Aan het woord is Gerard van Klaveren, regionaal commandant van Brandweer Zuid- Limburg en portefeuillehouder innovatie in de Raad van Regionaal Commandanten.Waarom is innovatie voor de brandweer belangrijk? Naar de mening van Gerard kan de brandweer op meer terreinen dan nu het geval is van betekenis zijn voor de maatschappij. “Een deel van onze uren gebruiken we nog niet effectief genoeg”. Nu wordt de dag veelal gevuld met onder andere sport, oefenen, opleiding, onderhoud voertuigen en kazernes. Naast deze taken is zijns inziens tijd over om meer aanvullend te zijn in preventietaken, voorlichting aan burgers en auditing van thema’s/locaties op het gebied van veiligheid.
Gerard vindt dat de brandweer meer vraaggestuurd te werk zou kunnen gaan; zes man op een tankautospuit zijn lang niet altijd allemaal nodig, als je ziet wat vaktechnisch van onze brandweerlieden wordt gevraagd. Immers de middelbrand heeft een andere benadering nodig dan het brandje in de prullenbak. Vernieuwingen, zoals bijvoorbeeld uitrukken met snelle interventievoertuigen worden nog te vaak als bedreiging gezien, het zou ten koste gaan van de vrijwilligers. Volgens Gerard moeten vernieuwingen meer als kans gezien worden, het biedt volgens hem juist een mogelijkheid om de vrijwilligheid te bewaren. Met de nieuwe manieren van werken kan immers tegemoet gekomen worden aan de beperkte bezetting overdag, waar veel vrijwilligerskorpsen mee te kampen hebben. Uiteraard met inachtneming van de veiligheidsvereisten die erbij horen.
Naast innovatie in techniek is er op het gebied van bedrijfsvoering ook nog een wereld te winnen. Gerard denkt onder andere aan beter informatiemanagement en het delen van onderlinge kennis. “Het is belangrijk om onze ogen meer op de buitenwereld te richten, zodat we ons voordeel kunnen doen met ontwikkelingen die in de wereld om ons heen gebeuren. Het begint immers met een goed inzicht in hetgeen van ons dagelijks gevraagd wordt. Niet alleen op hoofdlijnen, maar juist ook op meer gedetailleerde basis. Dat maakt het verschil in de keuzes van bedrijfsvoering. Nu gebeurt er nog teveel op gevoel in plaats van op harde feiten.
Een voorbeeld van innovatie in onze eigen bedrijfsvoering is dat de Raad voor Regionaal Commandanten steeds meer gebruik wil maken van videoconferencing, waardoor we sneller zaken kunnen overleggen en afstemmen.” Het vereist uiteraard de nodige investeringen, maar de netto werktijd gaat vorstelijk omhoog.
Welke landelijke ontwikkelingen op het gebied van innovatie zijn op dit moment belangrijk?
Als portefeuillehouder is Gerard verantwoordelijk voor het landelijke project innovatie. Door het instellen van een landelijke innovatieprijs, de Jan van der Heijdenprijs, hoopt hij nieuwe initiatieven in het zonnetje te zetten. Verder vindt hij het belangrijk om zicht te hebben op de verschillende innovaties in brandweerland, zodat het wiel niet meerdere keren hoeft te worden uitgevonden. Het project innovatie streeft daarom naar het aanstellen van een landelijk innovatiemanager. Deze functionaris dient een blik te hebben over het brandweerterrein en uiteraard zijn voelhorens te hebben op kennisinstituten, opleidingsinstituten en het bedrijfsleven. Hij/zij dient met de RRC na te gaan waar research en development noodzakelijk is teneinde de gelden, die ervoor beschikbaar zijn zo goed mogelijk te besteden. Vervolgens zal het door de lijn geïmplementeerd moeten worden binnen de brandweer. Daarnaast kan de innovatiemanager als een soort makelaar optreden tussen korpsen die iets van elkaar kunnen leren.
Wat maakt het landelijk implementeren zo lastig?
Landelijke implementatie van succesvolle innovaties blijkt in praktijk weerbarstig. Zo wordt de blusbom (vorig jaar genomineerd voor de Jan van der Heijdenprijs) en de warmtebeeldcamera nog lang niet in alle korpsen gebruikt. Volgens Gerard heeft dit voor een deel te maken met de historie van brandweer Nederland. Lange tijd zijn de korpsen sterk op zichzelf aangewezen geweest, waardoor de brandweer als organisatie sterk gesegmenteerd was. Dat heeft ertoe geleid dat zaken van anderen gebruiken en om hulp vragen bij elkaar niet in de genen van de brandweercultuur zit. Op mijn laatste vraag hoe innovatie in die context toch een succes kan worden, antwoordt Gerard dat hij gelooft in de eigen ervaring van mensen. “Vrijwilligers uit Zuid-Limburg hebben zelf het nut en de noodzaak van bijvoorbeeld snelle interventievoertuigen ervaren tijdens een werkbezoek aan Denemarken, waarbij Deense vrijwilligers hun ervaringen verteld hebben. Onze vrijwilligers zijn nu de belangrijkste sponsors om deze nieuwe werkwijze in de regio te implementeren.”

YNNO noemt zichzelf hét adviesbureau voor innovatief werken. Lees verder >