Flexibel onderwijs kan niet zonder warmte | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Flexibel onderwijs kan niet zonder warmte

In het onderwijs in Nederland klinkt geruime tijd een roep om flexibilisering en personalisering. Een gemene deler daarbij is de wens om de student of leerling een opleiding aan te bieden die beter aansluit bij zijn/haar persoonlijke behoeften en omstandigheden. Een beweging is gaande van ‘iedereen volgt op dezelfde manier de opleiding’ naar ‘iedereen volgt de opleiding op een eigen manier’. Een beweging met grote gevolgen voor de onderwijslogistiek. Met een aantal blogberichten wil ik een bijdrage leveren aan het in kaart brengen van deze grote gevolgen. Dat ze er zijn, daarover bestaat bij niemand twijfel. Maar vragen zijn er volop over de verschijningsvorm en over de acties die deze ‘grote gevolgen’ vragen. In deze blog verken ik ‘warmte’ als belangrijke succesfactor voor flexibiliteit.

Een beweeglijke schoolorganisatie

Flexibel onderwijs vraagt om een beweeglijke schoolorganisatie. Mijn vorige blog  over de supply chain van het onderwijs liet zien dat ‘beweeglijk’ betrekking heeft op veel en van elkaar verschillende ketens van werkprocessen. Al deze ketens bij elkaar vertonen nu vooral een reflex van verstarring. Rigiditeit en voorspelbaarheid bieden een gevoel van zekerheid; “Op deze manier weten we zeker dat er niets verkeerd gaat”.

Rigiditeit en voorspelbaarheid associeer ik echter met ‘gestold’, ‘vast’ en ‘bevroren’. Begrippen die passen bij een omgeving die afkoelt of is afgekoeld. Bij flexibiliteit denk ik juist aan een omgeving die warm is. Voldoende warm om beweeglijk te zijn, voldoende warm voor souplesse, voldoende warm om te kunnen presteren. Gegeven de ontwikkeling richting flexibel onderwijs vind ik het interessant om eens te verkennen wat de warmte is die nodig is voor een beweeglijke schoolorganisatie.

Werken aan warmte

Wat mij als eerste opvalt bij het stellen van deze vraag? Het is makkelijker om aan te geven wat niet bij warmte past. Ik denk gelijk aan rapporten, analyses, beleidsvoornemens, procesbeschrijvingen. Met mijn achtergrond als organisatieadviseur zorgt dit inzicht voor relativering van mijn eigen bijdrage. Hoe vaak ben ik niet betrokken bij interventies die passen bij een omgeving die afkoelt? Maar terugkijkend op mijn adviesopdrachten voor onderwijsinstellingen zie ik ook verschillende factoren die zorgen voor de warmte die past bij beweeglijkheid.

Bijvoorbeeld:

  1. Er is sprake van waardering voor ieders bijdrage in de ketens die maken dat onderwijs plaatsvindt. De waardering is breed en overstijgt de eilanden die binnen een schoolorganisatie zijn ontstaan
  2. Vanuit de waardering bestaat aandacht voor elkaar. Wat raakt iemand? Wat houdt iemand bezig?
  3. Er is sprake van een gezamenlijk ideaal, een gezamenlijke droom. Bij onderwijsinstellingen is dit vrijwel altijd gerelateerd aan de student of leerling, soms weergegeven in de vorm van een persona met een eigen naam. Warmte ontstaat door de vraag: Hoe kunnen we student A (Anne) en student B (Berthold) hiermee helpen?
  4. Onderlinge verschillen vormen een bron voor vernieuwing en verandering. Collega’s zijn nieuwsgierig naar elkaars opvattingen, luisteren goed en vragen door.
  5. Er is sprake van voldoende bewegingsruimte. Dit betekent dat beweeglijkheid niet alleen van toepassing is na werktijd. Het is onderdeel van het dagelijks werk en net zo waardevol als de bijdrage aan de dagelijkse uitvoering van het onderwijs.

Werken aan flexibel onderwijs is dus ook werken aan meer warmte in de schoolorganisatie. Hoe doe je dat nu in de complexiteit van onderwijslogistiek? Hoe kom je als schoolorganisatie in beweging? En wat zijn alternatieven voor analyses en procesbeschrijvingen?

Nieuw en onwennig

Blijvend in de metafoor kan wellicht gesteld worden dat op dit moment in menig schoolgebouw de thermostaat onbedoeld te laag staat ingesteld. Het werk is verdeeld, de processen liggen vast en huidige routines zorgen voor een gevoel van zekerheid. Dit betekent niet dat het vermogen ontbreekt om meer warmte te creëren. Een gezamenlijke droom kan onder woorden worden gebracht, aan waardering kan worden gewerkt, verschillende opvattingen kunnen worden uitgewisseld en ruimte kan worden gemaakt. Met het tonen van interesse in elkaar kan direct worden begonnen.

Maar hier is volgens mij nog werk aan de winkel. Flexibilisering begint vaak direct met curriculumvernieuwing, het ontwikkelen van nieuw lesmateriaal en het inrichten van nieuwe werkprocessen. De kwaliteit van de onderlinge interactie, het achterliggende ideaal en de implicaties op persoonlijk niveau blijven onbesproken. Het is nieuw en onwennig. En dat is iets om over na te denken. Is het zetten van stappen richting flexibilisering en beweeglijkheid in een ‘kille’ omgeving niet vragen om blessures? Volgens mij kunnen veel onderwijsinstellingen genoeg voorbeelden van dergelijke blessures noemen.

Referentiemodel voor onderwijslogistiek voor flexibel onderwijs

In de learning community rondom onderwijslogistiek voor flexibel onderwijs ontstond bij mij het inzicht dat het ontwikkelde referentiemodel  hiervoor als houvast kan dienen voor een aanpak gericht op warmte. Een neutrale referentie helpt om met elkaar in gesprek te gaan, de kwadranten en aspecten binnen het model helpen om de juiste collega’s te benaderen en de gepresenteerde samenhang biedt hulp om een afweging te maken over de eerstvolgende stap die nodig is om in beweging te komen.

Markten & Sectoren

Onderwijs

Reageer