Nieuwe beroepen vragen om flexibel en dienstverlenend opleiden | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Nieuwe beroepen vragen om flexibel en dienstverlenend opleiden

Waar volg je de opleiding tot ‘vlogger’, ‘conversation designer’ of ‘stitcher’? Dit zijn nieuwe functies die ineens ontstaan door de ontwikkelingen van nieuwe technologieën en toepassingen daarvan. Een ‘stitcher’ is bijvoorbeeld iemand die 360 graden opnames vloeiend aan elkaar ‘naait’, zodat er een ‘immersive’ ervaring kan ontstaan in Virtual reality. Deze techniek is nu nog nodig, bestond vijf jaar geleden nog niet, en de verwachting is dat die over weer vijf jaar niet meer nodig zal zijn. Hoe kun je in deze dynamiek voor een dergelijk beroep een adequate opleiding aanbieden?

Meebewegen met de dynamische beroepspraktijk

Het voorbeeld van de stitcher gaat wellicht wat ver, maar de achterliggende dynamiek speelt breder in het beroepsonderwijs een belangrijke rol. Er ligt een opgave om studenten op te leiden voor beroepen die nog niet bestaan en bovendien maar kort bestaansrecht zullen hebben. Het antwoord hierop van onderwijsinstellingen is flexibilisering binnen een frame van leven lang leren en ontwikkelen

De nadruk van leren komt daarbij steeds meer te liggen op het leren in de praktijk, leren met elkaar, en leren met hulp van een digitale leeromgeving. Denk aan stages, werkplek leren, ‘peer’ en ‘social learning’, etc. Dit allemaal om als ‘lerende mens’ voeling te houden met de veranderingen en de eisen die de moderne maatschappij aan je stelt qua kennis en vaardigheden. Dat dit gebeurt op het gebied van technische en media gerelateerde vakken kan iedereen zich wel voorstellen, maar dit gebeurt ook meer en meer in wat traditionelere sectoren, zoals bijvoorbeeld de zorg (denk aan opereren met robot armen of met AR-brillen) of de automotive (denk alleen aan de hoeveelheid software in een auto en aan de komst van de zelfrijdende auto). Diverse onderwijsinstellingen zijn hier in de praktijk al mee bezig.

Nieuwe vragen hebben nieuwe oplossingen nodig

Maar als we hierbij stilstaan, dan betekent dit nogal wat! Onderwijs vindt dus steeds vaker buiten de school plaats en is gericht op een doelgroep in de leeftijd van 16 tot 66 jaar. Dit leidt tot nieuwe vragen. Hoe organiseer je de werving van deze brede doelgroep? Hoe houd je zicht op de voortgang van de student als hij op het werk, online én op school leert? Hoe weet je op welk niveau de student zich bevindt? Hoe krijgt hij toegang tot lesstof die voor hem op dat moment relevant is? Wat is de rol van docenten hierbij? Hoe verantwoorden we de verschillende geldstromen die bij onderwijs via de  verschillende doelgroepen binnen komen?

Recent zijn wij in opdrachten voor Schola Medica (een onderwijsinstelling voor artsen in opleiding) en ROC van Twente/Stichting Endoor met bovenstaande vragen aan de slag gegaan. Een aantal punten is ons opgevallen:

  • De bredere doelgroep vergroot het belang van sales en commercie. Een webshop, maatwerk offreren, goed relatiebeheer, afspraken maken en nakomen met diverse partijen, worden net zo belangrijk als het verzorgen van een goed opleidingstraject
  • De organisatie-inrichting van een onderwijsinstelling volgt momenteel vooral de (financierings)structuur van reguliere opleidingen. Onderwijsteams zijn hoofdzakelijk gekoppeld aan croho’s of crebo’s en niet aan opleidingsvragen van een doelgroep. Het bedienen van een brede doelgroep vraagt om andere grondslagen voor organiseren. Bij Schola Medica bijvoorbeeld is het Team Organisatie (waarin de organiserende en ondersteunende diensten zich bevinden), groter dan het Team Onderwijs (waar zich de Vakgroep en docenten zich in bevinden), omdat de dienstverlening rond het onderwijs stevig bijdraagt aan het hebben van een excellente leerervaring voor cursisten. ROC van Twente werkt met de nieuwe en zelfstandige stichting Endoor als partij voor opleidingen in het kader van leven lang ontwikkelen
  • Flexibele opleidingstrajecten zorgen voor andere en complexere planningsvraagstukken. Dit heeft te maken met een hogere mate van onvoorspelbaarheid, een andere (modulaire) cyclus voor opleiden en mogelijkheden tot versnellen of vertragen voor de student. Bij Schola Medica zijn meer dan 200 docenten in dienst. Dit betreffen alleen artsen met 0-uren contracten, die voor 90-95% in een ziekenhuis of huisartsenpost werken. Voor de resterende paar procent geven zij onderwijs bij Schola Medica. Op deze manier is de link met de praktijk optimaal gewaarborgd, maar is de docentplanning enorm complex, hetgeen om een stevige ondersteunende organisatie vraagt.
  • Het (digitaal) leerplatform is een belangrijke drager voor flexibel onderwijs voor de brede doelgroep. Dit leerplatform ondersteunt de volledige ‘student journey’ van oriënteren tot en met betrokken blijven en bevat bredere functionaliteit dan voor leren alleen. En het leerplatform blijkt ook voor de docent een onmisbare schakel om de les goed voor te bereiden, dus ook de ‘teacher journey’ vraagt in deze tijden om andere ondersteuning.

Het onderwijs benaderen als dienstverlening

De opvallende punten bij elkaar wekken bij ons de indruk dat onderwijs meer het karakter krijgt van een dienst waarin verschillende onderdelen bij elkaar gebracht moeten worden. De school richt zich niet alleen op het leren van de student, maar ook op acquisitie, het organiseren van passende faciliteiten en een zorgeloze administratieve afhandeling. De opgave daarbij is om een samenhangend geheel te creëren, waarbij geldt dat dit een samenspel betreft tussen onderdelen die in een onderwijsinstelling vaak van elkaar gescheiden zijn. Bijvoorbeeld: docenten van verschillende opleidingen die samenwerken met collega's van ICT en Studentzaken. De dienstverlening vraagt bovendien om betrokkenheid van (regionale) overheden en werkgevers. Het creëren, beheren en managen van de dienst vereist samenwerking tussen mensen die werkzaam zijn op erg van elkaar verschillende deelgebieden.

De markt beweegt mee

Vanuit marktverkenningen die wij hebben verricht, zien wij partijen opkomen met oplossingen om onderwijs meer als dienstverlening te benaderen. Die onderwijs ondersteunen met systemen gericht op samenhang tussen een webshop, de digitale leeromgeving en CRM en ‘user experience’ als vertrekpunt nemen voor het maken van keuzes. De samenwerking met deze partijen ervaren wij als waardevol en inspirerend. Voor aardig wat nieuwe vragen zijn inmiddels nieuwe oplossingen beschikbaar. Deze nieuwe oplossingen bieden een positieve impuls aan de samenwerking die in beginsel wat onwennig en vreemd kan zijn. Goede voorbeelden zijn op dit moment Drieams, die met Eduframe een administratieve en communicatie-portal integreert met het moderne Leer Management systeem van Canvas. Open Edu doet iets soorgelijks door divere open source oplossingen tot een geheel te integreren.  Nieuwe spelers als Brightspace en Anewspring komen met frisse oplossingen.

En de Stitcher? Waarschijnlijk is zijn interesse in een opleiding voor dit beroep beperkt. Maar misschien is er wel interesse in een module waarin hij leert om ‘Stitching’ in te zetten in het onderwijs. En daarna helpt de stitcher mee aan het vormgeven van flexibel onderwijs als dienstverlening van de onderwijsinstelling.

 
Marcel van Bockel (boc@tg.nl)


Hans Lodders (hld@tg.nl

 

Markten & Sectoren

Onderwijs

Reageer