Lange termijn effecten, korte termijn geduld
Programma’s gaan over het realiseren van vaak complexe doelen, waaraan vrijwel altijd moeilijk beïnvloedbare gedragsveranderingen ten grondslag liggen: minder recidive door jeugdige criminelen, beter projectmatig werken door projectmanagers, beter relatiemanagement door accountmanagers, etc. Dat soort doelen (effecten) bereik je niet van vandaag op morgen, daar gaan meestal wel een paar jaar overheen. Vaak kunnen we – opdrachtgevers, klanten, burgers, aandeelhouders – het geduld niet opbrengen om daarop te wachten en geven programma’s onvoldoende kans om tot rendement te komen. Ik zie dan een aantal dingen gebeuren.
Programma’s worden gestopt
Men neemt genoegen met wat is bereikt en het programma wordt gestopt. “Het wordt tijd voor een frisse wind en andere impulsen. Bovendien zijn de prioriteiten veranderd.” Dus hup, we doeken de tent op en starten een nieuw programma. Wat ook gebeurt is dat het programma wordt afgeserveerd en in de prullenbak verdwijnt, zeker wanneer het bestuur of het management van samenstelling verandert of wanneer de verandering te moeilijk blijkt. De vraag waarom het programma niet of onvoldoende is geslaagd en wat het betekent om met een programma te stoppen (bijvoorbeeld voor de mensen die er hun ziel en zaligheid in hebben gelegd en die bij stakeholders allerlei verwachtingen hebben gewekt) wordt nauwelijks gesteld. Interessant trouwens dat diezelfde programma’s dan jaren later wel weer in een ander jasje opduiken.
Focus verschuift naar concrete producten
Wat ik ook zie gebeuren, is dat de focus verschuift naar de concrete producten die wel zijn gerealiseerd in het programma en dat de doelen subtiel naar de achtergrond worden verschoven. “Kijk eens, dat hebben we toch maar mooi voor elkaar gekregen: een prachtig nieuw systeem, een roadshow, diverse trainingen, brochures, een intranetsite waarop tips, tops, trucs en best practices staan, etc. Nu moeten ‘de mensen’ het gaan oppakken.” Of de verandering tot stand is gekomen, wordt niet meer gemeten en gemonitord: “Want ja, dat is toch veel te lastig en kost te veel tijd. Als iedereen met de producten aan de slag gaat, dan komt het goed. De managers moeten daar nu op gaan sturen.” Net nu het spannend wordt, wordt er onvoldoende doorgepakt.
Zoeken naar zondebokken
Een andere ontwikkeling die ik zie, is het zoeken naar zondebokken en het bijstellen van de doelen. Er zijn altijd mensen of organisaties te vinden die niet hebben gedaan wat je ervan had verwacht; die bijvoorbeeld niet de ontwikkelde systemen blijken te gebruiken. En managers die die mensen of organisaties niet goed hebben aangestuurd in het licht van de beoogde verandering. En wat te denken van de factoren (zoals kredietcrises) die onverwachts opduiken en die maken dat de doelen niet behaald zijn. Het interessante is dat die actoren en factoren achteraf als rijpe appelen van de boom vallen, wanneer het niet blijkt te zijn gelukt met het programma. Waar waren ze bij het formuleren van de optimistische ambities vooraf?
Willen we echt werk maken van programmatisch werken, dan komen we hier niet mee weg. Programma’s vragen om lange termijn commitment, fundamenteel nadenken over hoe je de beoogde verandering tot stand brengt, de bereidheid om oorspronkelijke veronderstellingen in openheid bij te stellen, geduld, en dus ook: tijd. Bezint eer gij begint.



