10 Tips voor het invoeren en volhouden van zelfsturing | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

10 Tips voor het invoeren en volhouden van zelfsturing

Hier en daar hoor en lees je dat zelfsturing of zelforganisatie op z'n retour is. Nu hebben wel geleerd dat wat goed gaat geen aandacht krijgt, en wat tegenvalt of uitzonderlijk is aandacht krijgt. Zo ook in die gevallen waar men, geheel of gedeeltelijk, deze organisatievorm bij het oud vuil heeft gezet. Maar daarmee wordt geen recht gedaan aan al die organisaties waar het wel goed functioneert.

Volgens mij zal de behoefte aan een zekere mate van professionele autonomie van medewerkers niet meer verdwijnen! Dat geldt trouwens ook voor de klassiek georganiseerde organisaties met medewerkers die weinig autonomie op prijs stellen, waar direct toezicht, veel controle en weinig delegatie van bevoegdheden aanwezig is. In een recent verschenen boek, geschreven door Peek en Willems, krijgt vergroten van professionele autonomie, of zoals zij het noemen, zelfsturing, op een praktisch en overzichtelijk wijze handen en voeten. Het boek gaat niet in op de vraag waarom zelfsturing nodig kan zijn, maar hoe je het doet. Daarbij zijn ze geen voorstanders van zelforganisatie koste wat het kost. De subtitel van het boek, ‘10 pijlers om samen te bouwen aan meer zelfsturing in je organisatie’ geeft dit al aan in de woorden ‘meer zelfsturing’. Achterin het boek staat een eenvoudige QuickScan van vijftig vragen waarmee beoordeeld kan worden hoe het met de zelfsturing in de eigen organisatie staat.

Het boek biedt ‘bovenbazen’ een goed handvat bij de beslissing of, en in welke mate, ze een vorm van zelfsturing willen invoeren. Daarnaast houdt het boek managers en stafleden, die in organisaties werken waar zelfsturende eenheden al bestaan, een goede spiegel voor. Ook teamleden die (gaan) werken in zelfsturende teams komen aan hun trekken in het boek door de handige oefeningen en modellen. Het geeft hen ook handreikingen waarmee ze het eigen functioneren gerichter kunnen beoordelen en verbeteren. De website die bij het boek hoort is nog wel heel erg ‘under construction’ en voegt (nu nog??) weinig toe aan het boek.

De prettige schrijfstijl maakt het tot een toegankelijk boek, met een mix van theorie en praktische suggesties. Elk hoofdstuk sluit af met interviews met professionals die hun ervaringen delen. Ik heb me wel afgevraagd waarom er tien pijlers zijn en geen acht of elf. Het antwoord ligt denk ik besloten in de pragmatiek van de auteurs, het boek heeft volgens mij geen wetenschappelijke of vernieuwende pretenties. Ze delen hun ervaringskennis als trainer en adviseur met de lezer. Op een handige manier komen bestaande modellen aan de orde (met bronvermelding), met aansluitend vaak een vragenlijstje of oefening. 

Peek en Willems beginnen al om in het begin van ieder hoofdstuk te zeggen waar het in het hoofdstuk over gaat, en aan het einde vatten ze de auteurs het hoofdstuk samen in de vorm van conclusies. Daarbij geven ze in het inleidende hoofdstuk suggesties welk hoofdstuk vooral geschikt is voor management, welke voor teamleden en welke voor stafmedewerkers. Deed elke auteur maar zo gedisciplineerd aan lezersmanagement!

Ik doe de auteurs natuurlijk geen recht door van elk hoofdstuk c.q. van elke pijler maar één conclusie over te nemen, maar ik denk dat je zo wel een beeld krijgt wat nodig is bij het invoeren en toepassen van zelfsturing:

  1. Over het belang van visie: Het in kaart brengen van oud en nieuw gedrag zet de visie rondom meer zelfsturing op scherp. Wat vraagt dit van alle betrokkenen? Neem deze input mee voordat je een definitieve keuze maakt.
  2. Over verbindend leiderschap: Zelfsturing vraagt stevig sturen vanuit het management. 
  3. Logische teamsamenstelling: Intrinsiek gemotiveerde professionals zijn de basis voor de juiste teamsamenstelling.
  4. Concrete Doelstellingen: Verantwoordelijkheid nemen voor resultaat en eigen gedrag is de basishouding van een zelfsturende professional.
  5. Duidelijke kaders: Er zijn kaders, regels en uitgangspunten nodig om het speelveld van de professional af te bakenen. Binnen dit speelveld kan de professional vanuit vrijheid acteren en zelf keuzes maken.
  6. Taakvolwassen professionals: Taakvolwassenheid ontstaat door kennis en ervaring, zelfsturend vermogen en zelfreflectie, focus op invloed, professionele verwondering en oplossingsgerichtheid.
  7. Professionele dialoog: Professioneel ruziemaken is is soms nodig en zelfs functioneel voor teamontwikkeling.
  8. Samen leren: Resultaat oriëntatiestaat centraal bij het leren: wat levert dit ons en onze klant op?
  9. Faciliterende staf: Meer zelfsturing in de organisatie vraagt om een andere, meer ondersteunende, vraaggestuurde en faciliterende opstelling van de staf.
  10. Beschikbare middelen: Invoering van zelfsturing kost in eerste instantie tijd en geld. Dat moet er wel zijn.

C. Peek en V. Willems: Professionals aan het stuur - 10 pijlers om samen te bouwen aan meer zelfsturing in je organisatie, Expertboek 2019

 

 

 

 

Expertises

Projectmanagement

Reageer