Over teams, coaching en agile is meer geschreven dan de lezer kan lezen | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Over teams, coaching en agile is meer geschreven dan de lezer kan lezen

Op 5 juni reikte de Orde van Organisatie Adviseurs (OOA) de prijs voor het beste boek van het jaar uit aan Martijn Vroemen voor zijn boek 'Handboek Teamcoaching - helpen zonder bemoeizucht'. Volgens de sticker op de kaft is het boek ook geschikt voor teamleiders (om zo de doelgroep wat breder te trekken dan de professionele coaches?). Het boek is, volgens de auteur, de aanvulling op 'Team op vleugels' uit 1995: "Ze horen bij elkaar als oudere zus en grotere broer".

Van dezelfde uitgever (Vakmedianet) kwam recent ook nog een ander boek uit over teams en coaching, maar dan wel met een specifieke invalshoek: 'De 10 principes van agile-lean teamcoaching - Zelforganiserend verbeteren in praktijk', geschreven door Aty Boers & Marijke Lingsma. Veel onderwerpen in de twee boeken overlappen elkaar, zoals feedback geven, fasen in teamontwikkeling, zingeving, boven- en onderstroom, besluitvorming, rollen van de coach, conflicthantering en zelfsturing. Daar waar Vroemen agile kort aanstipt, vormt deze managementfilosofie het uitgangspunt in het boek van Boers en Lingsma. In mijn gesprekken met managers valt de laatste tijd het woord 'agile' en'agility' altijd wel een keer en ook over coaching wordt veel gesproken. Ik was dan ook benieuwd naar de invulling van Boers en Lingsma van deze begrippen. 

Het boek is een mooie combinatie geworden van de verschillende competentie van de twee auteurs: agile, lean en procesverbetering enerzijds en anderzijds coaching. De inhoudsopgave helpt om selectief c.q. agile je weg door 264 pagina’s te vinden. Ik ben geen beroepsmatige (team)coach en heb ook niet die ambitie. En het boek richt zich eigenlijk alleen in de laatste twee pagina’s op diegene die zich herkennen in het beroepsprofiel van de agile-lean teamcoach. Het boek is meer dan de moeite waard voor ieder die werkt in of met een team en wil snappen welke dynamiek zich daar afspeelt. Maar ook voor adviseurs en leidinggevenden is het net zo’n relevant boek. Daarnaast verheldert het boek wat nu eigenlijk met agile bedoeld wordt, en deze twee worden gaandeweg in het boek handig vervlochten. 

Toen ik het boek in handen kreeg moest ik wel even fronsen, want in de titel van het boek worden agile en lean samengevoegd. Voor mij een niet direct voor de hand liggende combinatie. Lean, zoals de auteurs het ook zelf stellen, richt zich vooral op het herhaalbaar leveren van dezelfde, steeds iets verbeterde, klantwaarde. Agile staat voor een flexibele organisatie waarin teams centraal staan met veel autonomie in de uitvoering van het werk, aansluitend, net als bij lean, bij datgene waaraan een klant behoefte heeft. Hoe dan ook, om het mogelijk te maken dat voorgaande gebeurt is er aandacht nodig voor de kwaliteit van de interactie en leervermogen van teams. En dat, zo stellen de auteurs, is het vakgebied waar teamcoaching zich op richt.

In de agile-lean coachbenadering onderkennen Boers en Lingsma tien principes. Deze gelden zowel voor teams, maar ook voor de organisatie als geheel. Deze invalshoek maakt het ook een bijzonder boek, want niet vaak zie je de combinatie van organisatiekundig denken en teamontwikkeling.  Enkele van de tien principes zijn:harde’ en ‘zachte’ aspecten van samenwerken zijn niet uit elkaar te trekken; betekenisvol bewegen vraagt om principes – methoden en regels zijn hulpmiddelen; klantfocus is de aanjager van verbeterdynamiek en evaluatie en reflectie zijn even belangrijk als actie.

Als het gaat over de taak van teams bij agile wordt vaak gesproken over een ‘complete teamtaak’. In het boek wordt dit begrip niet gebruikt maar wordt gesproken over de ‘heldere teamopgave’. Hiervan is sprake als het team werkt aan een eenduidig (tussen)resultaat, voor een identificeerbare (in- of externe) klant, waarbij men het hiervoor benodigde werk goed kan overzien en waarbij zo veel mogelijk taken die nodig zijn voor dat resultaat direct bij het team zijn belegd. Daarbij heeft het team voldoende beslis- en regelruimte en is er toegang tot de benodigde informatie. Dus alvorens aandacht te besteden aan het teamfunctioneren, is het belangrijk veel tijd te besteden aan het verhelderen van de taak en de bijbehorende condities.

In het boek staan voor de begeleider/coach veel theorieën, checklisten, gesprekstips en handige vragenlijstjes waarmee gericht gewerkt kan worden aan het verbeteren van het team functioneren. Daarbij vervult de coach in het begin soms de rol van instructeur en helpt hij bij het oplossen van vraagstukken. Als het team wat volwassener is kan gekozen worden voor de rol van begeleider. De opgave van de begeleider is om teams te helpen steeds beter te worden. de opsomingen van valkuilen en suggesties helpen de lezer daarbij. Want centraal staat in het hele boek de vraag: hoe kan ik als teamlid, manager of begeleider/coach morgen meer klantwaarde leveren dan vandaag.

Ergo: het is een goed leesbaar en praktisch boek, en met als onderscheidenede klantwaarde dat het coaching en teamgedrag plaatst in de context van agile. Het is voor de leidinggevende of coach een lastige keuze  of je nu het boek van Vroemen of het boek van Boers-Lingsma moet aanschaffen. Alle twee zijn ze goed geschreven, alle twee zijn praktisch met een degelijke uitleg van de de achterliggende theorie.   

En om de keuze nog wat complexer te maken, zijn er oook nog wat andere boeken die aansluiten bij het verbeteren van het functioneren van teams. Zo wordt er regelmatig in diverse boeken gesproken over 'topteams', zoals bij Vroemen die als het ultime stadium van teamontwikkeling het begrip 'topteam' (in tegenstelling tot het 'volktuinteam') introduceert. De vorming van Topteams is ook het onderwerp in het boek van Diederick Steeman (ook Vakmedianet) 'Teams in flow - negen elementen van topteams'. Flow is het ook het onderwerp van het boek van de hockeycoach Marc Lammers. In zijn boek 'Flow - van goed naar goud'  heeft hij zijn ervaringen met teamvorming verwoord. Hij baseert zijn model ondermeer op het promotieonderzoek van Jef van den Hout. Om flow te bereiken zijn volgens Lammers een elftal zaken nodig, zoals collectieve ambitie, gezamelijk doel, teamwaarden, persoonlijk doel, krachtenbundeling en focus. En dan mag natuurlijk de klassieker van Patrick Lenconi niet vergeten worden: 'de vijf frustrates van teamwork'. Frustraties (of dysfunctions zoals de auteur het zelf noemt, zijn afwezigheid van vertrouwen; angst voor conflict; gebrek aan betrokkenheid; vermijden van verantwoordelijkheid en geen aandacht voor teamresultaten.

Ik sluit af met twee verzuchtingen: Werken in en met teams gaat niet vanzelf en over teams valt meer te lezen dan een mens leestijd heeft. 

 

 

 

 

 

Reageer