Specialisatie bij de politie, factoren die er toe doen | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Specialisatie bij de politie, factoren die er toe doen

29 april 2014

Speciaal blauw. Verschijningsvormen en overwegingen van specialisatie en despecialisatie binnen de Nederlandse politieorganisatie. Een nieuwe uitgave in de reeks Politiewetenschap van het Programma Politie en Wetenschap.

De mate waarin taken als verkeer, milieu en financiële criminaliteit, binnen de politie specialistisch zijn georganiseerd hangt meer samen met het kabinetsbeleid en al dan niet geoormerkt budget voor de taak, dan met bewuste keuzes van de politietop. Dit gold in ieder geval voor de situatie van voor de Nationale Politie, zo blijkt uit onderzoek van Twynstra Gudde. Aan de hand van het vraagstuk van specialisatie en despecialisatie – een klassiek organisatiedilemma binnen de politie – is in deze studie getracht te kijken welke factoren van invloed zijn op een goede organisatie van politiewerk. Juist nu er in het kader van de vorming van de Nationale Politie organisatiekeuzes moeten worden gemaakt is het belangrijk om hierin meer inzicht te verkrijgen.

Op basis van een historische schets van vijf relevante politiethema’s is onderzocht hoe (de)specialisatie zich binnen deze thema’s heeft ontwikkeld, welke verschijningsvormen specialisatie daarbij kent, welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen, welke patronen zich hierbij aftekenen en wat de betekenis van deze patronen is voor de toekomst. De thema’s zijn: verkeer, forensisch (forensische opsporing), milieu (milieucriminaliteit), financieel (financieel-economische criminaliteit) en digitaal (cybercriminaliteit).

Uit het onderzoek blijkt dat de politieorganisatie de meer specialistische taken en thema’s in het brede politiewerk wil inbedden, maar dat deze specialistische taken in de praktijk altijd concurreren met de waan van de dag. Het gevolg is dat specialistische teams, die eigenlijk moeten ondersteunen, het werk feitelijk algauw overnemen. Voor het bredere team krijgt de specialistische taak daarmee minder prioriteit. Daarmee houdt een specialisme zichzelf gemakkelijk in stand, met als gevolg dat het ideaal van de brede inbedding niet dichterbij komt.

Verder brengt het onderzoek verschillende factoren die van invloed zijn op (de)specialisatie in beeld. De stelling dat de buitenwereld leidend is voor de inrichting van de politieorganisatie gaat niet op, wel lijkt er een sterk verband te zijn tussen de thema’s waar de buitenwereld om vraagt en waar de politie zich op richt. Aandacht van de rijksoverheid (kabinetsbeleid) voor een thema is daarbij van meer belang voor de mate van (de)specialisatie dan aandacht van de politietop. Incidenten kunnen worden gezien als katalysator van de prioriteit en de mate van specialisatie die binnen de politie aan een bepaald thema of een bepaalde taak wordt toegekend. Wetgeving is in die zin maar een beperkt drijvende factor. Van dominant belang is de wijze van financiering; geoormerkt geld ‘dwingt’ tot specialisatie.

Waar voor veel (zeker private) organisaties het specialiseren van een taak voortkomt uit efficiencyoverwegingen, komt uit dit onderzoek bij de politieorganisatie geen expliciete koppeling tussen het efficiencyvraagstuk en (de)specialisatie naar voren. Een afweging of taken wel of niet specialistisch zouden moeten worden weggezet, lijkt in de onderzochte periode (van voor de Nationale Politie) meer op actualiteit, opportuniteit en toeval te berusten, dan dat er gegronde organisatiekundige overwegingen aan ten grondslag liggen. 

Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Rutger Morée, Wouter Landman of Sander Bos.

Markten & Sectoren

Veiligheid

Rutger Morée

Senior adviseur

Neem contact op