Angst, haat en eenzaamheid. Je moet er maar zin in hebben | Twynstra Gudde - Organisatieadviesbureau - organisatieadviesbureau

Angst, haat en eenzaamheid. Je moet er maar zin in hebben

Volgens Rengelink zijn er drie ‘kerncapaciteiten’ van een goede manager: een manager moet angsttolerantie, haattolerantie en ‘capacity to be alone’ ontwikkeld hebben. Drie termen waar je nou niet direct van denkt ‘gezellig’. Toch helpen deze ‘kerncapaciteiten’ je als manager om op langere termijn de boel wel gezellig te houden!

De eerste kerncapaciteit van de manager is angsttolerantie. Een leider moet minder bang zijn dan de mensen die voor hem werken. Hij mag wel bang zijn, zolang hij maar minder bang is dan de mensen aan wie hij leiding geeft. Dit heeft volgens Rengelink een directe verbinding met opvoeden: het is handig als ouders minder bang zijn dan hun kinderen. Ze moeten in hun opvoeding kinderen de ruimte bieden waarin ze met hun eigen angst leren omgaan. Voor kinderen is veel nieuw en vaak beangstigend. Ouders ‘mogen’ daarom hun kinderen nooit lastig vallen met hun angsten. Rengelink stelt dat volstrekt hetzelfde geldt voor management: de manager moet een klimaat scheppen waarin mensen kunnen dealen met hun angsten. Nooit mogen ze hun mensen lastigvallen met hun angst. Dat maakt misschien die uitdrukking van ‘het is eenzaam aan de top’ een beetje begrijpelijk. Een goede manager op een behoorlijk niveau heeft een hoge angsttolerantie, wat betekent dat hij crisisbestendiger is dan de mensen die hij onder zich heeft. Als het immers gaat wiebelen aan de top, dan wiebelt de hele organisatie vaak mee.

Een tweede kerncapaciteit is haattolerantie. Een goede manager raakt er niet onmiddellijk van ondersteboven als iemand iets lelijks tegen hem zegt en gaat zeker niet in de tegenaanval. Die haattolerantie gaat ook over de manager zelf: hij onderkent de volle bandbreedte van zijn eigen gevoelens en kan dus ook zelf haatgevoelens hebben. Je kunt er niet altijd letterlijk over praten, maar wel inbrengen in het gesprek. Volgens Rengelink moeten we niet onderschatten wat het effect hiervan is: zelfs een beetje praten over boosheid of haat is al heel wat omdat er vaak zo veel lading op zit. Het durven toelaten en (deels) uiten van deze gevoelens voorkomt ingewikkelde en omfloerste communicatie en allerlei onbegrip en ergernis daarover.

Wat ten slotte voor een manager heel belangrijk is (maar misschien wel voor elke volwassene) is de capacity to be alone. Alleen zijn wordt in de huidige tijd vaak gezien als een treurige uitkomst en geassocieerd met mislukking. Om te beginnen zouden we dat volgens Rengelink anders moeten bekijken: het alleen zijn is geen droevige uitkomst maar een vertrekpunt om in verbinding te komen met anderen. Het is cruciaal om dat ‘alleen zijn’ te herdefiniëren want als alleen zijn iets negatiefs is dan ben je als manager chantabel. Een echte sanctie in menig opvoeding of organisatie is immers de (dreiging van) verlating. Mensen kunnen inspelen op de angst voor verlating, bijvoorbeeld door vervelende klussen te beleggen bij mensen, of medewerkers te onthouden van leuke teamwerkzaamheden of activiteiten. Er zijn veel mensen die daar vatbaar voor zijn, ze vinden het op zijn minst niet leuk om er niet meer bij te mogen horen. Als een manager vatbaar is daarvoor dan is er wel een probleem: dan is hij chantabel. De dreiging van het uitgesloten raken maakt dan dat hij bijvoorbeeld te aardig gevonden wilt worden en te weinig aanspreekt op disfunctioneel gedrag of te lage prestaties. Een goede manager heeft dit lastige gevoel erkend en ‘opgelost’: hij heeft met de capacity to be alone een antwoord gevonden op de verlatingsangst. Daardoor kan hij wanneer dat nodig is een eenzaam standpunt innemen of een maatregel treffen die niemand hem in dank zal afnemen. Hij kan er mee leven als hij daardoor dan (tijdelijk) buiten de groep geplaatst wordt.

Dit blog is onderdeel van de interviewserie "Adriaan Rengelink: Een gesprek met de oude meester":

1. Gevoel is onderschat in het management
2. Een manager is bevriend met alle gevoelens
3. Een manager durft rampen te laten ontstaan
4. Je moet een beetje simpel zijn als manager:Drie kernkwaliteiten
5. Angst, haat en eenzaamheid. je moet er maar zin in hebben

Voor mensen die zich nog verder willen verdiepen in dit gedachtegoed bieden wij tevens de cursus ‘Managen in de onderstroom’ aan. Hier gaan we dieper in op de concepten en ga je oefenen met eigen casuïstiek. Hier gaan we dieper in op de concepten en ga je oefenen met eigen casuïstiek. Meer over deze training en een mogelijheid om u in te schrijven vindt u hier

Blijf op de hoogte