaan: een robuuster systeem, minder marktwerking, passende zorg, meer samenwerking. Minder uitgekristalliseerd is hoe de sturing gaat plaatsvinden en wie dat doet: centraal door de overheid of regionaal door samenwerkende veldpartijen. Op dat thema gaan we in dit blog verder in.

Toegevoegd door Bram den Engelsen op 26 januari 2021

In een recent promotieonderzoek concludeert Roland Bertens dat de Coronapandemie niet tot een grotere overheidsrol in de zorg zal leiden. Volgens hem ontbreekt de politieke overtuiging voor een radicale ingreep, omdat het systeem op hoofdlijnen goed werkt. Bovendien heeft de overheid de zorg altijd overgelaten aan private instellingen en is er sprake van een complexe mengvorm van regulering en marktwerking. Bertens voorziet een tijdperk van ‘gereguleerde samenwerking’ waarbij de overheid niet direct gaat afdwingen, maar wel regels gaat stellen en ruimte gaat geven aan veldpartijen om elkaar op te zoeken. Zou zo’n ‘gereguleerde samenwerking’ ook de lijn worden van het nieuwe kabinet?

Hoe ziet het nieuwe kabinet er uit?

Op grond van de laatste opiniepeilingen (10 januari 2021) komen de door ons onderzochte partijen op het volgende aantal zetels in de Tweede Kamer: VVD 33, CDA 18, D66 13, PvdA 11, GroenLinks 10, SP 9. De CU, die deel uitmaakt van het huidige kabinet, zou op 8 zetels komen. Wat valt hieruit te concluderen?

De huidige coalitie van VDD, CDA, D66 en CU haalt met 72 zetels geen meerderheid. Als de CU ‘ingeruild’ zou worden voor bijvoorbeeld GroenLinks (die een tijdje meesprak bij de vorige kabinetsformatie) dan wordt met 74 zetels ook geen meerderheid behaald. Een ‘middenkabinet’ met VVD, CDA, PvdA en D66 zou op 75 zetels komen, dus evenmin een meerderheid. Met GroenLinks erbij zou een vijfpartijenkabinet op 85 zetels komen. Omdat PvdA, GroenLinks en de SP zich vooralsnog voor elkaar hebben uitgesproken is de vraag of een kabinet van deze drie partijen met het CDA (dus zonder de VVD) kans van slagen zou maken. Die combinatie komt echter op slechts 61 zetels. Pas met de CU en de Partij voor de Dieren erbij komt zo’n weinig waarschijnlijk zevenpartijenkabinet op een nipte 76 zetels.

Enerzijds wordt op grond van deze peilingen een formatie dus lastig, anderzijds lijken er twee zekerheden te zijn: de VVD komt hoe dan ook weer in de regering en zal als grootste partij de premier leveren. Ook het CDA is een vaste waarde in welke regeringscombinatie ook. Voor de verdere analyse van de verkiezingsprogramma’s hebben wij daarom allereerst gekeken wat VVD en CDA vinden en vervolgens wat ‘de rest’ ervan vindt.

Wat zeggen de verkiesingsprogramma's over sturing in de zorg?

Wat zeggen de verkiezingsprogramma’s over sturing in de zorg?

De VVD laat zich niet heel specifiek uit over dit thema, vermoedelijk mede omdat men geen wezenlijke stelselwijzigingen wil. De partij wil de patiënt meer centraal stellen door betere afstemming en samenwerking in de regio tussen zorgverzekeraars, zorgkantoren, gemeenten en zorgaanbieders. Hoe dat invulling moet krijgen wordt niet duidelijk. De VVD wil de rol van gemeenten in de jeugdzorg voortzetten, maar wel met standaardisering van de eisen die gemeenten aan zorgaanbieders stellen.

Het CDA vindt dat regie en sturing in de regio plaats moet vinden. Het CDA is voorstander van het versterken van de rol van regioziekenhuizen, door het onderscheiden van regioziekenhuizen en gespecialiseerde topcentra. Basiszorg moet plaatsvinden in het eigen regioziekenhuis. Daarnaast moeten partijen regionaal over de grens van zorgdomeinen heen werken om te zorgen dat het zorgaanbod in iedere regio past bij de zorgvraag. Het CDA is voorstander van regionale preventiefondsen waarin gemeenten, zorgkantoren, verzekeraars en zorgorganisaties gezamenlijk investeren in preventie en gezond leven en vervolgens gezamenlijk delen in de opbrengsten van lagere zorgkosten.

Ook D66 pleit voor sterkere sturing vanuit de regio. D66 wil het zorgaanbod in de regio afstemmen op de vraag. Verzekeraars, zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en gemeenten moeten de sturing vastleggen in een meerjarig Regionaal Zorgplan. De NZa toetst deze plannen aan de zorgplicht en houdt toezicht op de uitvoering. Op die manier wil men waarborgen dat in elke regio goede zorg toegankelijk is, ook in dunbevolkte regio’s.

GroenLinks pleit ook voor een zorgplan op maat per regio met een regionaal zorgbudget. De sturing hierop ligt alleen niet geheel in de regio. GroenLinks wil zorgverzekeraars omvormen tot publieke zorgfondsen. Die zijn in samenwerking met patiëntenorganisaties, zorgaanbieders en beroepsgroepen verantwoordelijk voor de plannen per regio. Daarnaast wil men de meest complexe behandelingen, bijvoorbeeld in de GGZ en jeugdzorg, landelijk coördineren.

PvdA en SP benadrukken voornamelijk het belang van de toegankelijkheid van (spoed)zorg in iedere regio. De beschikbaarheid van de zorg en kwaliteit moet in iedere regio en gemeente hetzelfde zijn. De SP wil terug naar een Nationaal ZorgFonds en een gemeentelijk basispakket voor o.a. de thuiszorg, dagbesteding en ondersteuning voor mantelzorg (respijtzorg). De SP wil daarnaast dat specialistische jeugdzorg weer landelijk wordt georganiseerd.

Geen stelselwijzigingen, wel aanpassingen

De conclusie is dat als VVD en CDA (weer) een sleutelpositie innemen in een nieuw kabinet er geen fundamentele stelselwijzigingen te verwachten zijn, wel aanpassingen. En zeker in combinatie met andere partijen zal ‘regionale sturing’ of ‘gereguleerde samenwerking’ een belangrijke rol krijgen.

De onlangs verschenen discussienota Zorg voor de Toekomst van het ministerie van VWS biedt een inkijkje in mogelijke maatregelen van een nieuw kabinet. Deze nota is de voorloper op de eerder aangekondigde contourennota van het huidige kabinet, waarin VVD en CDA ook een dominante rol vervullen. De nota onderstreept het belang van betere regionale coördinatie en samenwerking. Maar ook van maatwerk, omdat de situatie per regio verschilt. De nota somt de huidige knelpunten op, waaronder tegengestelde belangen, verkeerde prikkels en schotten tussen de zorgdomeinen. Het bestaande instrument van een ‘regiobeeld’ moet een belangrijke rol spelen in de regionale samenwerking.

De nota noemt meerdere beleidsopties om samenwerking te intensiveren, oplopend in ingrijpendheid:

  • Het faciliteren van regiobeelden en het stellen van minimumeisen daaraan, tot het vastleggen van verantwoordelijkheden van partijen.
  • Een eenduidige regio-indeling.
  • Congruente zorginkoop.
  • Het waarborgen van systeemfuncties via representatie (grootste zorgverzekeraar).
  • Meer publieke regie door een onafhankelijke bemiddelaar.
  • Meer flexibele organisatievormen om over instellingsgrenzen heen te kunnen werken.

Wat is onze verwachting?

Kijkend naar dit lijstje van beleidsopties en de vermoedelijke samenstelling van het nieuwe kabinet, lijken de meest ingrijpende opties niet veel kans van slagen te hebben.

Over dat eenduidige regiobegrip bestaat al langer discussie. Er zijn in de zorg meerdere regiodefinities en -structuren in omloop. Denk aan zorgkantoorregio’s, GGD-regio’s, jeugdzorgregio’s, ROAZ-regio’s, OOR-regio’s, regionale oncologische netwerken, RSO’s etc. Elke regionale indeling heeft een eigen historie, logica, governance, schaal en structuur. Die zomaar vervangen door één uniforme indeling lijkt op voorhand een wel zeer ambitieuze opgave.

Als het gaat om publieke regie is eerder ook wel gepleit voor de introductie van een ‘regiobestuur’, dat een helder mandaat krijgt van de deelnemende zorgaanbieders om de zorg in een regio op een breed terrein vorm te geven. De inspiratiebron is het door de overheid gestuurde Zweedse regiomodel. Naast voordelen in termen van mandaat en afstemming heeft dit model ook nadelen, zoals een verhoogd risico op bureaucratie, beperking van de autonomie van individuele aanbieders en mogelijk suboptimale besluitvorming door conflicterende belangen. Omdat de kans op een dominante sturende rol van de overheid in de zorg in Nederland niet zo groot is, lijkt ook dit model niet haalbaar.

Zonder faciliterende financiële prikkels lijkt er sowieso weinig beweging te komen in verdergaande regionale samenwerking. De genoemde discussienota onderkent dit ook en noemt een aantal opties, waaronder bekostiging van coördinatie- en systeemfuncties (bijvoorbeeld acute wijkverpleegkundige zorg in ANW-uren), tegemoetkoming in transformatiekosten, middelen om de samenwerking tussen domeinen te verbeteren en afwenteling te voorkomen.

Onze verwachting is dat intensivering van regionale samenwerking een belangrijk thema zal zijn voor het nieuwe kabinet, zonder dat dit tot grote stelselwijzigingen leidt. Er zullen vooral financiële prikkels komen om die samenwerking te versterken en ondersteuning in de vorm van data voor regiobeelden en het uitwisselen van best practices. Waar mogelijk zal belemmerende regelgeving worden versoepeld. Maar het zal toch een spel blijven van autonome organisaties die met elkaar tot haalbare en werkbare oplossingen moeten komen. Daar kan onafhankelijke bemiddeling soms bij helpen, maar de komst van een overheidsregisseur lijkt niet waarschijnlijk. Evenmin dat de bestaande regio-indelingen snel vervangen worden door één uniforme indeling. Het blijft polderen in Nederland, ook in de regio.

Wordt vervolgd

In de volgende blogs gaan we specifieker in op de thema’s robuustheid en de arbeidsmarktproblematiek.

Het vervolg als eerste ontvangen? Vul dan onderstaand formulier in. Wil je in de tussentijd hierover doorpraten, neem dan contact met één van ons op.

Lees de andere blogs terug:

Neem contact op met

Alle mensen

Neem contact op met

Alle mensen

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwsbrief.

Vragen?

Je kunt ons mailen of bellen 033 467 77 77

Impact op morgen.