Het gevoel overheerst dat landelijke prioriteiten gaan domineren en aan het lokale gezag onvoldoende invulling kan worden gegeven. Hierdoor richt de aandacht van het lokaal bestuur zich vooral op de ontwikkelingen die landelijk spelen, terwijl lokale politici en bestuurders ook zelf een rol kunnen spelen in het versterken van hun positie in het kader van de lokale politiezorg.
Bredere benadering invloed van gemeenten op lokale politie
Wij zijn van mening dat gemeenten hun invloed op de lokale politiezorg breder kunnen/moeten benaderen dan momenteel veelal het geval is. Gemeenten proberen nu vooral grip te houden op de politie door ‘koppen te tellen’; het aantal formatieplaatsen (inclusief wijkagenten) in het werkgebied van de gemeente is de manier om invloed uit te oefenen op de politieorganisatie. Daarnaast wordt de politie vooral beoordeeld op de extra inzet die kan worden gepleegd bij lokale evenementen en gebeurtenissen, zoals een dance-evenement, wielerronde of kermis.
De huidige bestelwijziging kunnen gemeenten aangrijpen om hun aandacht te verplaatsen van inzet naar service en kwaliteit. Het lokaal bestuur doet er verstandig aan het arsenaal van beïnvloedingsmanieren uit te breiden, zodat effectiever invulling kan worden gegeven aan het lokale gezag. Hierbij kan het behulpzaam zijn om een onderscheid te maken naar de verschillende politiefuncties. Bij bepaalde politiefuncties is het ‘oude denken’ in termen van formatie niet (meer) geschikt, maar is het veel slimmer om de lokale politiezorg te benaderen vanuit kwaliteits- of servicenormen. Welke service verwacht het lokale gezag van de politieorganisatie (op welke schaal deze ook is georganiseerd)? Het is van belang om hierover met elkaar in gesprek te gaan, zodat er tot afspraken kan worden gekomen die voor alle partijen passend zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:
Niet voor alle hoofdfuncties is een verstandige kwaliteits- of servicenorm te bedenken. Voor de functie van proactief en probleemgericht politieoptreden is het complexer om tot servicenormen te komen. Ten aanzien daarvan is het verstandig om wel te komen tot sterkteafspraken met de politie, bijvoorbeeld in termen van zoveel FTE per zoveel inwoners (deze medewerkers vormen dan het lokale wijkteam, inclusief wijkagenten). Deze politiecapaciteit kan goed worden ingezet voor lokale prioriteiten die bijvoorbeeld uit de lokale gebiedsscan naar voren komen. Voor de functie van handhaving geldt hetzelfde; ook daarvoor lijkt het verstandig om te komen tot afspraken aangaande aantallen toezichtsuren per jaar voor verkeer, milieu, evenementen en horeca.
Kortom: het lokale gezag heeft voldoende mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de lokale politiezorg. De nationalisering van de politie hoeft zeker geen achteruitgang te betekenen. Gemeenten kunnen zelf een stap vooruit doen en bij de politie aandringen op afspraken over minimaal te leveren service en kwaliteit. Daar is de lokale politiezorg bij gebaat.

