De energietransitie: samenspel in een netwerk van techniek en mens | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

De energietransitie: samenspel in een netwerk van techniek en mens

Allemaal zijn we gewend aan het beeldscherm in de huiskamer, de tablet op schoot en de smartphone in onze broekzak. Met de ontwikkeling van het Internet of Things zijn meer en meer ‘dingen’ digitaal verbonden, alles staat in de cloud. Denk aan het zonnepaneel dat real-time de opbrengst deelt of de elektrische auto die op afstand laat weten hoeveel hij nog moet laden. Die digitale transformatie heeft grote invloed op het energiesysteem. Dat vraagt een andere manier van organiseren in projecten en programma’s. Om hier goed op in te spelen is het cruciaal om mens én techniek samen te zien.

Bekijk de wereld als socio-technisch systeem

Veranderingen in de samenleving door technische ontwikkeling zijn niet nieuw: gaslamp werd gloeilamp, paard en wagen werden vervangen door de auto. Als techniekfilosoof wil ik deze veranderingen analyseren en begrijpen. Daarbij denk ik vanuit socio-technische systemen. De naam zegt het al: zo’n systeem bestaat uit een netwerk van mensen én technologieën. Hoe ziet zo’n netwerk eruit?

Als oefening starten we binnenshuis: het energiesysteem achter de meter. Die meter is met kabels verbonden aan stopcontacten, verlichting, lichtschakelaars en apparaten met aan- en uitknoppen. Dit kunnen we zien als een technisch systeem. Je beïnvloedt dat systeem met lichtschakelaars, door apparaten aan te sluiten en ze aan of uit te zetten. Wanneer we welke apparaten gebruiken wordt beïnvloed door onze eigen voorkeuren, maar ook door sociale netwerken. Denk maar eens na: als je bezoek krijgt zet je je koffieapparaat vaker aan, en afspraken buiten de deur hebben invloed op hoe je met de energie in huis om gaat. Zo beïnvloeden wij als mensen de techniek, en andersom worden wij beïnvloed door de techniek: door de vaatwasser gaan we bijvoorbeeld anders om met onze afwas. Ons huishouden kunnen we dus zien als een netwerk van mens en techniek [1].  Veranderingen in het samenspel tussen mens en techniek transformeren op lange termijn het netwerk waaruit ons huishouden bestaat [2]. In dat netwerk hebben zowel mensen als techniek een actieve rol.

Door middel van digitalisering en Internet of Things wordt het netwerk complexer: zo kun je met een slimme thermostaat je verwarming op afstand aan- of uitzetten, en zijn er al slimme waterkokers en wasmachines die je aan kunt zetten met een app, of kunt programmeren.

Het energiesysteem als netwerk van mens en techniek

Het energiesysteem houdt niet op bij de voordeur, zoals hiervoor beschreven. Denk maar eens aan de elektriciteits-, gas- en warmtenetten en alle andere huishoudens in de straat, maar ook het hoogspanningsnet en energiebronnen (elektriciteitscentrale, windmolenpark of zonnepaneel) als technische actoren. Monteurs, energieverbruikers, medewerkers van de klantenservice of omwonenden van een windmolenpark zijn voorbeelden van menselijke actoren. Daarbij wordt het netwerk van het energiesysteem steeds diffuser. Voorbeelden zijn de socio-technische interacties rondom een dorpswindmolen, of de ontwikkeling van een buurtbatterij. In onderstaande afbeelding heb ik verschillende menselijke en technische actoren, en de onderlinge relaties in het energiesysteem geschetst.

 Een versimpeld energiesysteem als netwerk van mens en techniek

Afbeelding: Een versimpeld energiesysteem als netwerk van mens en techniek

De energietransitie stelt ons voor een complexe opgave: Het hele energiesysteem, met al haar socio-technische interacties, is in transitie van fossiel naar duurzaam. We zien beweging in het overschakelen op andere energiebronnen, in ander energieverbruik, maar ook in technische innovaties. Tegelijkertijd hebben al die verschillende stakeholders, bewoners, energiemaatschappijen, overheden, netbeheerders, industrie, vervoerders of omwonenden hun eigen wensen en belangen, en daarbij ook regelmatig voorkeurstechnologieën.

Wat betekent dat voor projecten, programma’s en organisatie?

Om de volgende stap te kunnen zetten in de energietransitie is het van belang om het netwerk van stakeholders, technologie en de onderlinge relaties te begrijpen. Daarom bekijk ik het speelveld door een socio-technische bril. Door de onderlinge relatie (het netwerk) centraal te stellen, kunnen we afhankelijkheden, belangen en invloed inzichtelijk maken.

In projecten vraagt dat om een heldere afbakening van het netwerk: door bewust keuzes te maken welke techniek en stakeholders wel en niet mee te nemen, kunnen sneller resultaten geboekt worden. Tegelijkertijd stelt het kennen van het netwerk rondom een project je in staat om strategisch om te gaan met de omgeving, en risico’s te benoemen en te beheersen.
Programma’s voor de energietransitie kenmerken zich door hoge ambities en vaak een diffuse context: veel verschillende stakeholders, verschillende (beleids)ambities en onzekerheid over de maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Een analyse van het netwerk van techniek en stakeholders is een handige tool voor het begrijpen van de context en het aanbrengen van focus in programma’s.  

Het denken in netwerken van mens en techniek slaat een brug tussen alfa en bèta, tussen hard en zacht. Dat vraagt andere vaardigheden en competenties. Denk aan organisaties die op zoek zijn naar ‘maatschappelijke bèta’s’, of ‘beleidsmakers met affiniteit voor technologie’. Maar er is meer dan de zoektocht naar nieuwe profielen, ook in de organisaties van nu kunnen we stappen zetten. Daarvoor is een ander gesprek nodig, waarin we elkaars taal leren spreken en begrijpen: niet denken binnen je eigen kaders, maar juist vanuit jouw perspectief de verbinding leggen met de expertise van anderen. Op deze manier kunnen we het netwerk van mens en techniek sneller begrijpen, en hierop schakelen.

 

Wilt u meer weten over wat ons opviel in de gesprekken met de provincies? En over de aanknopingspunten die wij zien voor provincies om de energietransitie te versnellen?

Download Whitepaper

 

Als techniekfilosoof is het denken in deze netwerken van mens en techniek mijn tweede natuur. Dit levert snel inzicht in de maatschappelijke, economische en technologische context waarbinnen een vraagstuk speelt, en de belangrijkste uitdagingen die er staan. Hierdoor kunnen we focus bepalen en behouden om de opgave aan te pakken. Door de breedte snel te verkennen, kan ik waar nodig direct verbindingen leggen met andere expertises en vakgebieden. Daarbij tolk ik tussen verschillende werelden. Bij het maken van een netwerkscan en in de aanpak van de opgave staat één punt centraal: het is niet mens of techniek, maar mens én techniek, inclusief de onderlinge relaties. 


[1] In techniekfilosofie bekend als Actor-Netwerk Theorie, zie Latour, B. (1992). Where are the missing masses? The sociology of a few mundane artifacts.

[2]in het wetenschapsveld STS (Science, Technology & Society) wordt naar dit samenspel verwezen als configuratie & translatie, zie ook Nijman (2014) en van Lieshout et al. (2001)

Reactie(s)

De energie transitie is geen overgang van fossiel naar duurzaam. Het gaat de komende 30 jaar om klimaatneutraal worden, en dat betaalbaar voor huishoudens. Consumenten moeten verleid worden met aantrekkelijke massa consumentenproductne, als zonnepanelen, kavels koop-windpark n zonneweide. en elektrische auto's. Dat zijn producten met zowel een fysiek onderdeel en een pakket regelgeving, waarmee de overheid als een marktmeester, de energie transitie vorm geeft, of juist tegen werkt, zoals de afgelopen decennia. Bedrijven veranderen alleen als ze meer verplichtingen krijgen. hier verplicht CO2 afvangen. En dat zonder subsidie, meer met onderlinge concurrentie op een gelijk speelveld. Op deze manier is duurzaam goedkoper dan fossiel, en alle energie zo snel mogelijk klimaatneutraal. De onderlinge concurrentie zorgt voor kosten effectieve oplossingen. Import stroom en andere import energie, krijgt een CO2 component in de energie belasting. Door deze vormgeving van de markt, zal duurzaam steeds verder groeien, en fossiel op de markt terug dringen, voor zover dat mogelijk is. Nu komt 98% van onze stroom uit centrales. Door de groei van het aantal Windmolens en zonnepanelen zal het aandeel duurzaam groeei, naar ca 20% in 2030, en verder in 2040 en 50. Fossiele brandstof zal nog steeds nodig zijn, maar steeds meer vooral in windstille perioden. De stroom uit centrales zal dus duurder worden, maar centrales blijven verreweg de goedkoopste bron van fossiele en klimaatneutrale stroom. Huizen gaan alle electric, met een warmtepomp en elektrische auto. Zij slaan zomerwarmte op voor de winter in de bodem van de tuin, of nabijgelegen park en straat, met gesloten WKO, als massa consumenten product. Dat is veel bedrijfszekerder dan open WKO bronnen Zo zijn de stroompieken in de winter lager. En de netwerk kosten blijven dan beperkt.

Beste Henk, dank voor je reactie. Mooi hoe je start vanuit de bewoner en de consument. Uiteindelijk raakt de energietransitie ons dagelijks leven, in huis en in consumentenproducten. Met collega's werk ik daarom aan een aanpak voor de menselijke energietransitie, op lokaal niveau. Op naar een transitie waar we recht doen aan het samenspel tussen mens en techniek, zou ik zeggen.

Reageer