De organisatorische consequenties van flexibel deeltijdonderwijs

In het voorjaar van 2014 publiceerde de commissie Rinnooy Kan het rapport “Flexibel hoger onderwijs voor volwassenen”. De commissie doet in haar rapport een oproep aan het hoger onderwijs en de overheid om het deeltijdonderwijs beter aan te laten sluiten op de context van de werkende volwassene. Bijvoorbeeld door het onderwijs te structureren in modules, meer mogelijkheden voor maatwerk en een meer vraaggestuurde wijze van bekostiging.

De oproep van Rinnooy Kan wordt gehoord in het hbo. Instellingen ontplooien plannen voor flexibele deeltijdopleidingen en binnenkort komt het ministerie van OCW met een subsidieregeling om hbo-instellingen hiervoor extra middelen te verstrekken.

Een flexibele opzet van het deeltijdonderwijs heeft veel gevolgen voor de organisatie van het onderwijs. Een belangrijke reden hiervoor is de traditionele organisatorische oriëntatie op het voltijdonderwijs. Kenmerkend hiervoor zijn het startmoment in september, de vaste opzet van het programma en de vaste samenstelling van groepen studenten. Wanneer deeltijdstudenten op maat een programma volgen en de opleiding een modulaire structuur kent, volstaan de op voltijd georiënteerde routines niet meer.

Met behulp van een organisatiearchitectuur voor een flexibele onderwijsorganisatie is het mogelijk om in kaart te brengen aan welke eisen de organisatie moet voldoen. In onderstaand figuur is de organisatiearchitectuur schematisch weergegeven.

De bovenzijde van de organisatiearchitectuur vormt het primaire onderwijsproces vanuit het perspectief van de deeltijdstudent. Opvallend hierin is vooral het blauwgekleurde vlak ‘afspraken maken’. Een flexibele opzet van de opleiding maakt het belangrijk om samen met de student af te spreken hoe zijn of haar opleiding eruit komt te zien. Hoe beter de opleiding immers aan de wensen van de student kan voldoen, hoe beter de deeltijdopleiding presteert.

De mate waarin dit lukt, hangt af van de logistieke mogelijkheden van de instelling. In de figuur wordt dit gesymboliseerd door het tandwiel. De hoofdopgave is om het onderwijs ‘just-in-time’ klaar te zetten voor de student. Dit klaarzetten heeft betrekking op de docenten, de onderwijsruimtes en de leermiddelen. De digitalisering van het onderwijs maakt hierbij het belang van een online leeromgeving groter. Te meer omdat online leren bijdraagt aan een grotere flexibiliteit van de opleiding.

Onder het tandwiel zijn de mensen en (resources) weergegeven, waar de logistiek een beroep op kan doen. De mogelijkheden voor flexibiliteit van de opleiding hangen af van de ruimte die geboden wordt vanuit relatiebeheer, medewerkers, faciliteiten, de administratie en het onderwijsaanbod. Dit maakt dat onderwerpen als HR-beleid, curriculumontwikkeling en facilitair beheer van invloed zijn op de ruimte die er is om met de student afspraken te maken over een flexibele opzet van zijn opleiding.

Uiteindelijk bieden de flexibiliteitwensen van de student houvast bij het bepalen van de organisatorische consequenties. Vanuit onderzoek onder de doelgroep kan een beeld worden geschetst van de reikwijdte van flexibiliteit. De architectuurbenadering helpt vervolgens om deze reikwijdte te vertalen naar eisen waaraan de onderwijsorganisatie moet voldoen.

Markten & Sectoren

Onderwijs

Reageer