Gemeentelijke vastgoedbedrijven: voorbeeld van rendementsdenken? | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Gemeentelijke vastgoedbedrijven: voorbeeld van rendementsdenken?

Rendementsdenken is hard op weg het woord van het jaar te worden. Na de bezetting van het Maagdenhuis weten politici niet hoe snel ze deze term moeten verwijzen naar een verleden, waarin kille bureaucraten aan het roer zaten. We vergeten alleen dat juist de huidige bestuurders er (mede) zitten om de overheidsfinanciën op orde te brengen, en voor hen het ‘meten’ van prestaties vanzelfsprekend beleid is.

Maatschappelijk vastgoed

Interessant is het om te zien hoe het publieke domein in volle breedte geraakt wordt door deze afkeer van het begrip rendement. Ook in mijn wereld - de lokale overheid en haar vastgoed - hoor je steeds vaker de roep om vastgoed werkelijk maatschappelijk te laten zijn: voor de burgers, tegen een sociaal acceptabele prijs. Dikwijls staat dit haaks op de inspanningen die gemeenten hebben gedaan om hun vastgoedportefeuilles professioneler te gaan beheren. Summum hiervan is het ‘vastgoedbedrijf’, een organisatieonderdeel van de gemeente dat het vastgoed beheert. Bedrijfsmatige principes zijn hierop van toepassing, zoals transparantie, kostendekkendheid en marktconformiteit. Een enkele gemeente hanteert zelfs rendementseisen, als ware het een commerciële vastgoedbelegger.

Op zich komt deze professionalisering voort uit goede intenties: tot voor kort hadden veel gemeenten werkelijk geen idee hoeveel vastgoed zij bezaten en wat hiervan de kosten waren. Laat staan dat iemand een oordeel kon geven over de doelmatige uitvoering van het vastgoedbeheer. Vanuit dit gesternte is veel goeds voortgekomen, bovenal de vraag die gemeenten zichzelf tegenwoordig stellen: of zij nog wel een taak hebben in het vastgoedbezit en -beheer.

Doelmatigheidsdenken

Maar de ontwikkeling heeft ook een keerzijde. Met de constatering dat vastgoed voor gemeenten slechts een ‘middel’ is, is men dit gaan interpreteren als een bedrijfsmiddel. Daarmee wordt miskend dat maatschappelijk vastgoed ook een beleidsmiddel is, en niet alle denkwijzen uit het commercieel vastgoed hierop van toepassing zijn. Helaas wordt dat niet altijd geaccepteerd, omdat met de professionalisering vaak ook bezuinigingen zijn ingevuld en dit precies in het straatje viel van de doelmatigheidsdenkers.

Ik ervaar binnen gemeenten steeds meer weerstand tegen het zuiver bedrijfsmatig denken dat binnen sommige vastgoedbedrijven aan de orde is. Vooral beleidsafdelingen lopen te hoop tegen ‘spelregels’ zoals kostprijsdekkende huur en ontberen de argumenten om deze boekhoudersmentaliteit te bevechten. Hun redding is het gemeentebestuur, waar de spanning van doeltreffendheid en doelmatigheid dagelijks op tafel ligt. Daarmee wordt ook het drama van het vastgoedbedrijf zichtbaar: het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Niet alle ideeën die vanuit gemeentelijk portefeuillemanagement zo aantrekkelijk lijken, zijn namelijk haalbaar. Maar goed ook, want de afweging tussen financieel en maatschappelijk rendement vraagt politiek maatwerk, waarvoor wethouders zijn aangesteld. En zolang daar mensen zitten die snappen dat het begrip niet ‘rendement’ het probleem is, maar wel de verkeerde invulling daarvan, komt het vast nog wel goed met het rendementsdenken.

Reageer