Een nieuwe grote zeesluis bij IJmuiden is een lang gekoesterde wens van Haven Amsterdam. Het sluizencomplex is in beheer bij het rijk. Vanwege de hoge kosten, de onbalans tussen kosten en baten en onvoldoende financiele ruimte, heeft het rijk in het verleden deze wens van de regio steeds afgewezen.
Langer wachten was voor de regio geen optie meer. Op verzoek van de minister van Verkeer en Waterstaat is de regio in 2004 op zoek gegaan naar nieuwe en goedkopere voorstellen.
In januari 2004 werd ik door Gemeente Amsterdam, Gemeente Velsen, Provincie Noord-Holland, Kamer van Koophandel Amsterdam en Ondernemersvereniging Regio Amsterdam gevraagd namens deze partijen als procesmanager op te treden en leiding te geven aan dit onderzoek.
Via een speciaal ontwikkelde prijsvraag hebben vertegenwoordigers van het bedrijfsleven uit de havenregio, grote aannemers, ingenieursbureaus en particulieren alternatieven ontwikkeld voor de verbetering van de zeetoegang. Dat leidde uiteindelijk tot 21 voorstellen uit de markt. Ook Rijkswaterstaat zelf heeft toen verschillende oplossingsrichtingen uitgewerkt.
Een onafhankelijke commissie onder leiding van prof.ir. Horvat, emeritus hoogleraar Ondergronds Bouwen van de TU Delft, heeft de voorstellen beoordeeld. De kosten en baten van de verschillende voorstellen zijn berekend door de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam.
Uit alle plannen kwamen drie oplossingsrichtingen naar voren:
Het onderzoek toonde aan dat alleen bij een grote nieuwe zeesluis de kosten en baten in evenwicht zijn. Besparingen bleken mogelijk door uitgekiende faseringen, slimme bouwtechnieken en vormen van Publiek Private Samenwerking.
De resultaten van het onderzoek werden samengevat in het rapport "Bereikbaar, Betrouwbaar, Betaalbaar" en konden in november 2004 worden aangeboden aan de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Carla Peijs.
De resultaten van dit onderzoek en de daarop volgende politieke besluitvorming leiden er toe dat de minister daarna besloten heeft om een Verkenning uit te gaan voeren, als eerste fase in het planproces van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Mijn opdracht als procesmanager zat er toen op, het ministerie nam de verdere regie weer in handen. De verkenning had als doel het nut en de noodzaak van het project goed in beeld te krijgen.
Ik heb vervolgens tijdens de Verkenning als vertegenwoordiger van Haven Amsterdam de relatie verzorgd met het ministerie en alle van belang zijnde inbreng, onderzoeksresultaten en argumentatie ingebracht.
Daarna heb ik leiding mogen geven aan het verdere onderzoek naar financieringsconstructies en mogelijkheden van publiek private samenwerking. Toen is de ontwikkeling gestart van een verkenning naar de DBFM-constructie voor de bouw van de nieuwe zeesluis in combinatie met het onderhoud van het bestaande complex. Dit zou dan de grootste PPS-constructie in de Nederlandse waterbouw kunnen worden.
Met het project is een bedrag gemoeid van ca. € 750 mln. incl. BTW, waarin de regio voor een belangrijk percentage zal bijdragen.
De resultaten van de Verkenning als de financieringsmogelijkheden hebben eind 2009 geleid tot het besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat om een verder fase in te gaan, namelijk de Planstudiefase. Deze fase is nu in volle gang.