Begrijpen we elkaar nog wel? Drie coalitievormen van participatie | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Begrijpen we elkaar nog wel? Drie coalitievormen van participatie

Gemeenten, provincies en waterschappen die niet naar hun bewoners luisteren of geen ruimte bieden aan initiatief uit de samenleving; ze zijn niet meer van deze tijd. Door het vele en soms verwarrende gebruik van de woorden participatie en initiatief, merken we dat we elkaar soms niet begrijpen. Wie participeert er nu eigenlijk en wie is de initiatiefnemer? Welke rol en aanpak hebben overheid en bewoners? Maar ook: van wie is het initiatief of het participatietraject, en wie heeft er aan het einde van de rit iets over te zeggen?

Het door ons ontwikkelde Spectrum van Coalitievorming - waarin drie grondvormen van samenwerking tussen organisaties worden onderscheiden - biedt houvast om soort participatie te onderscheiden en spraakverwarring te voorkomen. Een coalitie is een groep mensen of organisaties die iets willen bereiken rondom een opgave of kans. De ambitie die zij hebben, is de brandstof voor de coalitie. De belangen en verlangens vormen de drijfveren. Zonder ambitie kent een coalitie geen verbinding en beweging. Het gaat telkens om de vraag of je samen als coalitie meer kunt bereiken dan alleen. En daarin gaat het om interactie (belangen, waarden, relaties en emoties) en om betekenisgeving (kennis, creativiteit, ervaring en ontwerp). In een succesvolle coalitie wordt daarom aandacht besteed aan zowel inhoud als proces.

We gebruiken de door ons onderscheiden drie coalitievormen om de variaties in participatie beter te begrijpen: directieve coalities, collectieve coalities en connectieve coalities. De ene coalitievorm is niet beter dan de andere, maar dienen als categorische labels en hebben in de praktijk vaak een vloeibaar karakter. In onderstaand figuur zijn de coalities weergegeven met de bijbehorende kenmerken.

 


Initiatief bij overheid

In de linker coalitievorm (directief) ligt het initiatief bij de overheid en zijn het bewoners die participeren. Vaak zijn het projecten in het ruimtelijk domein, bijvoorbeeld een gemeente die een participatietraject gebruikt in de planontwikkeling voor een nieuwe wijk. De participatie is gericht op besluitvorming, bijvoorbeeld het vaststellen van een bestemmingsplan of tracébesluit. Het tijdig betrekken van bewoners en bedrijven (in deze coalitievorm ‘stakeholders’ genoemd) en het creëren van draagvlak of ambassadeurs zijn essentieel gebleken voor het succes van projecten. 

In de linker coalitievorm worden met name de onderste treden van de participatieladder gebruikt: informeren, raadplegen en adviseren. Inspraakavonden, meedenkbijeenkomsten en ontwerpateliers zijn voorbeelden die ervoor moeten zorgen dat de belanghebbenden tijdig hun wensen en eisen kunnen meegeven.

Het is in de linker coalitievorm een uitdaging om ervoor te zorgen dat participatie geen wassen neus is en er wel geluisterd wordt maar niets met de inspraak van bewoners wordt gedaan. (In het artikel Weg met die participatieladder brengt Anke Siegers dit treffend onder woorden.) In de linker coalitievorm komt het de participatie zeer ten goede wanneer vooraf een voor iedereen duidelijk kader wordt op- en vastgesteld waarbinnen de participatie plaatsvindt. Vragen die daarbij van belang zijn: wie neemt het uiteindelijk besluit wanneer de participatie klaar is (met andere woorden: kan de gemeenteraad de boel nog overhoop halen), welk budget voor de participatie is er, wat zijn de randvoorwaarden en waar gaat de participatie niet over?

Samen

In de middelste coalitievorm (collectief) gaat het over co-creatie of coproductie. Bewoners en overheid werken hier als partners of ‘shareholders’ samen. Het initiatief kan bij één van beide liggen, of groeien van gezamenlijk idee tot volledige samenwerking. Co-creatie of coproductie gebeurt met verdeelde verantwoordelijkheid en gelijkwaardige inbreng. Een voorbeeld hiervan is de totstandkoming en het beheer en onderhoud van een park waar zowel bewoners als de gemeente een (vaste) rol hebben. Een ander voorbeeld is een stadsgesprek waarin bewoners met ambtenaren en politici samen vormgeven aan het energie- en klimaatbeleid van de stad voor de komende jaren. Initiatieven in deze coalitievorm zijn nieuw en de samenwerking tussen overheid en bewoners vindt plaats in een ‘nieuwe arena’. Deze vorm van participatie is nog redelijk onontgonnen. Dit komt omdat de gelijkwaardige inbreng en een goede verdeling in rol en verantwoordelijkheid tussen overheid en bewoners spannend en lastig blijkt te zijn.

Bewonersinitiatief

In de rechter coalitievorm (connectief) gaat het om bewoners die onderling initiatief nemen, en in veel gevallen de overheid niet of maar in zeer beperkte mate nodig hebben. Aan de andere kant juicht de overheid deze initiatieven juist toe. Participatie in de rechter coalitievorm wordt ook wel overheidsparticipatie genoemd, omdat de overheid hier participeert in een initiatief van bewoners. Het sleutelwoord hierbij is het eigenaarschap van het initiatief. Het risico is dat wanneer het initiatief wordt ‘overgenomen’ door de overheid, of het initiatief (het gevoel heeft dat het) wordt tegengewerkt, er frictie ontstaat in de relatie overheid-bewonersinitiatief en kan het snel afgelopen zijn.

Voorbeelden van participatie in de rechter coalitievorm zijn een buurthuis in eigen beheer, een energie-initiatief in de wijk om elektrisch rijden te promoten, een broodfonds of een buurt-whatsappgroep. Hoewel deze vormen van participatie tegenwoordig erg in de mode zijn, is Nederland een land waar de verenigde gemeenschap van oudsher een sterke rol speelt. Denk aan het onderwijs, de zorg, de woningbouw en de totstandkoming van de waterschapen. Vaak wordt gesteld dat veel van deze gemeenschapsinitiatieven de afgelopen decennia eerst zijn verstatelijkt om ze vervolgens aan de markt te geven. Na de crisis wordt de vraag steeds vaker gesteld of we niet terug moeten naar hoe deze initiatieven ooit bedoeld waren en ze weer van mensen onderling laten zijn.

Vanuit de overheid bestaat groeiende aandacht voor bewonersinitiatief. Dit kwam prominent naar voren in de Troonrede in 2013 waar de Participatiesamenleving zijn intrede deed en in de kabinetsvisie over de doe-(het zelf)-democratie. Niet alleen op landelijk niveau bestaat de wens om initiatief aan te moedigen of uit te lokken, ook veel gemeenten willen initiatief-stimulerend zijn.
Voorbeelden van deze faciliterende of stimulerende rol zijn subsidies uit het lokale initiatievenfonds voor een bewonersinitiatief om eenzaamheid tegen te gaan, het (tijdelijk) beschikbaar stellen van grond of vastgoed, of door het geven van juridisch of financieel advies. Ook is een trend waarneembaar waarbij de overheid challenges uitschrijft voor vraagstukken waar zij zelf onvoldoende een antwoord op heeft en een beroep doet op de kennis en kunde van bewoners.

Uitdaagrecht: samenspel van coalitievormen

Steeds meer gemeenten hebben interesse in het Uitdaagrecht of Right to Challenge, als onderdeel van een breder pallet van zogenaamde ‘buurtrechten’. Het uit het Verenigd Koninkrijk overgekomen Uitdaagrecht houdt in dat bewonersorganisaties de mogelijkheid krijgen om de lokale overheid uit te dagen wanneer zij een publieke taak beter kunnen uitvoeren dan de gemeente.
Vaak gaat het om traditionele overheidsactiviteiten, zoals het beheer van een sporthal, buurthuis of groenvoorziening, die van de linker naar de rechter coalitievorm overgaan. Het is interessant te zien hoe het Uitdaagrecht zich ontwikkelt en op welke manier overheid en bewoners zich tot elkaar gaan verhouden in deze nieuwe vorm van participatie.

Handvat voor de praktijk

Participatie en maatschappelijk initiatief zullen de komende tijd aan belang blijven winnen. De relatie tussen overheid en bewoner is horizontaler en daarmee gelijkwaardiger geworden. Overheid en bewoner hebben elkaars kennis en kunde nodig, en bewoners willen meer ruimte om initiatief in hun eigen leefomgeving te nemen. Het overzicht van de drie coalitievormen van participatie biedt een handvat voor de praktijk. Het geeft inzicht in de soort participatie die plaatsvindt, waar het initiatief en eigenaarschap liggen, en welke kenmerken en uitdagingen de betreffende participatie heeft. 

Ieder participatietraject of initiatief heeft zijn eigen dynamiek. De essentie van goede participatie ligt in het daadwerkelijk gaan doen met elkaar. De coalitievormen van participatie helpen om te zorgen dat we elkaar wat beter begrijpen en dezelfde taal spreken.

 

 --
Beeld bovenaan artikel: Future of Digital Access to Cultural Heritage Workshop, foto van Sebastiaan Ter Burg, CC BY 2.0.