Op onze weblog schrijven wij - Manon Ruijters en Björn Prevaas - over onze fascinatie voor organisatie-ontwikkeling en leren, en onze zoektocht naar een nieuw perspectief. Leren en werken dichter bij elkaar brengen, om zo de ambities van mens en organisatie te helpen realiseren, om het potentieel (van mens, groep en organisatie) tot ontwikkeling te brengen, én om het gevoel van welzijn en geluk te versterken. Daar gaat het ons uiteindelijk om.
In onze weblog van 2 januari 2011 ging het over een reflectie op het boek Professionaliseren van Projectmanagement (2009) van Heemstra e.a.
De lerende projectmanager
Open brief aan Heemstra, e.a., schrijvers van het boek Professionaliseren van Projectmanagement (2009).
Beste collega’s,
Wij delen een passie rondom het professionaliseren van project- en programmamanagement. Met veel interesse hebben we ons dan ook over jullie boek gebogen. Het bevat een aantal waardevolle inzichten, onze complimenten daarvoor. We grijpen deze weg aan om wat van onze inzichten te delen, en enkele van onze vraagstukken die tijdens het lezen ontstonden aan jullie voor te leggen.
De manier waarop mensen zich een vak eigen maken fascineert ons zeer. Het geeft belangrijke informatie voor het vormgeven van professionaliseringstraject. Jullie schrijven onder meer over de manier waarop projectmanagers het vak leren; met name door het te doen in de praktijk:
“Een beeld dat duidelijk naar voren komt, is dat een projectmanager het vak vooral in de praktijk leert. Hij wordt vooral een professional door onbevangen en met een open mind in nieuwe projecten te stappen en te leren door te doen (…). Bovendien leert hij veel door goed te kijken hoe een meer ervaren projectmanager functioneert. (…) 63% geeft te kennen dat professionaliseren alleen maar lukt als zij projecten kunnen doen waar nieuwe dingen kunnen worden uitgeprobeerd.” (p. 39)
We herkennen de manieren van leren van een projectmanager, zoals jullie die beschrijven. “Door te doen in de praktijk” is wat ons betreft wel wat te leeg, misschien wat te vaak gebruikt als excuus of platitude. Maar jullie geven ook omschrijvingen die meer houvast geven. Wij zouden het vertalen in ‘ontdekken’ en ‘kunstafkijken’ (in de Language of Learning). Het zijn ook de twee manieren van leren die wij bij project- en programmamanagers vaak tegenkomen wanneer we hun leervoorkeuren afnemen met onze scans.
So far so good! Maar natuurlijk hebben we ook een aantal vragen en vraagtekens. We lichten er drie uit.
Professionaliteitsversnellers
“Op de vraag wat voor de ondervraagde uiteindelijk de afgelopen jaren de belangrijkste “professionaliteitsversneller” is geweest, wordt als eerste het doen van steeds zwaardere projecten genoemd (57%). Als tweede worden opleidingen, trainingen en cursussen genoemd (33%)” (p. 39)
De eerste ‘versneller’ begrijpen en herkennen we (ontdekken), maar bij de tweede raken we de weg een beetje kwijt. Opleidingen, trainingen en cursussen lijken ons in eerste instantie geen voorbeelden van professionaliseren die aansluiten de eerdere omschrijvingen. Sterker nog, de projectmanager wordt in deze manieren van leren zelfs uit de werkpraktijk gehaald, terwijl hij daar juist zijn grootste professionaliseringsslag maakt. Hoe duiden jullie deze tweede beschrijving? Hangt het samen met de manier waarop het onderzoek vorm heeft gekregen? Rechtstreeks vragen naar leren (zie ook onderzoek van Anja Doornbos) levert vaak dit soort antwoorden op (de vertekening treedt op doordat mensen bij ‘leren’ nu eenmaal denken aan opleidingen).
Projectmanagersvakgroep
Verderop schrijven jullie over jullie voorliefde voor vakontwikkeling door middel van vakgroepen. Hierin delen projectmanagers kennis en ervaring. “Het gaat in vakgroepen om samen doen, samen leren, uitwisselen en delen. Uit onderzoek over vakgroepen blijkt dat deze activiteiten vooral concreet worden gemaakt door te discussiëren over problematische en moeilijke cases. In de literatuur kom je in dit verband de term ‘talking about en talking within’ tegen.”
Discussiëren over cases sluit goed aan bij de ‘participeerder’, zij worden gevoed door reacties en ideeën van anderen, door perspectieven uit te wisselen, of simpelweg doordat anderen klankbord zijn . Je neemt bewust even afstand van de dagelijkse hectiek, stapt uit de praktijk. Deze leervoorkeur zien we aanzienlijk minder prominent bij project- en programmamanagers (vaak pas op de derde plaats). Deze manier van leren blijkt ook voor een deel irritatie op te roepen bij de snelle kunstafkijker of de zelfsturende ontdekker: te sociaal en te vertragend, lijkt hun reactie. Bovendien: waarom zou je zoveel tijd besteden aan problematische of moeilijke casuïstiek, laten we liever kijken naar wat succesvol is (aldus de kunstafkijker) of vernieuwend (aldus de ontdekker). We schreven hier al eerder over op deze webblog.
Dus, hoewel het idee van de vakgroep ons aanspreekt, raken we hier toch even de draad kwijt. We vragen ons dus af hoe dit idee ontstaan is en hoe het verder in de praktijk vorm krijgt?
Onvoldoende tijd
Tenslotte schrijven jullie ook over de tijd die projectmanagers maken (of juist niet) voor vakontwikkeling. “In het hoofdstuk Professionaliseren van de projectmanager wordt duidelijk dat projectmanagers er veel waarde aan hechten zich verder te blijven professionaliseren. Tegelijk constateerden we dat projectmanagers daar vaak onvoldoende tijd voor nemen. Bovendien zijn er voor de projectmanagers weinig incentives om hier tijd en energie in te steken. (…) De drive om voldoende tijd te investeren in het verder ontwikkelen van zijn eigen professionaliteit wordt beperkt omdat het management onvoldoende stuurt op proces- en resultaatverbetering.”
Dit roept bij ons meerdere vragen op, waar jullie ongetwijfeld al over hebben nagedacht:
Deze en andere vragen hielden ons bezig. We zien uit naar jullie reactie!
Met onderzoekende groet,
Manon Ruijters en Björn Prevaas

