Het was George H.W. Bush die in 1987 reageerde op de suggestie om de aandacht te verleggen van korte termijn campagneonderwerpen naar de langere termijn met de opmerking: ‘Oh, the vision thing …’, en daarmee visie neerzette als iets vaags dat je eigenlijk ook wel kan missen. Hoewel visies voor de langere termijn inderdaad gemakkelijk blijven hangen op een te hoog abstractieniveau en daardoor per saldo weinig of geen impact hebben, wordt de opvatting van Bush op de keper beschouwd door weinigen gedeeld.
Besturen en managementteams wensen doorgaans juist te beschikken over een gedeelde langere termijn visie en een daarop gerichte strategie, omdat deze richting en houvast geven, doelgerichtheid bevorderen en inspireren tot gecoördineerde actie. De vraag is dan: hoe komen besturen en managementteams tot een gedeelde visie en strategie?
Dit artikel is een reflectie op deze vraagstelling vanuit de praktijk, waarbij een koppeling gemaakt wordt met inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Met een recente casus, de ontwikkeling van een ruimtelijk-economische visie voor de Schiphol-regio in 2008/2009, wordt de koppeling tussen theorie en praktijk geïllustreerd. Visie- en strategieontwikkeling wordt beschouwd als een groepsproces dat start met een gedeeld gevoel ‘dat er iets moet gebeuren’. We volgen de casus en onderscheiden vier fasen in het proces: de start van het proces, het ontwikkelen van een gemeenschappelijk begrip van het probleem, het genereren van strategische opties voor een oplossing en tot slot de besluitvorming.