De Omgevingswet: de waterschapsbestuurder aan zet? | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

De Omgevingswet: de waterschapsbestuurder aan zet?

Bij de implementatie van de Omgevingswet is volop oog voor de impact op de ambtelijke organisatie en de ambtenaar. Zowel voor de juridische kant als voor de ‘zachte’ kant. De bestuurlijke veranderopgave blijft hier vooralsnog wat bij onderbelicht. Ten onrechte, want dit vraagt wel degelijk aandacht. Het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte is bijvoorbeeld een van de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Maar wat ís de bestuurlijke veranderopgave als gevolg van de Omgevingswet? Wat vraagt dit van de waterschapsbestuurder? En verandert dit de verhouding tussen Dagelijks Bestuur (DB) en Algemeen Bestuur (AB)?

In een eerder blog beschreven we al het belang van het ontwikkelen van een watervisie door een waterschap om daarmee, als omgevingspartner, het waterbelang te borgen bij gemeenten en provincies. Het is aan waterschappen om op regionale schaal te zorgen dat water een plaats krijgt in de integrale visies op de fysieke leefomgeving. Met het verdwijnen van de verplichte watertoets en een slankere wet- en regelgeving wordt het houvast om de waterbelangen aan de achterkant van beleidsprocessen af te dwingen minder. Het komt dan meer aan op de ambitie en de daadkracht van een waterschap hoe het waterbelang geborgd wordt in het fysieke domein.

Een DB met slagkracht

Het DB van een waterschap is, nog meer dan voorheen, aan zet om proactief te zorgen dat de belangen en ambities van het waterschap een plaats krijgen in de integrale visies van provincies en gemeenten. Een proactief en daadkrachtig DB dat de ambities van het waterschap uitdraagt, maakt het verschil in het borgen van het waterbelang in de fysieke leefomgeving. Een DB moet deze opgave als een kans zien. Een kans om met partneroverheden, burgers en bedrijven de leefomgeving passend bij de eigen ambities en opgaven in te richten en daarin keuzes te maken. Hierbij heeft het meer dan voorheen de ruimte om eigen afwegingen te maken en krijgt het DB diverse instrumenten tot zijn beschikking zoals de programmatische aanpak en de mogelijkheid om maatwerkregels en –voorschriften te stellen.

Vraagt een AB met visie

Daar waar het gaat om het stellen van ambities en het invullen van afwegingsruimte, speelt het AB een belangrijke rol. De Omgevingswet laat de ruimte voor het AB om een actievere rol te gaan spelen bij de vorming van visie en beleid. Dit betekent dat het meer dan nu invulling gaat geven aan haar kaderstellende rol. Het gaat minder over de details (aan de achterkant) en meer over de grote lijnen (aan de voorkant). Onderwerp van gesprek is bijvoorbeeld de keuze tussen het ‘inbrengen’ of het ‘verbinden’ van waterbelangen bij andere overheden en keuzes rondom participatie. Het AB denkt hierdoor actief mee over wat voor waterschap het wil zijn en wat leidend is in de fysieke leefomgeving. Deze keuzes komen aan de orde in onder andere de watervisie en de waterschapsverordening.

Voor wat betreft het eerste, is het aan te bevelen dat het AB een rol krijgt en pakt bij het opstellen van de watervisie. Keuzes rondom genoemde punten zijn bij uitstek (politieke) keuzes, waar het AB over moet gaan. Uit ervaring blijkt dat een AB op dit niveau en in dit stadium doorgaans geen grote rol speelt en volgend is aan een DB. Dit vereist dus in eerste instantie de moed en daadkracht van een AB zich hier wel over uit te spreken. Daarnaast dient het AB hier de ruimte in gegund te worden (en in meegenomen worden) door het DB en de ambtelijke organisatie.

Ten aanzien van de waterschapsverordening, voorheen de keur, geldt dat deze ‘spannender’ wordt en scherpere keuzes van het AB vraagt. Het gaat hierbij om de (ambitie)keuze om de geest van de Omgevingswet (van ‘weren’ naar ‘ruimte laten voor ontwikkeling’) in meer of mindere mate door te laten werken in de waterschapsverordening: wat willen we (blijven) beschermen met regels en wat willen we meer de ruimte geven door middel van deregulering en het duidelijker neerzetten van onze waarden? Hiermee bepaalt het AB hoeveel ruimte het DB en de inwoners krijgen. Hierbij is het goed om te beseffen dat het hebben van veel regels weliswaar veilig is, maar niet per se prettiger en zeker niet klantgerichter is. Dit vraagt, ondanks de beweging die bij veel waterschappen de laatste jaren al ingezet is in de richting van meer algemene regels, om een verandering van denken bij veel Algemeen Bestuursleden.

Dat daarmee zijn controlerende rol kan blijven vervullen

Zowel DB (uitvoerend) als AB (kaderstellend en controlerend) krijgt als gevolg van de Omgevingswet meer ruimte en mogelijkheden om eigen afwegingen te maken. Dat vraagt om een nieuwe balans tussen beide besturen. Volledig in de geest van de Omgevingswet worden er wel mogelijkheden geschetst, maar geen verplichtingen gesteld. Voor een effectieve implementatie van de Omgevingswet is heroriëntatie op de rollen van het AB en DB in onderlinge samenhang essentieel om in de toekomst het waterschap effectief te kunnen besturen. Om daarmee zijn rol als omgevingspartner volwaardig te kunnen vervullen. 

Markten & Sectoren

Water, Overheid

Reageer