De gemeente als regionale samenwerkingspartner: vijf conclusies op basis van de coalitieakkoorden | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

De gemeente als regionale samenwerkingspartner: vijf conclusies op basis van de coalitieakkoorden

Met de gemeenteraadsverkiezingen in maart al even achter ons, zijn richting het zomerreces nu vrijwel alle nieuwe colleges van B&W gevormd. Dit betekent een flinke stapel coalitieakkoorden, met mogelijk een minstens zo hoge stapel aan ambities, ook ten opzichte van de regio. Wij zijn benieuwd welke aandachtspunten er anno 2018 worden opgesteld t.a.v. samenwerking in regionaal verband en welke rol gemeenten (willen) spelen in dit soort samenwerkingen. Hoe omschrijven zij hun rol in regionale samenwerkingen? Wij beschrijven vijf conclusies op basis van coalitieakkoorden.

Een flink aantal coalitieakkoorden en collegeprogramma’s van gemeenten uit alle hoeken van Nederland hebben wij onder de loep genomen. We hebben ons gericht op ambities of andere richtinggevende uitspraken over regionale samenwerking (en hiervoor gezocht op termen zoals regionale samenwerking, triple helix, economic boards en metropool). Hierbij beseffen we ons dat coalitieakkoorden niet per se de plek zijn om heel concreet posities ten opzichte van andere partijen te beschrijven, maar wel de plek om ambities en prioriteiten te stellen – ook ten opzichte van de regio. Wat valt ons op?

1. Samenwerken in de ‘regio’ is hot!

Er is geen enkel akkoord dat helemaal niks zegt over het belang van samenwerking met andere partijen op regionaal niveau. Thema’s waarbij gemeenten vaak de samenwerking op regionaal niveau opzoeken zijn bijvoorbeeld onderwijs en arbeidsmarkt, energieopwekking/transitie (o.a. windparken), verkeer en vervoer, ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook bijvoorbeeld het sociaal domein. Opvallend is dat regionale samenwerking ook vaak wordt genoemd in relatie tot profilering. Duidelijk voorbeeld is bijvoorbeeld Eindhoven, daar waar de regio Brainport een duidelijk onderdeel is van de ‘branding’ van Eindhoven:

“Brainport, met Eindhoven als kloppend hart, is een toptechnologieregio van wereldformaat. We leveren een grote bijdrage aan de Nederlandse economie én aan de oplossing van belangrijke maatschappelijke opgaven zoals gezondheid, mobiliteit en duurzaamheid.”

Of bijvoorbeeld Apeldoorn, waar juist benadrukt wordt dat er nog een ontwikkeling nodig is als het gaat om profilering en daarin wil samenwerking met partners in de regio:

“Apeldoorn heeft een duidelijker economische profiel nodig. De strategische vraag welk profiel dat is, willen wij zo spoedig mogelijk beantwoorden samen met de Apeldoornse samenleving, de provincie Gelderland en onze partners in de CleanTech-regio (Stedendriehoek), de regio waarin wij de voortrekker blijven.”

In verschillende coalitieakkoorden wordt ook expliciet benoemd dat vooral de kleinere gemeenten ook eigenlijk niet zonder de (regionale) samenwerkingsverbanden kunnen om hun positie te behouden of te versterken. Zoals bijvoorbeeld Leidschendam- Voorburg die aangeeft:

“Goede regionale samenwerking hebben we nodig om onze doelen te halen op bijvoorbeeld het gebied van veiligheid, verkeer en vervoer en economie.”

2. Er wordt in coalitieakkoorden nauwelijks gesproken over economic/strategische (development) boards

Economic boards komen weinig voor in de akkoorden, daar waar we er in Nederland tientallen kennen en gemeenten veelal participeren. Het belang van samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijven wordt vaak aangehaald, maar niet vertaald naar een bestaande board waarin deze samenwerking reeds tot stand komt. Daar waar een board wel aan bod komt, wordt weinig gezegd over waarom deze board van belang is, wat het doel is en hoe er (maatschappelijke) effecten worden bereikt.

De gemeente Nissewaard refereert bijvoorbeeld (terloops) aan de board:

“Het thema Human Capital is een van de onderwerpen waar de Economic Board Voorne-Putten mee aan de slag gaat.”

Dit als één van de weinige gemeenten, terwijl deze board nog niet de bekendheid heeft zoals een aantal andere boards in Nederland. De Twente Board wordt daarnaast ook benoemd door de gemeente Enschede:

“In samenwerking met de Twente Board kiezen wij voor een duidelijke focus die aansluit bij de kracht van onze stad en regio”.

3. Gemeenten willen vooral ‘verbinden’ of juist ‘regie’ nemen

En hoe opereren die gemeenten dan in die samenwerkingsverbanden? Welke rol nemen zij in? In enkele gemeenten wordt vooral gesproken in termen van ‘verbinden’. Zo spreekt Midden-Groningen zich heel helder uit:

“Eén rol die we willen benadrukken is onze rol als ‘verbinder’. Een verbinder kan vaak het verschil maken en zorgen dat de samenwerking vleugels krijgt.”

In dezelfde lijn wil Hardenberg ook graag verbindingen leggen en ziet Zwolle als centrumgemeente een belangrijke rol voor zichzelf om de regio verder te ontwikkelen met andere partners.

Een ietwat andere benadering lees je bijvoorbeeld in Nijmegen en Almere, waar beide gemeenten beschrijven dat zij meer ‘regie’ willen nemen op met name het organiseren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Zoals eerder benoemd is een coalitieakkoord waarschijnlijk niet de plek voor een verdere uitwerking maar toch roept dit de vraag op wat een dergelijke rol dan precies betekent? Hoe stel je je op richting partners en wat doe je dan concreet. Bij Twynstra Gudde hanteren we vaak drie verschillende rollen; regisseren, partneren en faciliteren. Er is zeker geen zwart-witte scheiding tussen deze rollen en vaak vraagt samenwerking in de regio in verschillende fases om een verschillende rol. Het benoemen van een rol is een eerste stap. De invulling van die rol, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau, kan nog een uitdaging vormen. Een eenduidig beeld over verschillende rollen hierbij kan helpen.

4. In een aantal akkoorden wordt (regionale) samenwerking expliciet gekoppeld aan de ontwikkeling van de eigen organisatie

Volgens het college van bijvoorbeeld de gemeente Utrecht vraagt regionale samenwerking om een open en collegiale bestuursstijl van het gemeentebestuur en om het opgavegericht werken door de ambtelijke organisatie: “de inhoudelijke vraag staat centraal.” Utrecht ziet ook een voorbeeldfunctie voor zichzelf als ‘spiegel van de stad’, o.a. in het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Ook gemeente Meppel geeft expliciet weer dat bestuurlijke inzet (bijvoorbeeld door lobby) in de regio en daarbuiten versterkt moet worden.

Sommige, vaak kleinere, gemeenten zetten samenwerking centraal vanuit een eigen agenda en het behoud van identiteit en zelfstandigheid. In Elburg bijvoorbeeld zijn doelstellingen primair gericht op het zo optimaal mogelijk maken van de eigen dienstverlening aan inwoners, bedrijven en instellingen in de eigen gemeente.

Sud-West Fryslan erkent “met meer nadruk dan voorheen” de positie van de gemeente in de regio en geeft aan dat hiervoor hoogwaardig strategische adviezen nodig zijn. Een goede capaciteitsplanning (balans tussen ambities en nodige capaciteit om die ambities te kunnen realiseren) wordt hierbij door het college benadrukt.

5. Er wordt weinig opgemerkt over de effectiviteit of de kwaliteit van de samenwerking

Daar waar raadsleden in de praktijk vaak vragen stellen over de effectiviteit van en de gemeentelijke bijdragen voor samenwerkingsverbanden, wordt hier in de akkoorden weinig over opgemerkt. Een aantal gemeenten noemt dat de samenwerking tot meer efficiency, betere kwaliteit en het creëren van kansen moet leiden, maar er staat niks over hoe dat als gemeente te willen weten of meten. Alleen de gemeente Den Haag neemt specifiek in haar akkoord op:

“We willen de komende periode de rollen van de gemeente duidelijker definiëren [t.o.v. clusters en de triple helix], en investeringen duidelijker koppelen aan te behalen meetbare resultaten en doelstellingen.”

Nijmegen gaat in op de democratische legitimiteit en gebrek aan politieke meningsvorming aan de voorkant van samenwerkingsverbanden gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Om de kwaliteit van dergelijke samenwerkingsverbanden te verbeteren schrijft Nijmegen:

“Wij vinden de inbreng vanuit de raden en een vorm van zeggenschap richting gemeenschappelijke regelingen belangrijk en komen met verbeteropties binnen het wettelijke kader uit de Wgr’.”

Wel staat daarbij centraal dat het college verantwoording schuldig is aan de raden.

Beseffende dat een coalitieakkoord niet alle ruimte geeft om uitgebreid in te gaan op regionale samenwerkingsverbanden, is toch een aantal conclusies te trekken en durven wij te stellen dat de aandacht voor dergelijke samenwerking toeneemt. Regionale samenwerking is ‘hot’ en in sommige akkoorden zien we dat gemeenten hun ambities hierbij ook kenbaar maken. Het is goed om te lezen dat een aantal gemeenten specifiek naar zichzelf en de eigen organisatie kijkt om die samenwerking te verbeteren en hun positie te versterken. Uitdagingen om bijvoorbeeld de raad goed te betrekken zien we slechts een enkele keer terug, maar uit onze adviespraktijk weten we dat gemeenten daar mee worstelen. Datzelfde geldt voor de invulling van de rol van een gemeente. Kiest jouw gemeente meer voor ‘verbinden’, ‘regie’ of juist een hybride vorm? Of is zij nog zoekende? Wij kunnen hierbij helpen en gaan graag in gesprek. Neem vooral contact op!

Markten & Sectoren

Gemeenten

Expertises

Samenwerken

Reageer